Twee Engelse bands van verschillende snit. De een hip en enigszins gehypet, de ander van de straat en onverstoorbaar zijn ding doend. Op dezelfde dag in januari brachten Shame en Sleaford Mods hun nieuwe album uit. Het zijn twee goede platen, maar de een bekoort Opduvel veel meer dan de ander. Wat is de een en wat de ander? Lees verder.

Shame – Drunk Tank Pink

Dead Oceans, 2021

Het is de laatste paar jaar een drukte van belang in post-punkland, maar desondanks wist de Londense band Shame zich drie jaar geleden met Songs of Praise moeiteloos in de kijker te spelen. De energieke muziek klonk niet zozeer origineel als wel gedreven en oprecht en de scherpe en intelligente gitaarpartijen en overtuigende zang droegen evenzeer bij aan een zeer geslaagd debuut.

Bijna exact drie jaar later is er Drunk Tank Pink en daarop vaart Shame een wat andere koers. Het is duidelijk dat we te maken hebben met een band die zich wil ontwikkelen en niet nogmaals met eenzelfde plaat wil komen. Dat valt te prijzen en de tweede plaat van de Britten doet dan ook niet veel onder voor de veelgeprezen voorganger. Het album is gevarieerder en zit bovendien gewiekster in elkaar.

Toch is er een maar. In tegenstelling tot Songs of Praise doet een flink aantal songs op het nieuwe album Opduvel niet zo veel. Emotioneel weet de band niet te raken en muzikaal, hoe goed ook, doet Shame denken aan een aantal bands waarmee de vergelijking in het nadeel van de Londenaren uitvalt. Om er een paar te noemen: Idles, XTC, The Fall en Parquet Courts. Er zijn mindere goden om mee vergeleken te worden, dat is waar, maar waar de vier net genoemde bands meestal tot songs weten te komen die nog lang in het hoofd blijven nagonzen, daar komt Shame op de nieuwe plaat een stuk minder ver.

Maar zoals gezegd: Drunk Tank Pink is een goede plaat en de gedrevenheid van de band komt nog steeds over, zeker in de onstuimige opener ‘Alphabet’, die dan weer wel erg aan Idles doet denken. Het jachtige tempo met een stuwend gitaartje is hier de meerwaarde, evenals de ruige gitaarsolo, waar tegenover staat dat het refrein dreint en weinig memorabel is. ‘Nigel Hitter’ is met zijn hoekige ritmiek een stuk beter. Het is een geslaagde kruising tussen Parquet Courts, XTC en The Fall en was de hele plaat zo sterk als deze song, het zou een wereldplaat zijn geweest. Wel wordt wat overvloedig gebruik gemaakt van de tamboerijn en hetzelfde euvel doet zich voor in ‘Born in Luton’, dat verder weinig onderdoet voor ‘Nigel Hitter’ en met zijn bijna pesterige vertraging van het tempo de luisteraar op fraaie wijze op het verkeerde been zet, in ieder geval bij de eerste beluistering.

Luchtiger gaat het eraan toe in ‘March Day’, wat goed is voor de variatie. Wel lijkt Shame hier behoorlijk op Parquet Courts. Veel gedrevener dan in ‘Water in the Well’ kan het niet, maar toch wordt langzamerhand duidelijk dat de muziek van de Engelsen, hoe geestdriftig die ook voor het voetlicht wordt gebracht, bedacht is en minder spontaan dan je op het eerste gehoor zou bevroeden. Ritmisch blijft het echter smullen, ook in ‘Snow Day’, dat alles in zich heeft om een killersong te zijn maar langs te veel stations moet om zijn punt te maken. Daar doet de overtuigende sound niet aan af. Shame neemt daarna wat gas terug in ‘Human, for a Minute’, wat zeker welkom is, maar hou eens op met die tamboerijn!

Volle bak vooruit gaat het met het energieke en lekker puntige ‘Great Dog’, al moet het lied het meer hebben van zijn furie dan van de songkwaliteit. Dat beide elementen goed samen gaan, bewijst de band met ‘6/1’, waarmee pas echt een oplawaai wordt uitgedeeld. Ook ‘Harsh Degrees’ behoort tot de hoogtepunten op Drunk Tank Pink, met zijn opwindende sound en nerveuze dadendrang. Rest nog de relatief lange afsluiter ‘Station Wagon’, een niet helemaal geslaagde poging om tot een epischer song te komen.

Nogmaals: de nieuwe Shame is een goede plaat. Toch blijft het gevoel hangen dat er meer in had gezeten. Er is duidelijk veel energie in de songs gestoken. Er is niet veel aan het toeval overgelaten en dat hoor je. Het zorgt ervoor dat de muziek uiteindelijk niet echt weet binnen te komen, een paar ijzersterke songs daargelaten. Wellicht is de tand des tijds vriendelijk voor Drunk Tank Pink en moet het oordeel dan worden bijgesteld. Voor nu overheerst een gevoel van lichte teleurstelling.

