Pawlacz Perski, 2021

Mateusz Wysocki en Lech Nienartowicz runnen hun label Pawlacz Perski vanuit de steden Toruń en Warschau en stellen zich zich ten doel de populariteit van eigentijdse Poolse muziek te vergroten. De catalogus van het label bevat geen klinkende namen, maar wel muzikanten die op zijn minst interessante muziek maken en vaak veel meer dan dat. Dat laatste is zeker het geval bij de eind vorige maand uitgebrachte cassette van Staszek Fungus, getiteld Bloudit.

Achter het pseudoniem Staszek Fungus schuilt de Poolse muzikant Michał Lejczak, die ook in de filmwereld opereert. Het startpunt van de muziek op zijn album is wetenswaardig. Albums met psychedelische muziek zijn vaak gevuld met vreemde, mysterieuze en vaak moeilijk te identificeren geluiden. Meestal dienen die als een soort aanvulling op de muziek, of een aura bedoeld om de beleving van veranderde gemoedstoestanden van de luisteraar te verdiepen.

Staszek Fungus neemt de luisteraar mee op een excursie om die surrealistische werelden te verkennen. Op Bloudit zijn de atmosferische synthesizerpassages consequent vervormd en gebogen. Je hoort nagalm, pulsatie maar ook stemmen, onder andere van kinderen. Alle elementen worden in een bepaalde structuur bijeengebracht, waarbij de klankkleuren aan verandering onderhevig zijn, waardoor de luisterervaring een intense is. Je weet niet wat je hoort, maar wel dat achter wat je hoort een bedoeling zit, een sfeer, een relaas of een emotie.

De muziek omschrijven is lastig. Er zijn synths en er zijn field recordings. De geluiden werken op elkaar in en de manier waarop Staszek Fungus de klanken combineert, zorgt ervoor dat de muziek meer is dan alleen een soundscape, al is de muziek wel in meer of mindere mate abstract. ‘Plac Teraz’ opent spannend, als een soundtrack van een film met veel suspense. Menselijke stemmen klinken, er is verkeer, een bel, er is rumoer. Een doordringende klank komt opzetten en verdwijnt weer naar de achtergrond. Een lager gestemde laag voegt zich in het geheel, evenals enkele incidentele geluiden. Op onorthodoxe wijze past alles in elkaar.

In het vrij korte ‘Siedemnastka’ richt Staszek Fungus zich op synthlagen die over en langs elkaar heen schuiven. Er is geen zware onderlaag, waardoor de muziek licht en ademruimte bevat. Een zekere spanning is voelbaar, maar niet al te sterk. Het zijn puur de klanken die het werk doen. Een traag tweetonig en enigszins galmend motief is leidend in ‘216 metrów, za oknem’. Op de achtergrond klinken kinderstemmen. Een kerkklok luidt. Een langzame melodie doemt op, evenals enkele andere, vrij lichte synthklanken. Zo bouwt de Pool het stuk steeds verder uit terwijl dat motief de constante blijft, totdat een ritmische impuls wordt gegeven aan het stuk, nieuwe field recordings en synthklanken met een scherp randje worden toegevoegd en de muziek meer vaart krijgt.

Rustige field recordings en een bedaarde melodie zijn te horen in ‘Mezi Vodami’. Dat gestage patroon wordt echter ontregeld met allerhande geluiden, natuurlijk en elektronisch, die het melodische aspect naar de achtergrond dreigen te duwen. Het contrast tussen de bedrijvigheid met onder andere stemmen en de rustige cadans van het stuk is bijzonder fraai. In ‘Jezírko’ lijkt het aanvankelijk alsof Staszek Fungus de muziek wil onderdompelen in water, maar de klanken komen snel weer bovendrijven om samen een weefsel te vormen dat zich uitstrekt over een veld, waarbij de geluiden in het laatste gedeelte meer gaan pulseren.

Een zware puls is te horen in ‘Poslední zastávka’, bijdragend aan een onderhuidse spanning die je als luisteraar in de greep houdt. Zachte klanken verhogen de spanning, terwijl je je afvraagt waar al die incidentele klanken vandaan komen. Een aantal geluiden zou kunnen duiden op iets wat in elkaar wordt gezet of juist – met beleid – uit elkaar wordt gehaald. Een antwoord is er niet, waardoor elke beluistering je opnieuw met vragen opzadelt. Het draagt bij aan de intrigerende luisterervaring. In het laatste gedeelte wordt wat van de koers afgeweken, onder andere door een vrouwelijke stem die iets om lijkt te roepen, wat het beeld van een vertrekhal doet verschijnen voor het geestesoog.

‘Samoobslužný přepravník’ zet de vrij duistere lijn van ‘Poslední zastávka’ voort, maar klinkt geheel anders. Het stuk is zowel rustig als gespannen, een gewaarwording die je ondergaat tijdens het luisteren en die moeilijk in woorden te vatten is. Waar de muziek in het begin vreemd overkomt, klinkt het stuk gaandeweg toegankelijker, waardoor het album in schoonheid eindigt, al is er op het allerlaatst – als de klanken al wegsterven – een scherp randje te bespeuren. Het is een mooi einde van een album dat intrigeert door zijn ondoorgrondelijkheid, zijn experimentele inslag en zijn esthetiek. Je kunt je afvragen waar al die geluiden vandaan komen of hoe Staszek Fungus zijn muziek heeft geconstrueerd, maar je kunt ook de muziek simpelweg ondergaan. In beide gevallen is Bloudit een boeiende luisterervaring.

Bloudit bandcamp

Staszek Fungus bandcamp