Crazysane/Broken Silence, 2020

De uit Hamburg afkomstige muzikant Hans Frese was in zijn jonge jaren te vinden in emo- en hardcorebands als Hillside en The Now-Denial. Eenmaal volwassen geworden, stopte hij om zich toe te leggen op een reguliere baan. Zijn passie voor muziek ging echter niet verloren en na tien jaar zonder band, begonnen nieuwe songideeën op te komen in Frese’s hoofd. In zijn slaapkamer legde hij met zijn laptop de inmiddels tot songs uitgegroeide ideeën vast. Het was voor de zanger/gitarist tijd om weer een band te beginnen om daarmee de nummers naar buiten te brengen.

Philipp Heidemann was bassist in The Now-Denial (en speelde ook in Night Slug en EA80) en daarmee een logische keuze. Via hem werden gitarist Jens Sawatzski (Der Draht) en drummer Benjamin Koevener (ook als elektronica-muzikant actief onder de naam Exchampion) gerekruteerd en zo was Entropy een feit. Van het viertal verschijnt nu debuutplaat Liminal en dat is een album dat oude tijden doet herleven maar in het huidige tijdsgewricht beslist niet misstaat.

De muziek van Entropy is stevig geworteld in de jaren negentig. De band doet niet moeilijk over waar men de mosterd haalt: Hüsker Dü/Sugar/Bob Mould, Nothing, Torche, Dinosaur Jr., Swervedriver. Ergens tussen die bands in kan de muziek van de Duitsers worden geplaatst. De op Amerikaanse leest geschoeide muziek wordt op energieke wijze gebracht, met open gitaren, met een goed oor voor melodieën en met een zekere zwaarte. Binnen die kaders kan de groep uitstekend uit de voeten, wat wordt bewezen met een debuutalbum dat staat als een huis.

Er zit de nodige muzikale ervaring in Entropy, en dat betaalt zich op Liminal hoorbaar uit. De songs zitten goed in elkaar en worden gedegen uitgevoerd terwijl de spontaniteit wordt bewaard. In de alternatieve rock zitten de emoties aan de oppervlakte, zonder dat de muziek een te groot emo-gehalte bevat. De harde maar melodieuze sound klinkt natuurlijk en past de band als de spreekwoordelijke handschoen. Wel lijkt de tijd te hebben stilgestaan, maar wat maakt het uit als de jaren negentig-invloeden zo goed zijn geïncorporeerd in de sound van de band?

Liminal telt tien songs, waarvan er niet één uit de toon valt. Dat zou kunnen duiden op een te grote eenvormigheid, maar die valkuil weet Entropy handig te omzeilen. Elke song heeft zijn eigen specifieke kenmerken en door te variëren in zwaarte, tempo en dynamiek krijgt verveling geen kans toe te slaan.

Naast het uitstekende gitaarwerk, valt de goed gedoseerde tweestemmige zang op. In opener ‘Terminal’ geeft dat de stevige rock net dat extra melodieuze effect waardoor de song in je hoofd blijft hangen. De energie wordt geleverd door de hard doorhalende bas en gitaar. ‘The Enemy Doesn’t Sleep’ is trager en duidelijk zwaarder aangezet. Het spel met dynamiek werkt uitstekend en de verschillende ideeën waaruit het stuk bestaat, lopen op natuurlijke wijze in elkaar over.

Een beproefd jaren negentig indierock-effect is het leggen van een simpele en ten opzichte van de muziek wat trage zanglijn over een stevig gitaargedreven fundament. Entropy doet het op ‘Northern Line’ en het blijkt anno 2020 ook prima te werken. Dat komt niet in de laatste plaats doordat het onderliggende gitaarmotief zowel stevig als pakkend is. In ‘Age of Anxiety’ is de toon lichter, terwijl in het refrein even stevig wordt uitgepakt. De song contrasteert mooi met het trage, vooral in het eerste gedeelte bijna doom-proporties aannemende ‘February 20, 1974’. Door de vrij hoge, melodieuze zang, klinkt de melancholieke song echter niet donker.

Entropy doet aan variatie en dus is ‘Stuttering Days’ een uptempo song, waarna in ‘General System Theory’ het gaspedaal ingetrapt blijft en extra brandstof wordt toegevoegd. De zwaarmoedige kant die Entropy in zich heeft, komt naar voren in het langzame ‘Knausgardian’, waarin op fraaie wijze een stukje gesproken woord zit verwerkt. Ook de slepende afsluiter ‘A Dying Animal’ is een melancholiek getoonzette song. Het daarvoor geplaatste, jachtige ‘Balancing the Edges’ contrasteert daar weer mee.

Entropy ontdoet verschillende alternatieve rockelementen uit de jaren negentig van een laag stof en weet er in 2020 goede sier mee te maken. De band put zich niet uit in het aanbrengen van eigentijdse fratsen, maar houdt het bij de basisbeginselen. Bij dit soort energieke bands wil na een paar songs de moeheid nog wel eens toeslaan, maar Entropy klinkt over de hele linie springlevend. Dat geen originaliteitsprijs in het verschiet ligt, zal de Duitsers een rotzorg zijn. Liminal is gewoon een dijk van een indierock-plaat.

Liminal bandcamp