Sleaford Mods – Spare Ribs

Rough Trade, 2021

Nee, dan Sleaford Mods. Die doen onverstoorbaar hun ding, al sinds hun oprichting in 2007. Het duo Jason Williamson en (sinds 2012) Andrew Fearn weet elke nieuwigheid en alle trends te omzeilen en heeft ook niet de neiging om hun kaal klinkende muziek met veel muzikale tierlantijnen te versieren. Het is wat het is en je krijgt wat je krijgt. Daar is in dit geval helemaal niets mis mee.

Een elektronisch ritme en een harde en dwingende baslijn, meer heeft Fearn niet nodig om een song te creëren. Dat hij dat al jaren op eenzelfde manier doet, het zij zo en het doet er bij het tweetal uit Nottingham ook niet echt toe. Paar pas op: stiekem is Fearn veel inventiever dan de basic sound doet vermoeden. Waar Shame losjes citeert uit werk van anderen, daar put Sleaford Mods muzikaal voornamelijk uit het eigen verleden. Ze komen er nog steeds mee weg. Sterker nog: Spare Ribs behoort tot hun beste werk.

Ondertussen is het duo wel degelijk bij de tijd, want de onderwerpen die Williamson uit zijn niet door tafelmanieren gehinderde mond spuwt betreffen actuele onderwerpen die op sarcastische wijze voor het voetlicht worden gebracht. Het geeft de muziek een extra gevoel van urgentie, hoewel ook zonder de teksten de muziek moeiteloos overeind zou blijven.

Als je er van Williamson van langs krijgt, dan krijg je er goed van langs. Zoals bijvoorbeeld de Britse Dominic Cummings, vertrouweling van Boris Johnson, in ‘Shortcummings’: “He’s gunna mess himself such much / But it’s all gunna come down hard”. Het uitdelen van sneren is aan de vocalist welbesteed, maar zijn scherpe observatievermogen is ook een van de troeven in de teksten. “Out there, I run my fingers through my hair / I wanna tell the bloke that is drinking near the shop / That it ain’t the foreigners / And it ain’t the fuckin Cov / But he don’t care”, praatzingt Williamson in ‘Out There’, waarin een misantropisch beeld van het huidige Engeland wordt geschetst en waarin verderop de even humoristische als wrange oneliner “Let’s get Brexit fucked by an horse’s penis until its misery splits” in het oog springt. De zware achterliggende beat en ritmiek zijn donker maar werken zwaar verslavend.

In het al genoemde ‘Shortcummings’ legt Fearn een snoeiharde baslijn over een licht elektronisch ritme, waarin zo nu en dan een simpele gitaarlick aan wordt toegevoegd. Dat is het en het zou na tien minuten nog steeds werken. Het tweetal houdt het bij drieënhalve minuut. In het met een hiphopbeat gezegende ‘Nudge It’ mag Amy Taylor (Amyl & The Sniffers) haar vocalen toevoegen aan de rudimentaire sound en het cynische gesneer van het Engelse duo. Het rappen gaat haar goed af. Synthpop uit de jaren tachtig doet voorzichtig zijn intrede in ‘Elocution’ en zo wordt toch steeds voldoende variatie aangebracht om te blijven boeien.

In ‘Top Room’ is de dominante baslijn afwezig, maar ook drums en een zenuwachtig synthlijntje doen de truc. Meer muzikaal ingekleurd is ‘Mork n Mindy’, waarin Billy Nomates met haar vocalen de nodige soul aanbrengt. ‘Maximaler’ dan dit wordt het niet bij Sleaford Mods. Het kan wel zwaarder aangezet, getuige de titelsong, waarin een elektronische riff de dwingende factor is en tegen het einde een zalvende synth opduikt die daar mooi mee contrasteert. Hard binnenkomen doet ook ‘All Day Ticket’, maar ach, eigenlijk heeft elke song op Spare Ribs een beat, ritme, nuance of detail die ervoor zorgt dat je als luisteraar als snel verkocht bent.

Sleaford Mods mag dan geen revolutie ontketenen als het gaat om muzikale vernieuwing, uniek is het duo wel. Aan punk-attitude heeft het duo nog niets ingeboet, de maatschappijkritiek is scherp en de muzikale invulling is in al zijn eenvoud subliem. Spare Ribs is een zeer fraai album, en ja: zo’n plaat mogen ze best nogmaals maken.

Drunk Tank Pink bandcamp

Spare Ribs bandcamp