Faux Amis, 2018/2019

Het Utrechtse improvisatie/noise-trio Lärmschutz blijft nieuwe releases uitpoepen alsof het konijnenkeutels zijn. Niet bij te houden dus. De kwantiteit zou ten koste kunnen gaan van de kwaliteit, maar daar is het drietal nog niet op te betrappen. De muziek is vaak gebaseerd op originele ideeën en de improvisaties kunnen alle kanten op gaan.

Voor het jaar 2019 heeft Lärmschutz een nieuw plan bedacht. Iedere maand zal een tape het licht zien met op de ene kant werk van musici die door de leden van het trio worden bewonderd en op de andere kant een of meer improvisaties van de Utrechters zelf, gebaseerd op de muziek van de act die op de andere kant van de cassette staat. De eerste vier worden hieronder besproken.

Faux Amis Volume 0: Terbeschikkingstelling / Lärmschutz

De split van Lärmschutz en Terbeschikkingstelling is Volume 0 en moet worden gezien als een pilot. Terbeschikkingstelling is een avant-garde/improvisatie/noise-trio uit Groningen en hoewel de inkleuring van de muziek anders is, staat het Groningse duo qua spelopvatting en attitude niet zover van de Utrechters.

Terbeschikkingstelling bestaat uit Volker Störtebeker op trombone, percussie en objecten en Emiel ten Brink op laptop, elektronica en objecten. De trombonist start het eerste stuk ‘Adem-ont-nemend’ met een repeterend motief, een loop waarin het instrument zwaar en elektronisch vervormd klinkt. Subtiele geluiden klinken als vallende regendruppels op de achtergrond, terwijl een tweede trombonelaag wordt toegevoegd. Het klinkt bijna gerieflijk, maar daar neemt dit duo geen genoegen mee. Plots duikt een ruwe elektronische klank op die de vrede op brute wijze verstoort. De oren van de luisteraar moeten op zoek naar een nieuw evenwicht. Het motief blijft steeds intact, maar daar bovenop worden verschillende, soms behoorlijk agressieve noise-experimenten uitgevoerd die ervoor zorgen dat de muziek nooit gemakkelijk wordt.

‘Zeer rok zat’ begint minimalistisch, met objectgeluiden en stilte. Uit de geluiden ontstaat een soort ritme waarop wordt voortgeborduurd, al blijft het tegendraads klinken. Na zo’n vier minuten worden de objectgeluiden vermengd met elektronische klanken, eerst subtiel maar al snel ruw en noisy flubberend. De wisselwerking werkt wonderwel. Het behoorlijk percussieve stuk krijgt een nieuwe impuls als een sterk pulserende elektronische klank wordt toegevoegd. Rond minuut dertien mengt ook de trombone zich in het gewoel, niet als solo-instrument maar als onderdeel van het geheel. Geen van de andere klanken verdwijnt naar de achtergrond en zo ontstaat een fascinerend patroon van gemengde geluiden. Pas in de laatste paar minuten worden de objectgeluiden schaarser en neemt het volume van de steeds zwaarder vervormd klinkende trombone toe in een zeer lawaaiige climax.

Lärmschutz neemt het stokje over met ‘While everybody else was busy…’ en gaat meteen volle bak op drums, gitaar en trombone. Zoals gezegd baseert het Utrechtse trio zich op de werken van de artiest(en) waarmee de release wordt gedeeld, maar dat betekent niet dat ook maar één noot wordt nagespeeld. Lärmschutz improviseert op basis van ideeën en muziek van derden is slechts de inspiratiebron voor geheel eigen muziek. Waar bij Terbeschikkingstelling de noise in het eerste stuk vooral in de elektronica zit, daar wordt de herrie door de Utrechters akoestisch, elektrisch en elektronisch geproduceerd. Na een minuut of vier ontstaat als vanzelf een vast ritme, waar een felle elektronische drone van Thanos Fotiadis overheen ligt, waar gitarist Stef Brans en trombonist Rutger van Driel hun spontane ingevingen aan toevoegen. De drone wordt losgelaten en het ritmische patroon wijzigt. De elektronische klanken nemen in aantal en in intensiteit toe.

