Subroutine, 2021

Een van de mooiste gitaarplaten van eigen bodem is – naar Opduvels bescheiden mening – Self_Serving Strategies van HOWRAH. Deze plaat uit 2018 draait nog regelmatig rondjes en heeft nog evenveel impact als destijds. Niet dat het een album is dat groots uitpakt, integendeel. De liedjes zijn niet emotieloos maar ontdaan van overbodige pathos en de gitaren mogen op Sonic Youth-achtige wijze op elkaar inwerken, waarbij het verschil is dat de Nederlandse band veel meer songgericht is dan de Amerikaanse. Drie jaar later is het tijd voor de opvolger, Bliss.

HOWRAH kent zijn oorsprong in de bands Zoppo en Space Siren. Gitarist Kees van Appeldoorn speelde in de eerstgenoemde band, drummer Inneke Duijvenvoorde en bassist Aico Turba in de tweede. Op het debuutalbum was Slow Worries-gitarist Gijs Loots bandlid, maar op dit tweede album is de tweede gitarist Bart Schotman (The Howl Ensemble). Het doet aan het bandgeluid als geheel niet af; de sound van HOWRAH in de nieuwe bezetting komt overeen met die op de eerste plaat. Wel zijn er wat nuanceverschillen.

De grote vraag is echter of de band het hoge niveau van hun debuut op Bliss weet vast te houden. Daar lijkt het in eerste instantie niet op. De songs op het nieuwe album liggen in het verlengde van wat de groep deed op Self_Serving Strategies, met het verschil dat de nieuwe plaat wat meer naar binnen gekeerd klinkt, introverter en aanvankelijk ook wat slomer. Aan dat laatste is de zang van Van Appeldoorn mede debet, want hij doet geen moeite om een heilig vuur in zijn voordracht te leggen. Hij zingt echt, maar op een manier zoals iemand praat, zonder opsmuk en zonder pathos. Dat komt wat droog over en sommigen zullen het als saai ervaren. Het past echter perfect bij de melancholieke gitaarliedjes die HOWRAH maakt.

Na een paar draaibeurten beginnen wat puzzelstukjes op hun plek te vallen, groeit het album. De gitaarpartijen zijn net als voorheen de grote troef van de band. Dissonanten worden niet geschuwd, het mag schuren en de manier waarop de verschillende lijnen in elkaar zijn gevlochten maken dat de muziek lééft, een ietwat venijnige ondertoon heeft die voor het scherpe randje zorgt wat broodnodig is om de nummers boven het predikaat ‘leuke liedjes’ uit te doen stijgen. Naar een echt stevige indierocker als ‘Dots’ van het debuutalbum is het vergeefs zoeken; de songs op Bliss zijn wat beheerster (niet gepolijster!), subtieler misschien ook, maar daarom niet minder mooi.

De beheersing is echter ook vaak schijn; een flink aantal songs bevat stekeligheden die bij oppervlakkige beluistering niet echt naar voren komen, zoals de gruizige gitaarstukken in ‘Noname’, een van de wat langzamere songs die niet direct pakt maar bij elke draaibeurt naar grotere hoogte groeit. In ‘Find a Voice’ tingelen de gitaren om elkaar heen. De verrassing zit in deze song echter in het koortje in het refrein, een atypische zet voor HOWRAH. ‘Losing Our Edge’ is een melodieus stuk met syncopische bewegingen. Er zit een soort rust in het stuk terwijl er toch bedrijvigheid alom is.

Ten opzichte van de eerste plaat is de steming op Bliss nog wat somberder. Daar kunnen de schitterende gitaarpartijen niet aan afdoen. Die constrasteren fraai met de melancholische zangmelodie in opener ‘A Steady Beat of Lies’. Opvallend is daarnaast de melodieuze rol die de bas van Turba inneemt. De baspartij is oersimpel, maar goed hoorbaar en o zo effectief. Het gebruik van een tamboerijn door Duijvenvoorde pakt in veel songs ook goed uit, zoals in de tweede song ‘Crossed Wire Worries’, een van de vlottere én betere songs op het album, in de gitaarpartijen refererend aan Sonic Youth maar ook aan de oudere Blonde Redhead en zelfs aan Nederlands beste gitaarband ooit Suimasen.

Mooi is hoe de bas een gelijkwaardige rol heeft ten opzichte van de gitaren in ‘A Made Up Sound’, totdat de gitaren hun eigen weg gaan, experimentele klanken toevoegen en elkaar vinden in langs elkaar schurende melodische lijnen. Een keyboard wordt toegevoegd in ‘Destroyer’, waarin opnieuw de melodische rol van de bas opvalt, naast de vrij stevige drumpartij. De tristesse druipt van de song af en het refrein is gezegend met een hemelse zangmelodie. Kippenvel. Een van de hoogtepunten is ook ‘Mistakes Were Made…’, dat een vrij langzaam tempo kent maar door de vele bewegingen in de gitaren, drums en bas helemaal geen trage indruk maakt. De song loopt over in ‘Sacred Noise’, dat weer zo’n fraaie baslijn heeft.

Het dynamische ‘A Naive Lust For Life’ is wat steviger aangezet dan de meeste andere songs, maar het blijft binnen de perken. Nergens vervalt HOWRAH in holle bombast en in een grootse sound is de band ook niet geïnteresseerd. Steeds zijn er de verfrissende dan wel stekelige gitaarpartijen, die ook hier ondersteuning krijgen van elementair toetsenwerk. HOWRAH eindigt Bliss met ‘Pool’, opnieuw een geslaagd staaltje melancholie verpakt in een avontuurlijke gitaarsong, deze keer met een opvallende ondersteuning van keyboards. Het is een perfect einde van een weergaloos album. HOWRAH slaagt er opnieuw in een van de mooiste gitaarplaten van de laatste jaren te maken.

HOWRAH website