Polydor/Universal, 2020

In mei van dit jaar had het nieuwe album van LabrassBanda moeten verschijnen, maar ook hier gooide het coronavirus roet in het eten. Van de tour die de mannen uit het Zuid-Duitse Chiemgau hadden gepland, kwam niets terecht en de release van Danzn werd uitgesteld. Eind juli verscheen het album alsnog en daarop is te horen dat het zevental een iets andere koers is gaan varen ten opzichte van het vorige album.

In het kader van de vorige cd, Around The World, ging de Beierse band op wereldtoernee, die langs onder meer Ho Chi Minh, Hong Kong, Sydney, Wellington, Hawaï, Rio de Janeiro en Marrakesh voerde. De band zag hoe steeds op hun muziek gedanst werd en hoe dat in de plaatsen die werden aangedaan op verschillende wijze werd gedaan. Dansen staat bij frontman Stefan Dettl voor levensvreugde en dat is wat LaBrassBanda met zijn muziek wil uitstralen. Het is dus niet zo verwonderlijk dat het nieuwe album Danzn heet.

Wat wel enigszins verbaast, is dat de groep de invloeden uit alle windstreken wat naar de achtergrond heeft geduwd, hoewel ze her en der nog wel opduiken. Meer dan ooit is de band gericht op mainstream popmuziek. Daarnaast is opvallend dat met name disco een voorname rol speelt, naast vertrouwde stijlen als (dub)reggae, ska, hiphop en Beierse volksmuziek die in een modern popjasje wordt gegoten. Dat zorgt voor een minder eclectisch album en dat is even wennen. Het niveau van de voorganger wordt niet gehaald, maar toch weet Danzn de luisteraar uiteindelijk wel te pakken, al is dat niet over de hele linie.

LaBrassBanda is live een en al enthousiasme en als er geen corona bestond, zouden de mannen uit Chiemgau met het nieuwe album op zak regelmatig een kolkende massa creëren in verschillende delen van Duitsland. Het Beierse dialect is lastig te verstaan, maar dat staat het genieten van de opzwepende klanken niet in de weg. Op het nieuwe album gaat de band voortvarend van start met ‘InDiHö’ en ‘Danzn’, twee songs die uitnodigen tot dansen en meezingen, niet in de laatste plaats omdat woordloze frasen als ‘padadada en ‘nananana’ (die ook in andere songs regelmatig voorkomen) voor iedereen te doen zijn. De titeltrack is overigens onderdeel van de soundtrack van de film Eine ganz heiße Nummer 2.0. Een stevige discobeat is de ondergrond in een flink aantal songs en dat pakt meestal goed uit.

Maar ook als de muziek richting techno gaat, weet de band de juiste richting te vinden. Het instrumentale ‘Tecno III’ is vooral ritmisch zeer fraai en bewijst nog maar eens dat je met blaasinstrumenten uitstekend techno kunt spelen, al is een elektronisch element toegevoegd. De blazerspartijen kunnen bij LabrassBanda zowel uitbundig als subtiel zijn en die laatste categorie heeft op Danzn regelmatig de overhand. Dat komt dan weer omdat de meeste nummers op het album in een popjasje zijn gegoten en de song centraal staat. Dat pakt goed uit in ‘Gipshax’, dat aanvankelijk niet zoveel teweeg brengt, maar met zijn relaxte melodie én muzikale hoogstandjes na een paar beurten bezit van je neemt. De combinatie bas-drums-tuba-trombone-trompetten blijft een hele mooie en de puike arrangementen zijn goed verzorgd en inventief.

Aanstekelijke popsongs met een brassinjectie, dat is waar LaBrassBanda op het nieuwe album goed in is. Het gaat echter mis als de band te veel op plat vermaak mikt en het schrijven van een goede song daaraan ondergeschikt wordt gemaakt. Dat gebeurt in ‘Discobauer’, dat net als de melige clip te veel blijft hangen in plattitudes en waarin het dansbare boerenbestaan in wat te simplistische woorden wordt gevat. De hiphop-invloed is duidelijk maar kan de song niet redden, evenmin als de werktuigen die als instrument worden ingezet. Ook ‘Kaffee vs. Bier’ helt bijna over naar te grote meligheid, maar hier bieden de aantrekkelijke blazerspartij en het tot dansen en springen uitnodigende refrein redding.

De reggae-invloed is duidelijk te horen in ‘DaOideMo’ en ‘Auerhahn’, maar ook hier betreft het popsongs, zij het niet de meest opvallende. Dat is het van een ska-touch voorziene ‘Brassfire’ zeker wel. Het contrast tussen de enigszins lijzige zang in het couplet en het uitbundige refrein is geslaagd en de opbouw bijzonder fraai. Net als op de vorige studio-albums, bouwt LaBrassBanda aan het einde af, dat wil zeggen dat wordt besloten met enkele rustige en melancholiek getoonzette tracks. ‘Stoi’ en ‘Bach’ doen als zodanig uitstekend dienst. Daartussenin bevindt zich ‘Hoaße Nacht’, dat met de wet breekt dat met rustige songs wordt geëindigd maar qua sfeer uitstekend past tussen ‘Stoi’ en ‘Bach’.

LaBrassBanda slaagt er op Danzn in om zijn invloeden te verpakken in aanstekelijke brass-popsongs die uitnodigen tot dansen en meezingen. De aanvankelijke scepsis over deze koers verdwijnt na een paar beurten als sneeuw voor de zon, want de meeste songs op het album voldoen aan de hoge standaard die de band op de vorige albums heeft neergezet. De eclectische mix van het vorige album heeft plaatsgemaakt voor coherentie die de band beslist niet misstaat. Danzn is een mooie zomerse plaat.

LaBrassBanda website