‘… we did this!’ opent met galmend gitaarspel en rollende percussieve klanken, waar elektronische accenten aan worden toegevoegd. Daaruit ontstaat een drone, waar Brans zijn opvallend melodieuze gitaarspel overheen legt. Het klinkt alsof het kan uitmonden in een heuse rocksong, maar Lärmschutz blijft aan de abstracte kant van het muzikale spectrum zitten. Uiteraard wordt de afslag richting rock niet genomen, want het trio opteert voor noise, vooral als Brans zijn heldere spel opgeeft en flink van leer trekt. Van Driel is nu degene die accenten legt op trombone. De gitaarnoise wordt geparkeerd, gaat als een elektronische drone fungeren en daaromheen zijn wolken van elektronica en tromboneklanken te horen. Op de helft van het stuk beroert Fotiadis voor het eerst zijn cimbalen en daarmee verandert direct de kleur van het stuk, ondanks de aanhoudende drone. Na verloop van tijd gaat die drone bijna als een orgel klinken, waarna hij wordt gedeconstrueerd. De noise die daar steeds meer overheen vliegt, neemt alleen maar toe. Drums, gitaar, trombone en elektronica voeren op het eind een strijd die een prachtige kakofonische climax oplevert.

Deze split-uitgave laat twee gezelschappen horen die er muzikale opvattingen op nahouden die goed te verenigen zijn, maar zowel Terbeschikkingstelling als Lärmschutz doet zijn eigen eigenwijze ding. Dat levert in beide gevallen zeer boeiende geïmproviseerde noise op.

Faux Amis Volume 1: Colin Webster & Graham Dunning / Lärmschutz

Lärmschutz kijkt bij wie wordt gevraagd voor een split-release ook over de landsgrenzen en zo komt het dat volume 1 van de serie voor de helft wordt bevolkt door het Engelse duo Colin Webster en Graham Dunning. In duoverband hebben de beide muzikanten vijf releases op hun naam staan, waarvan vooral Oval uit 2016 een klein meesterwerk is waarop spannend ingetogen spel tot kunst wordt verheven.

Voor de split met Lärmschutz leveren de Britten drie tracks aan, waarop Dunning snaredrum en objecten bespeelt en Webster alt- of baritonsax. Beide muzikanten zijn zeker niet onbekend met het gebruik van elektronica, maar kiezen hier voor een volledige akoestische benadering. Dat levert opvallenderwijs geen grote verandering in het geluid van dit duo op. Zeker de saxofonist horen we in een paar van zijn bekende gedaantes, die van de nerveus zoekende, zuigende, smakkende en snel schakelende muzikant.

‘If it’s broke, don’t fix it’ opent met rommelende klanken. De snaredrum wordt zonder snare bespeeld, alsof voorwerpen over het vel rollen en schuiven. Van de altsax zijn in eerste instantie alleen de kleppen te horen, maar later horen we Webster ook zuigen en een paar kreetjes uit zijn instrument puren. Pas na een paar minuten horen we ‘echte’ saxklanken, maar op zijn Websters: korte frasen, nerveus spel en verschillende technieken etalerend. Hoe de saxofonist met lucht speelt, blijft altijd adembenemend, en in het eerste stuk krijgen we daar een fraai staaltje van te horen. Dunning weet de snare op allerhande manieren te behandelen, of wellicht zelfs mishandelen. Schuivende, draaiende, tikkende klanken vormen het tegenwicht voor het saxspel van Webster.

In het tweede stuk ‘Paint yourself in a corner’ spelen de percussieve klanken een voorname rol, waarbij Dunning veel met voorwerpen in de weer is. Webster speelt in dit stuk baritonsax en de grotere omvang van dit instrument ten opzichte van de altsax is goed hoorbaar. De Engelse saxofonist is nu wat minder fragmentarisch in de weer maar legt een paar lange lijnen neer die vol zitten met vibraties en massa. In ‘Burn that bridge when you come to it’ produceert Dunning krassende, knarsende en piepende geluiden, onderwijl a-ritmisch slaand op de snaredrum. Webster, weer op baritonsax, speelt laag, hoog, smakkend, met alleen de kleppen, enzovoort. De ene techniek volgt de andere in hoog tempo op.

Lärmschutz’ respons op de stukken van Dunning en Webster bestaat uit het kiezen voor een minder elektronische aanpak. Op deze split geen grote muren van geluid, maar een korrelige atmosfeer. Dus horen we Brans op akoestische gitaar, te beginnen in ‘The vanishing of Bill Wyers’. Een elektronische klank zorgt voor een strak stramien, als een alsmaar slaande klok, maar Brans en ook Van Driel op trombone spelen zich daar makkelijk onderuit. De klokslagen gaan langzaam op in langgerekte klanken, totdat een drone ontstaat waar de trombone en gitaar vrijelijk overheen spelen, en passant bewijzend dat je op akoestische instrumenten ook een intense lading noise kunt produceren.

