Gitarist, zanger, toetsenist en drummer Michel Geelen uit het Brabantse Boxtel is een muzikant die min of meer in de marge is gebleven, maar toch het nodige succes heeft gekend. De volgende maand 52 kaarsjes uitblazende muzikant speelt al vanaf zijn zeventiende in bandjes. In al die jaren heeft hij wars van trends zijn eigen ding gedaan, waarin zijn liefde voor punkrock en zijn voorkeur voor een lo-fi sound de rode draad vormen. Binnenkort verschijnt het debuutalbum van Bambi Choclate FC op cassette bij het kersverse label Harry Records. Dat is een mooie aanleiding om met Geelen in zijn muzikale geschiedenis te duiken, een geschiedenis die maar liefst veertien bands omvat.

Zoeken naar wat je wil

‘Na de middelbare school ging ik de verpleging in. De opleiding daarvoor was mijn redding, want het was werken en leren tegelijk. Continu op school zitten was niets voor mij. Ik had daar te weinig uitdaging en mijn concentratiespanne was erg laag. In de verpleging trof ik veel mensen die in bandjes speelden en die hadden weer  lp’s en cassettes van The Cure, Pixies, The Jesus & Mary Chain, The Cult, Ramones, Hüsker Dü, etc. Het was een hele creatieve linkse omgeving waar ik in terecht kwam en ik had er gauw mijn draai gevonden. In het personeelsgebouw was een bar, waar we urenlang kletsten over muziek en ook regelmatig optraden met mijn eerste bandjes.

Die eerste bandjes speelden nummers van de Ramones, The Stooges en Joy Division. Het was een leerschool van zoeken naar wat je wil gaan doen met muziek. Ik was destijds drummer. Ik heb nooit muziekonderwijs gehad, maar zocht zelf uit hoe dingen werkten. Ik kom wel uit een muzikale familie, van mijn oom Jan kreeg ik een drumstel en mijn opa zat meer in de fanfarewereld.’

Kachuk Whop

‘Tegen een vriend van mij, Joop Nieskens, die ik al kende vanaf de basisschool, zei ik: we beginnen een band. Hij werd bassist, ik zanger/gitarist. Joop en ik dachten: als we het echt beter willen doen, moeten we eigen nummers maken. We wisten helemaal niet wat we deden. Gewoon op gitaar wat verzinnen, spelen en dan was weer een nummer klaar. We hebben een drummer erbij gezocht, Rogier van Lieshout.  

Van het prijzengeld wat we wonnen bij talentenjachten maakten we een democassette en we ontwierpen t-shirts. Je had destijds in elke plaats wel een jongerensoos, dus speelden we daar overal. We deden ook festivals want ook daar stikte het van: Sjwaampop, Zomerpop, Op De Tôffel, Geusseltpop.

We deden mee aan de Grote Prijs van Nederland. Er speelden zes bands en wij waren als laatste aan de beurt. Het publiek had al wat drank op toen wij begonnen en het dak ging eraf. Van het optreden kwam een recensie met een foto in Oor en dat leverde veel extra aandacht en optredens op. We maakten een cd , gingen nog meer spelen en hadden een boekingskantoor. Rogier studeerde economie, die ging dat niet trekken, dus kwam er een andere drummer in de persoon van Marc Reijven.

In 1996 is Kachuk Whop gestopt. We hadden die piek gehad, maar het lukte of liep ineens niet meer.’

My Sister Susan en snOwball

‘Ik ben na Kachuk Whop meteen doorgegaan. Ik had wat nummers, die ben ik gaan opnemen met een viersporenrecorder die ik had gekocht. Eerst bracht ik wat cassettes uit onder de naam My Sister Susan. Later kwamen Rogier, inmiddels afgestudeerd, en Debbie Muijsers erbij, en deden we een flink aantal shows. Debbie werd het te veel, dus kwam  Joop er weer bij op bas. De Heideroosjes namen ons mee als voorprogramma. We speelden ook met de Travoltas en andere punkbandjes. Met My Sister Susan ging het later van punk naar meer pop. De broer van de drummer, Harald van Lieshout, speelde toetsen en kwam bij de band.

Na kort in Venray te hebben gewoond vanwege de opleiding tot verpleegkundige  in de psychiatrie, woonde ik inmiddels in Eindhoven. Ik kwam een paar keer per week in de Effenaar, daar woonde ik vlakbij.  Ook kwam ik veel in platenzaak Bullit en dus breidde mijn cd- en vinylcollectie zich snel uit. In PopEi, een Eindhovens zaaltje, heb ik met wat mensen kennisgemaakt die vroegen of ik voor het plaatselijke popblad Pop-Eye wilde gaan schrijven. Ik werd ook bezorger en ging voor het blad ook interviews doen. Voor zo’n interview kwam ik bij Plunk, dat was het gesprek waarin ze aankondigden dat ze gingen stoppen.

