Limited Noise, 2020

Maar liefst elf jaar zit er tussen debuut-cd Third One Rises en het nu verschenen Skeleton Blush van World Sanguine Report. Dat wil niet zeggen dat voorman Andrew Plummer in de tussentijd heeft stilgezeten. Met zijn andere project Snack Family heeft hij drie ep’s en een album uitgebracht en twee jaar geleden bracht hij samen met James Allsopp als WSR Redux (een gereduceerd World Sanguine Report) de ep Lost In A Dream uit.

In de muziek van World Sanguine Report zijn de diepe, donkere stem en de gedragen voordracht van Plummer de constante factor. Daaromheen gebeurt van alles. De muziek is rijkgeschakeerd en theatraal en bevat kenmerken van jazz, folk, rock, vaudeville en kleinkunst. De muziek ademt een duistere sfeer, is soms broeierig en heeft wat gestoorde trekjes. Namen als Tom Waits, Captain Beefheart en Miles Davis doemen op, evenals die van Nederlandse bands als De Kift en Donnerwetter.

Alle genres, aanduidingen en artiestennamen ten spijt, heeft het Engelse gezelschap toch echt een eigen sound, niet in de laatste plaats door het instrumentarium. World Sanguine bestaat, naast Plummer op zang en elektrische gitaar, uit James Allsopp op baritonsax en basklarinet, Alex Bonney op trompet, Matthew Bourne op Fender Rhodes, piano en analoge synthesizer, Ruth Goller op bas en vocalen en Tom Greenhalgh op drums. Het zal niet verbazen dat de muziek van de band vol zit met kleine details die mede de sound bepalen.

Skeleton Blush telt vijftien nummers, waarin de veelzijdigheid van de band goed naar voren komt, terwijl tegelijkertijd een gelijkmatige sfeer wordt geschapen. Die sfeer is donker, soms ook wat melancholiek, maar niet depressief. De songs zijn toegankelijk, maar bevatten vaak speldenprikken, ritmische afwijkingen of melodieuze draaien, waardoor het allemaal niet te makkelijk wordt. Ouderwets klinkt het ook, en dat is hier beslist geen diskwalificatie. Je waant je in een tijd van hoge hoeden, driedelige pakken en rokerige lounges en kroegen.

World Sanguine Report kan met zijn redelijk uitgebreide instrumentarium uitpakken, maar weet te doseren. In ‘Blench’ komen ook ook de dwaze trekjes die de muziek in zich heeft naar voren door de drukke en noisy synthgeluiden en de sterk ritmische interventies in de melodie. Ritmische complexiteit is ook te horen in het titelstuk, een uitbundige maar ook grimmige song. Hetzelfde geldt voor ‘God Spat Human Blue Dance’, waarin ook blijkt dat groove, tegendraadse ritmiek en muzikale gekte in één compacte song kunnen passen. Ook in het qua ritme rechtlijnige ‘Ladder Laden’ vindt lichte ontregeling plaats door gestoorde geluidjes van synth, vocalen en gitaar. Bovendien krijgt ergens halverwege de song melodisch een onverwachte draai. Dreigend klinkt ‘Doom’, waarin synth, trompet en sax voor vreemde effecten zorgen.

Een paar keer weet de band de muziek opvallend klein te houden, zodat de stem van Plummer (die sowieso onontkoombaar is) en de melodie in het volle zonlicht worden gezet. In ‘No Reason’ wordt met ogenschijnlijk eenvoudige middelen een spannende sfeer gecreëerd. Plummer zingt met een jazzy timbre de sombere maar prachtige melodie, terwijl daar omheen Fender Rhodes, basklarinet, gitaar en percussie accenten leggen. Werkelijk subliem is het samenspel tussen basklarinet en gitaar in de instrumentale break. In het begin van ‘Phosphorescent Darling’ wordt op minimale wijze direct de melancholieke toon gezet: slechts piano en zang dragen het stuk. Na een kleine twee minuten krijgt Plummer vocale bijstand van gastzangeres Seaming To en krijgt het stuk een theatraler karakter. In de emotionele song, waarin de begeleiding sober blijft, valt ook het grote bereik van Plummer op als hij tegen het einde een hoog register opzoekt.

Om dat grote bereik te onderstrepen: in ‘Aou’ zingt de Engelse bard zéér laag. De song is een van de hoogtepunten op het album, vooral door het uitgekiende arrangement met een sfeerbepalende rol voor basklarinet, gedempte trompet, Fender Rhodes, synth en gitaar. Ook het fijnzinnige spel op cimbalen van Greenhalgh is een niet onbelangrijke factor. Het is een waar genot om naar de vele details te luisteren. Het nummer wordt voorafgegaan door ‘Aaou’, een korte instrumental met tegendraads spel. In het sublieme ‘Together’ laat de band een ingetogen melodie samengaan met ontregelende en dreigende klanken.

Skeleton Blush is een veelomvattend album. In de muziek zijn vele nuances waar te nemen, maar de gedetailleerdheid gaat niet ten koste van de songs. De songstructuren blijven, hoewel ze regelmatig tegendraadse elementen bevatten, fier overeind. Bij elkaar vormen de nummers een coherent album dat na verschillende draaibeurten nog steeds geheimen prijsgeeft. Indrukwekkend.

Skeleton Blush bandcamp

Andrew Plummer website