Cloudchamber Recordings, 2021

Primož Bončina is een componist en geluidskunstenaar die onder andere werkt onder de namen Altars, Prms, Birches en Mould. Hij is ook de curator van de Cloudchamber Recordings Editions, waarin onder meer werk van Meng Qi, Giovanni Lami, Modelbau, James Welburn, Ame Zek, Kagami Smile, Audio Obscura en Koray Kantarcioglu is verschenen. Onder de naam Altars heeft Bončina eind vorige maand een gelijknamig album het licht doen zien en dat is er een die het bespreken meer dan waard is.

Bij de eerste beluistering wordt direct duidelijk dat Altars’ muziek in de heavy drone-hoek vertoeft. De muziek is loeizwaar, beweegt zich zeer traag voort en doet geen moeite om zich van de logheid te ontdoen. Toch is er ruimte voor nuance, vrij veel zelfs, want Bončina wenst zich niet te beperken tot louter lage drones. In de lagen die daarbovenop worden gelegd, is licht te vinden, melodie zelfs, en dat zorgt ervoor dat weliswaar sprake is van een heavy album, maar dat het geheel nergens topzwaar wordt.

Een vergelijking maken met Sunn O))) is makkelijk. Te makkelijk. Door de gitaar te kiezen als hoofdinstrument, zijn er de vergelijkbare zware en grofkorrelige gitaardrones, maar Altars voegt daar zijn eigen klankkleuren en zijn eigen manier van dreiging creëren aan toe. Kultus kan ook als referentie worden genoemd, maar waar Otto Kokke zijn drones creëert en laat staan, doen de drones van Altars niet aan stilstand. Zware gitaaraanslagen zijn te horen en ook de hogere klanken die bovenop de heavy drones worden gelegd, zijn in beweging.

Bij het creëren van soundscapes heeft de muzikant vaak een doel voor ogen, maar kan de luisteraar zijn eigen invulling geven, waardoor de visualisering van het gehoorde voor eenieder anders zal uitpakken. De ervaring kan uiteraard worden gestuurd door de bedoeling van de kunstenaar bij voorbaat duidelijk te maken. In de begeleidende tekst bij Altars wordt gerefereerd aan verweerde landschappen, afbrokkelende rotsen, erosie die stenen wegvreet , chaos van begroeiing en de diepe tijd van constant afbrokkelen en occlusie. Het zijn zaken die voor je geestesoog kunnen verschijnen tijdens het luisteren naar dit album en daar is niet niet zoveel fantasie voor nodig.

‘Altar IN (Aurorean)’ opent het album en het is direct alsof je over een landschap scheert dat de hiervoor genoemde elementen bevat. De heavy drone is niet zo zwaar dat opstijgen niet meer mogelijk is en door de lichtere klanken gaat de muziek als het ware zweven, weg van de realiteit en over het geschetste landschap. De onderlaag fungeert als een constant aanwezige dreiging, een onontkoombare entiteit waar steeds naar teruggekeerd moet worden. De schoonheid die de zware drone bevat, wordt pas goed duidelijk als halverwege het stuk de omringende klanken wegvallen en de zwaarte zijn verslavende werk ongestoord kan doen. In het tweede deel doet een melodisch aspect zijn intrede, terwijl de intensiteit ook toeneemt.

Een zwevende gitaarklank opent ‘Altar I (Erosion)’, aanvankelijk verder weg, maar naderbij komend en met snerpende feedback de aanval kiezend. Scherpe klanken lijken het parcours te gaan bepalen, totdat een meedogenloos zwaar gitaarakkoord zijn intrede doet. De gitaaraanslag is te horen, waarna het akkoord lang naklinkt. Ondertussen vinden bewegingen plaats rondom dat zware akkoord, al worden ze bij elke aanslag bijna weggeblazen. Het is alsof de bewegingen het logge gitaarmonster uitdagen. Zodra het monster stilhoudt doemen de scherpe klanken weer op. Op de achtergrond klinkt een drietonig motief dat de muziek in beweging houdt. Het gitaarmonster keert uiteraard terug, nu omringd door nog meer uitdagende klanken en feedback. Het geheel is zeer doordringend en onontkoombaar.

Het muzikale landschap wordt wat lichter van kleur in ‘Altar II (Bloom)’, waarin de zware drone ook wordt losgelaten en ijlere klanken op de voorgrond treden. Dat betekent allerminst dat er geen dreiging meer is, want een grofkorrelige gitaarsound is nog steeds aanwezig, als om de onheilstijding te bewaken, en ook andere klanken hebben een venijnig karakter. In de tweede helft van het stuk zorgen enkele bastonen ervoor dat de muziek niet te veel gaat zweven. Ook in ‘Altar III (Overgrowth)’ bevat de muziek ademruimte, maar steeds weet Bončina de dreiging intact te laten. Ook de melodie die opduikt brengt daar geen verandering in. Die melodie contrasteert met de zware drone die wordt ingezet, maar gaat er tegelijkertijd uitstekend mee samen en lijkt er soms zelfs in te verdwijnen. De dynamische verschillen worden breed uitgemeten in een stuk waarin de nodige details verstopt zijn, achter de zware drone of in de bewegingen daarin of tussendoor.

De storm luwt enigszins als ‘Altar OUT (Endlessness)’ begint. De dreiging bevindt zich in de verte en even lijkt het erop dat de vrede is teruggekeerd. Er doemen echter alweer nieuwe gevaren op in de vorm van een repeterend motief dat langzaam dichterbij komt en een nadere invulling wordt gegeven met nieuwe klanken. Voor je het goed en wel in de gaten hebt, zwelt de boel aan en bevindt je je als luisteraar in een nieuw intens geluidslandschap dat je niet meer loslaat. Altars doet niet aan vredelievendheid. Wat hij wel doet, is onheilspellende soundscapes creëren die je, mits afgespeeld op het juiste – hoge – volume, met je hele lijf ondergaat. Het doet soms pijn, maar wat is het ontzettend lekker.

Altars bandcamp

Primož Bončina website