Adrie Kauwenberg, zanger en gitarist van Plunk, wilde verder met een andere band. Dat werd snOwball, waar ik bij ging drummen. We hebben vier ep’s gemaakt en de Eindhovense popprijs gewonnen. Het was een Weezerachtig bandje. Ik speelde in My Sister Susan en snOwball tegelijk. Het was destijds wel een mooie balans: bij de een schreef ik de liedjes, zong ik en speelde ik gitaar en bij de ander was ik alleen de drummer.

Ik hou van het fysieke van drummen. Vroeger thuis kon mij dat rust geven, want ik was een ADHD-achtig type. Ik was altijd hyper, altijd druk. Ik kon mijn energie in het drummen kwijt. Op de middelbare school keek ik de klok rond tot ik weer naar huis kon. Later kreeg ik een akoestisch gitaartje en een bandrecorder. Weer later kwam er een keyboard bij. Ik was dus toen al aan het knutselen en dat doe ik nog steeds. De wereld is buiten en ik ben aan de slag.

My Sister Susan en snOwball zijn niet lang na elkaar gestopt. De toetsenist van My Sister Susan ging emigreren en bij snOwball was ook de sjeu er af.’

Emotional Elvis

‘Ik was een vrouw tegengekomen waar ik zo verliefd op was dat ik er helemaal ondersteboven van was. Na een paar keer daten gaf ze aan dat een relatie er niet in zat. Ik ben tot op het tandvlees gegaan, was ontzettend verdrietig. Wat te doen? Ik ben heel veel muziek gaan maken. Een maand of twee later liet ik dat horen aan Adrie en een paar anderen. Die hadden zoiets van: wat is dit nou? Het was echt een freaked out plaat. Ik ben altijd een liefhebber van lo-fi geweest. Die eerste plaat van Emotional Elvis, dat was inpluggen en spelen en door mijn verdriet en labiliteit kwam er iets vreemds uit. Door de emotie wordt de creativiteit nog meer gestuwd.

Het was wel een ratjetoe: het ging van hiphopbeats naar country, van hiphop met een banjo naar punk, en dan weer iets met samples. Ik dacht ik breng het gewoon uit. Er ontstond een kleine buzz: we stonden in Oor en kregen mega reviews. We waren op Studio Brussel en de VPRO kwam om een special te maken. Er hingen allemaal boekers aan de telefoon voor optredens, maar er was geen liveband. In allerijl is een bandje geformeerd. Ik deed zang, toetsen, drums, akoestische en elektrische gitaren, Adrie toetsen, gitaar en bas en Roelof van Driel (eerder ook in Plunk) drums en toetsen. We hadden DJ Dees als scratcher en Franco Panico (eerder in Def Real) achter de mengtafel die ook de samples en hiphop-beats aanstuurde waar we overheen speelden.

We schreven ons in voor de Wraak van Brabant. Ons derde optreden was de finale, waar we een tweede plek haalden. Voor het tweede album maakte ik een fout. Ik ging heel erg proberen nog zo’n eerste plaat te maken, maar dat gaat niet. Een plaat die piept, kraakt, ruist en wringt maar in de intensiteit alles heeft, maak je in een bepaalde mindset. Dat kun je niet bewust sturen. De plaat werd ook minder ontvangen.

Eén nummer, ‘Hiphop/Breakdance’, was wel geslaagd en is als single veel gedraaid. De clip was te zien op MTV en we gingen naar Stenders en Beelen en naar Studio Brussel. Die plaat die niet zo goed werd ontvangen, werd gered door de single. Bij een label hebben we een contract getekend en een derde album gemaakt. Echter dat steeds langsgaan in Hilversum voor livesessies en interviews, dat was niet mijn wereld. Ik heb daar niets mee.  

Als de toptijd is geweest, dan stoppen dingen. Zo ook bij Emotional Elvis, dat eindigde in 2007. Ik verhuisde naar Boxtel, maar mijn muzikale leven ging gewoon door.’

Red Zone Cuba, Goo Goo Muck, Candy in Helsinki en A Girl Called M

‘Aan het einde van Emotional Elvis zat ik als drummer in Red Zone Cuba. Daar zat ook weer Mark Deckers in, oud-gitarist van snOwball in. Het was een garage surf band.

Toen Red Zone Cuba stopte, ging ik met Bjorn van Zwanen op toetsen en Mark van Red Zone Cuba op gitaar en zang verder en noemden we ons Goo Goo Muck. We zijn gaan repeteren en hebben een cd opgenomen. Toen Lux Interior van The Cramps overleed (in februari 2009, red.) stonden wij op het Memorial Fest in de Melkweg in Amsterdam.

