Eigen beheer, 2020

De elektronica-muzikant Rutger Zuydervelt bracht zijn muziek voorheen in een gelimiteerde oplage uit op drie inch cd-r’s. In 2007 had hij al meer dan dertig schijfjes van dat formaat uitgebracht. Een gedeelte van de tracks op die cd-r’s werd in dat jaar verzameld op Weleer, een dubbelalbum met maar liefst 22 tracks. Recent is Zuydervelt zijn archieven uit die periode ingedoken om nog eens te kijken naar welke nummers de verzamelaar destijds niet haalden.

De man uit Rotterdam besloot een aantal stukken die destijds niet gebruikt werden voor Weleer samen te brengen op een nieuwe verzamelaar. Die heeft hij de titel Wheeler gegeven, omdat de titel van de compilatie uit 2007 vaak op die manier foutief gespeld werd. Wheeler is niet zo’n extensieve collectie als Weleer, maar met tien tracks in 41 minuten kan toch van een heus verzamelalbum worden gesproken.

Wheeler beslaat de periode 2004 tot en met 2008. Net als de eerdere verzameling, geeft deze nieuwe compilatie een tijdsbeeld van waar Machinefabriek destijds mee bezig was, maar nu in de wetenschap dat daarna nog vele releases zijn gevolgd. Van een echt homogene verzameling is natuurlijk geen sprake, daarvoor was het werk van Zuydervelt ook destijds al te veelzijdig, maar toch passen de tien stukken, in lengte variërend van 48 seconden tot ruim tien minuten, prima bij elkaar.

Het langste stuk betreft de titeltrack, die is gemaakt in 2007 en in Zuydervelts archief ‘soundmachinefabriek’ is genoemd. De muzikant weet niet meer of dat ook als de titel was bedoeld en waarvoor het stuk was bedoeld, maar hij besloot het tot de titeltrack te bombarderen van de collectie. In het stuk zit een voortsloffende beweging en daaromheen klinken drones, sommige opkomend en wegstervend, andere pulserend en klinkend als in een hoog tempo met een strijkstok bespeelde vioolsnaren. Harde klanken komen halverwege het stuk opzetten, waarmee de dreiging dichterbij wordt gehaald, en vervolgens vult de muziek zich met meer klanken, zonder dat echt sprake is van het toewerken naar een climax. In het laatste gedeelte zijn de meeste klanken verdwenen om plaats te maken voor elektronisch krakende en knisperende geluiden, met een geluidsstorm op de achtergrond.

Opener ‘Mosey’, afkomstig van Manchester uit 2006, bestaat voornamelijk uit harmoniumklanken die worden bewerkt en is een opvallend melodieus stuk. Van dezelfde cd-r komt ‘Barkat’, een kort stuk met spel op een ukelele (zo klinkt het althans) dat vergezeld gaat van pratende stemmen. Slotstuk ‘Bye Bye Bradford’ komt ook van Manchester, maar moet het minder hebben van melodie. Hier zijn drones, pulsatie, ruis en dynamiek de belangrijkste factoren.

‘Laat in de middag is het licht het mooist’ doet zijn naam eer aan, want door de aangenaam pulserende bewegingen is het niet moeilijk je een zonnige lente-avond te verbeelden. Dat is dan gerekend buiten de ontregelende geluiden en het dreigend toenemende volume. Alsof achter het mooie tafereel een duistere macht schuilt.

In ‘Stukjes 12 tot 15’ is een akoestische gitaar te horen waaraan subtiel elektronische geluiden worden toegevoegd. Met een organische overgang krijgen in het laatste gedeelte de elektronische geluiden de overhand en is de klankkleur drastisch gewijzigd. ‘Splinter 6’ is een kort stuk met ruis en echoënde klanken en wordt van melodische elementen voorzien door een snaarinstrument. Omgevingsgeluiden spelen een rol in ‘Bij Mirjam Thuis’. Zuydervelts toevoegingen blinken in dit mooi klein gehouden werk uit in eenvoud en subtiliteit.

‘Vancouver’ is afkomstig van de gelijknamige cd-r uit 2005, maar het stuk is voor deze verzamelaar opnieuw ge-edit door Zuydervelt. Het stuk is een en al beweging, zowel aan de oppervlakte als in de diepte. De geluiden, inclusief radiofragmenten, komen van overal en zorgen voor een constante dreiging. Opvallend is hoe het stuk even ontaardt in harde noise. Ook dreigend is ‘Hapstaart 2 tot 5’, door een pulserende klank op de achtergrond. Daarbovenop legt Machinefabriek allerhande elektronische klanken, van zware drones tot schurende, schuivende, knappende en vibrerende geluiden. Het stuk krijgt een wending als drones op de voorgrond treden en de elektronische geluiden iets verder naar achteren klinken. Wellicht is ‘Hapstaart 2-5’ het moeilijkst te doorgronden stuk op het album, maar spannend is het van begin tot eind.

De stukken die Zuydervelt voor Wheeler bijeen heeft gebracht verschillen van elkaar maar in alle veelzijdigheid is het toch overduidelijk het werk van Machinefabriek. De muziek roept vragen op over hoe het allemaal tot stand komt, hoe fragmenten of geluiden in elkaar grijpen, wat de drijfveren achter de muziek zijn en waarom de muziek soms een wending krijgt of van kleur verandert. Die opkomende vragen zijn onderdeel van de enerverende geluidservaring die Machinefabriek weet te bewerkstelligen. De muziek is nooit klinisch maar weet te raken. Dat geldt anno 2020, maar dat kreeg Machinefabriek zo’n vijftien jaar geleden ook al voor elkaar, zo blijkt uit deze verzamelaar.

Wheeler bandcamp

Machinefabriek website