Eigen beheer, 2021

In de Finse hoofdstad Helsinki woont percussionist Minna Koskenlahti. Zij is onder meer te vinden in Barlast, een band die Noordse volksmuziek en jazz combineert, en in het ensemble Meriheini Luoto & Metsänpeitto, dat minimalistische en avant-garde muziek speelt met een folkelement. Koskenlahti behaalde haar master aan de afdeling volksmuziek van de Sibelius Academie in Helsinki. Zij brengt nu haar eerste solo-album uit, getiteld Toinen/Other. Daarop speelt zij experimentele muziek op folk-percussie-instrumenten.

Voor de muziek op haar solodebuut maakt de Finse gebruik van een frame drum, een aloud instrument dat in vele culturen wordt gebruikt. Het is een ondiepe trom met een groot vel. Daarnaast gebruikt Koskenlahti een Spaanse tambora, een vrij diepe trom die aan twee kanten met een vel is bespannen. Op vijf van de zes werken die op het album zijn te vinden, vormen deze twee instrumenten de basis van de muziek. Met materialen als metaal, plastic en papier brengt de percussionist variabelen aan. In het slotstuk gebruikt zij een Zweedse houten fluit genaamd månmarkapipa.

Koskenlahti heeft zich laten inspireren door sociale thema’s. In haar kunst behandelt zij onderwerpen als kolonialisme, post-kolonialisme, anders-zijn, macht en geweld. Die thema’s komen terug op het album. De Finse muzikant liet zich in haar compositieproces ook door literatuur inspireren, met name door werken van Sara Ahmed, Frantz Fanon en Edward W. Said. Het belangrijkste is echter dat Koskenlahti zich bij haar muziek laat leiden door haar eindeloze verlangen om de grenzen en grenzeloosheid van haar instrumenten op te zoeken.

Alles bij elkaar heeft dat geleid tot een album met avant-gardistische trekjes waarop de hang naar het experiment – en ook het plezier daarin – goed naar voren komt en ook folk als invloed doorklinkt. Als geheel is de muziek vrij stemmig, hoewel duidelijk van gemoedsbewegingen wordt gewisseld en de muziek niet zwaar op de hand wordt. Dat laatste is ook dankzij het soepele en technisch knappe spel van de percussionist, die niet alleen ritmisch in de weer is maar regelmatig ook een melodisch aspect aanbrengt in haar muziek.

Het album opent zachtjes met ‘Hävittäjä (Destroyer)’, waarin Koskenlahti met haar vingertoppen over de tambora en de framedrum wrijft. Door kleine oneffenheden in het vel ontstaan krakende en ruisende geluiden. De opnamemicrofoons zijn strategisch geplaatst, zodat elk klein geluid goed te horen is. Het contrast in klank tussen de diepe tambora en de ondiepe framedrum valt op. De diepte van het Spaanse instrument leidt tot een lage en ietwat grommende toon. Door de snelheid van de bewegingen te variëren ontstaat een spannend en donker getint muziekstuk. Zodra de percussionist met haar vingers gaat slaan op de trommels, verandert de teneur van het stuk, al blijven de wrijvende bewegingen en daarmee de donkere teint intact.

‘Tunto (Sense)’ is een meer open klinkend stuk waarin een duidelijk ritme naar voren komt dat een tribale inslag heeft. Daaromheen ‘rommelt’ Koskenlahti met haar vingers over de framedrum. De plek waar en de manier waarop zij het instrument raakt, bepalen het geluid en de toonhoogte en zo heeft zij een heel arsenaal aan klanken tot haar beschikking afkomstig van slechts één eenvoudig percussie-instrument. Ook de akoestiek van de ruimte wordt gebruikt, met name van de galm die ontstaat. Aanvankelijk is het tempo van ‘Tunto (Sense)’ vrij traag en gaat van het dwingende ritme enige dreiging uit. In een sneller gedeelte gebruikt Koskenlahti een groter deel van haar hand en speelt zij dicht bij de rand, waardoor een hardere sound ontstaat.

Nieuwe percussie-elementen doen hun intrede in ‘Varjostaja (Shade)’, dat begint met het rammelen met een geprepareerde ketting. Het aangenaam klinkende geluid wordt gecombineerd met lange dreigende klanken die ontstaan door het wrijven op de framedrum met kleine drumsticks met daarop een bolletje. De bolletjes variëren in omvang en die omvang bepaalt de toonhoogte. Het stuk krijgt door die wrijvende klanken iets ambientachtigs, met een mysterieuze sfeer. In het werk wordt ook een stuk plastic gebruikt dat wordt rondgedraaid.

In ‘Massa (Mass)’ maakt Koskenlahti gebruik van kleine bekkens. Een aantal daarvan ligt op de tambora, terwijl zij een bekken in haar hand houdt, naast een metalen staafje. Met de voorwerpen in haar handen heeft de Finse veel mogelijkheden. Na een paar minuten ontstaat een aanstekelijk ritme, waarop de percussionist varieert terwijl de basis van het ritme steeds intact blijft. Het ritme werkt verslavend en nodigt uit tot dansen. Het contrast met ‘Pura (Unsettle)’ is groot. Opnieuw gebruikt Koskenlahti bekkens, die zij aanslaat met de knie en vervolgens laat zweven boven de frame drum, die mee resoneert. Soms lijkt welhaast een elektronisch effect te ontstaan, maar het zijn louter akoestische klanken die je hoort. Met een platte bezem wordt over de frame drum gewreven in een wat onrustig onderbroken ritme.

In slotstuk ‘Viimeinen (Last)’ klinkt een klaaglijke folkmelodie op de månmarkapipa. Daarna wordt een repeterend patroon neergelegd met een duidelijke ritmische component. Twee patronen worden door elkaar geweven, waar de melodie bovenop wordt gelegd. Met papier worden wat ruisende klanken toegevoegd. Het gelaagde stuk wijkt duidelijk af van de andere werken op het album, maar treft wel een sfeer die bij het album als geheel past, niet in de laatste plaats door het gebruik van papier, waarmee het stuk ook wordt afgesloten. Het is een mooi einde van een sfeervol en muzikaal rijk album waarop Koskenlahti je moeiteloos meeneemt in haar muzikale wereld. De thematiek is erin terug te vinden, maar die is niet noodzakelijk om van de muziek te kunnen genieten. Toinen/Other is een toonvoorbeeld van hoe met bescheiden middelen diepgaande en indrukwekkende muziek kan worden gecreëerd.

Toinen/Other bandcamp

Minna Koskenlahti website