Ten tijde van Red Sun Cuba zat ik ook in Candy in Helsinki. Ik had wat leuke liedjes gemaakt en met wat vrienden spraken we af: we maken een mini-cd en doen tien optredens. De cd kreeg leuke reviews, we deden de optredens en toen zijn we gestopt.

Onder de naam A Girl Called M maakte ik een wave/Cure-achtige ep en deden we twee shows als releaseparty.’

The Galactic Lo-Fi Orchestra

‘Ik ben naar Boxtel verhuisd, heb een relatie en kinderen gekregen en een huis gekocht. In de tuin heb ik een hok gemaakt en daar knutsel ik aan mijn muziek. Zo ontstond The Galactic Lo-Fi Orchestra. Onder die naam heb ik vier albums gemaakt. Live was dat een band, maar van de vier platen heb ik er drie alleen gedaan. In de band zaten Adrie op bas, Roelof op drums, Harald (terug van emigratie) op toetsen en mijn schoonbroer Joris de Nijs op gitaar. We speelden weer veel: popronde, Effenaar, Patronaat, Willem Twee, en festivals, met name in de begintijd. De laatste twee platen zijn ontzettend goed ontvangen. Het was lo-fi en muzikaal knutselen. Ik voegde toetsen, handclaps  xylofoontjes en zo toe.

Ik ben met The Galactic Lo-Fi Orchestra gestopt omdat ik dacht het is nu klaar, het is goed geweest.’

Lange leve lo-fi

‘Je kunt tegenwoordig een hoog stadium van perfectie bereiken. Het leven is dat niet, en bij muziek hoeft dat ook niet. Dat het piept of kraakt of wringt vind ik niet erg. Het is dan puur en origineel, dat onaffe en schetsmatige. Het creatieve product hoeft niet gepolijst te klinken.

Je vraagt naar de vervorming op de zang. Ik hou ervan, van dat geluid. Ik weet dat ik niet echt een goede zanger ben. Als ik aan het mixen ben, denk ik: zet er maar distortion op, dan hoor ik mezelf niet. Distorted en ruisachtig, zo is het ook in mijn hoofd. Dingen die ik in mijn hoofd heb kan ik snel vertalen naar geluid. Dan klinkt het al gauw ADHD- of ruisachtig. Ik ben wel een purist als het gaat om het lo-fi geluid. Ik neem alles op wat ik speel en alles wat je hoort is ook live gespeeld. Niets is geknipt en geplakt, het enige wat ik gebruik is een clicktrack.’

Driftmode, Big Lake Tiny, Death Star Discotheque en The Japanese Karaoke Show

‘Eugene Broeren kwam bij The Galactic Lo-Fi Orchestra als gitarist, daar Joris emigreerde. Toen hebben we samen onder de naam Driftmode tussendoor een ep gemaakt, dat was shoegaze à la The Jesus & Mary Chain.

Ik zat ten tijde van The Galactic Lo-Fi Orchestra ook in Big Lake Tiny, daar was Adrie weer de liedjesschrijver en zanger/gitarist. De muziek was alt-country. Ook Joris deed mee en ik speelde opnieuw drums. Ook met Big Lake Tiny ben ik gestopt. Ik dacht ik ga weer een nieuw eigen ding doen vol enthousiasme.

Na de split van The Galactic Lo-Fi Orchestra bleef ik met Eugene liedjes maken. We hadden veel dingen opgenomen, veel ideeën, maar die weken heel erg af van Driftmode. Toen zijn we met z’n tweeën de eerste Death Star Discotheque ep gaan maken. Later kwam Roelof erbij als drummer. Een bassist zoeken is er nooit van gekomen. Toen we klaar waren om live te gaan spelen, hadden we meteen de ep. Dat doet het goed, dan val je meteen op. We deden een hele rits optredens, ook nog een trip naar Duitsland, stonden we in Wild at Heart in Berlijn. In het najaar van 2019 hebben we ontzettend veel gespeeld: Willem Twee, De Pul, een hele serie. We hadden nog een flink aantal optredens  voor de boeg en toen kwam corona. We hebben nog wel twee singles uitgebracht. Die hebben een behoorlijke exposure gehad. Ze zijn veel gedraaid op onder andere Kink FM.

Naast The Galactic Lo-Fi Orchestra en Big Lake TIny en voor Driftmode en Death Star Discotheque heb nog een tijdje een one man trash band gehad: The Japanese Karaoke Show. Ik drumde met de voeten, speelde gitaar en zong.’

Bambi Choclate FC

‘Ik had een aantal lo-fi liedjes opgenomen en dacht ik vind het toch lekker, dat geluid. Death Star Discotheque was meer geproduceerd. De plaat van Bambi Choclate FC heb ik niet gemixt en gemastered, alleen her en der het volume rechtgezet. Het was spelen, opnemen, klaar. Af en toe gaat het fout, maar dat hoort erbij. Ik hou erg van die eerste platen van Guided By Voices. Alien Lanes, dat klinkt geweldig. Dat heb ik zelf ook voor ogen.

Samen met bassist William van Houtum en weer Rogier op drums zijn we gaan repeteren. We willen een nieuw album uitbrengen in 2021 en hopelijk ook wat optredens doen. De nieuwe plaat ben ik nu aan het opnemen, met de bassist. Nu met corona doen we dat door bestanden op en neer te sturen. De drummer vindt het leuk om te drummen bij optredens, maar opnemen en die toestanden hoeven voor hem niet. Ik drum het nu in.

Ik kreeg een mailtje van Harry Records, een cassette tape only label, dat ze Bambi Choclate FC wilden uitbrengen op cassette. Ik vind het wel leuk, die nostalgie van de cassette.’

Toen en nu

‘Door de muziek kom ik ook veel met jongere mensen in aanraking. Het valt me op dat jonge mensen echt goed kunnen spelen, ook de mensen in het alternatieve circuit. Ze maken ook goede liedjes. Ik heb toentertijd zelf het hele proces moeten ontdekken. Voor een demo moest je naar een studio. In de jaren daarna kwam de viertrackrecorder, toen werd het betaalbaar. Mensen maken nu thuis op de computer platen.

Ik doe ook boekingen voor het popfestival hier in Boxtel. Ik krijg ontzettend veel mails van bands. In heel veel bio’s staat de naam Foo Fighters. Ze kunnen goed spelen maar de sound blijft  hetzelfde. Dat vind ik dan weer jammer. Er ligt veel nadruk op techniek. Er heerst in de bandwereld ook wel snobisme: wij zijn beter. Ik merk nu ik boekingen doe dat bands zeggen: waarom heb je voor die band gekozen, zij hebben minder Facebookvrienden dan wij. Ik vind iedereen die muziek maakt leuk, al heb ik met sommige dingen niet zoveel, zoals Top 40 en coverbandjes.

Voor mij is het grootste goed altijd geweest lekker uitleven in creativiteit. Ik heb dat wel altijd serieus genomen, zonder dat ik mezelf heel serieus ben gaan nemen. Het heeft me rust gebracht. De ADHD is wel weg op je 52e maar de muziek heeft het ook kunnen kanaliseren én het heeft me hechte vriendschappen gebracht. Een harstikke leuk leven. Ik ben overal geweest, ging een week lang de Ramones zien, kon zelf muziek maken en clipjes in elkaar timmeren. 

Bij Death Star Discotheque gooide corona roet in het eten, maar verder gaat het wel goed. We hopen volgend jaar de draad weer op te pakken. De Effenaar staat al op het programma. We zitten bij een internationaal boekingskantoor en binnenkort hebben we overleg met een platenlabel. We zijn nu aan het kijken wat we binnenkort uit gaan brengen. We denken aan een ep op 12” vinyl. De opnames zijn al gemaakt. In februari zouden we weer naar Duitsland gaan, het is even afwachten of dat doorgaat. De boeker had ook shows in Engeland geregeld, maar dat is allemaal gestopt. Hier thuis doe ik nog een ander ding met veel toetsen, heel Grandaddy-achtig.’

Muziek als ultieme uitlaatklep

‘Waarom doe ik dit? Het is een verslaving maar ook het kanaliseren van mijn drukke hoofd en lekker creatief bezig zijn. Een ander gaat sporten, mij lukt dit het beste. Het is een machtig iets. Ik hoop dat mijn kinderen het ook gaan doen.

Bij Harry Records noemden ze mij een lo-fi legende, dan denk ik: nou nou. Soms lees ik woorden terug in recensies als cultheld of paradijsvogel. Dat vind ik wat overdreven. Ik krijg wel terug van andere mensen dat ze het mooi vinden wat ik doe en hoe ik leef. Het doet me wel goed om dat te horen.

Muziek maken is me nooit gaan vervelen. Ik heb vooral ook veel interessante mensen ontmoet, altijd veel plezier gehad en veel gelachen. De laatste jaren lukt het beter om rust te vinden, vooral ook door mijn relatie met Mariëlle. Vroeger ging  ik van het een in het andere. Dan speel je zoveel. Dan stond ik op te treden op een groot podium en had ik geen rust om ervan te genieten. Na het optreden ging ik meteen naar huis want ik moest nieuwe nummers maken.

Ik werk met mensen samen die totaal anders zijn dan ik. Drummer Roelof trapt af en toe op de rem. Eugene is in extremis anders dan ik. Hij is super rustig, relaxt en heeft te maken met een druktemaker als ik. We gaan samen naar concerten en festivals. De gemene deler is altijd de muziek.’

Bambi Choclate FC bandcamp

Death Star Discotheque bandcamp