In ‘The weirdo on Maple Street’ zorgt een elektronische puls voor vastigheid, maar is het opnieuw Brans op akoestische gitaar die het meest in het oor springt. De puls wordt zwaarder en krijgt meer lagen, terwijl Brans de snaren van zijn akoestische instrument geselt. Na ruim vier minuten verdwijnt de puls wat naar de achtergrond en meldt Van Driel zich op trombone. Nadat de puls helemaal is verdwenen klinken elektronische klanken alsof ver weg op het slagveld wordt geschoten, terwijl trombone en gitaar op de voorgrond nerveus bewegen. Verderop wordt weer een elektronische klank hoorbaar die het stuk richting geeft. In het laatste deel is het de trombone van Van Driel die ongefilterd op de voorgrond treedt.

Digitaal volgt nog een bonustrack van Lärmschutz in de vorm van ‘Holly Jolly’, waarin elektronische klanken in de verte klinken terwijl Brans weer zijn akoestische gitaar bespeelt en Van Driel op trombone daar tussendoor beweegt. Het stuk straalt, ondanks het onrustige spel van gitaar en trombone, een zekere rust uit, zeker voor Lärmschutz-begrippen. De muzikale invulling van Fotiadis op synth en elektronica is minder vol en het spel van Brans en Van Driel kenmerkt zich ook doordat ruimte wordt gelaten. In het laatste gedeelte klinken vogelgeluiden, al komen die uit een elektronisch kastje.

Ten opzichte van de split met Terbeschikkingstelling, is het verschil tussen de ‘gasten’ en Lärmschutz op deze uitgave groter. Dunning en Webster stellen nooit teleur en leveren drie sterke tracks, waar de Utrechters op een opvallende wijze op responderen. Daardoor horen we weer een andere kant van Lärmschutz, dat er altijd in slaagt nieuwe invalshoeken te vinden.

Faux Amis Volume 2: Dirk Serries / Lärmschutz

De split voor de maand februari is er een met de Belgische gitarist Dirk Serries. Het verhaal is inmiddels bekend: van een alles onder controle houdende ambient-muzikant is Serries omgeturnd tot een vrije improvisator. Ook in die hoedanigheid weet hij regelmatig te verrassen, zoals vorig jaar met zijn Tonus-project waarin minimalisme hoogtij viert.

Serries is ook niet vies van een bak lawaai, zoals in de orgastische climaxen van Yodok III te horen is en natuurlijk ook in Fear Falls Burning. Voor de split met Lärmschutz heeft hij gekozen voor een wel zeer noisy aanpak. Dat betekent dat in twintig minuten tijd een portie harsh noise over de luisteraar wordt uitgekieperd die geen moment van verslapping kent.

‘Surface chord extraction’ heet het stuk dat Serries met zijn gitaar en effecten voor elkaar heeft gebokst. Er is geen sprake van een echte drone, ook niet van een ritme, laat staan van een melodie, maar er is wel een constante stroom geluid van harde gitaarklanken. Een donkere onderlaag wordt overstemd door scherpe geluiden en feedback. Het geluid is vol en de beleving intens.

Wie de moeite neemt het stuk een paar keer te beluisteren, zal merken dat hij/zij steeds iets nieuws ontdekt in de geluidsstroom. De muziek is meerlagig en het lijkt welhaast niet te doen om al die lagen tegelijkertijd te horen en ook nog afzonderlijk te duiden. Dat heeft tot gevolg dat het brein van de luisteraar zelf keuzes maakt en bepaalt welke klanken op de voorgrond treden en welke niet. En dat doet dat brein bij elke beluistering anders. Uiteindelijk blijkt het met het aantal lagen dat Serries neerlegt reuze mee te vallen, maar het klinkt bijna alsof een heuse krijgsmacht aan het werk is. Het resultaat is fascinerend.

Lärmschutz antwoordt met ‘The particular sadness of February’ en doet dat op verrassende wijze. Een zwaar ronkende basdreun opent en doet vermoeden dat we naar een doom- of drone metalstuk gaan luisteren. Uiteraard gebeurt dat niet. Wat het trio wel doet, is kiezen voor een minimale aanpak, waarbij er ruimte is tussen de verschillende lagen en de incidentele klanken die worden neergelegd. Het leidt tot een zich in een tergend traag tempo ontvouwend muzikaal landschap dat bol staat van de spanning.

Die spanning wordt bewerkstelligd door een grommende onderlaag, zacht op de achtergrond maar dreigend aanwezig, door mysterieus zwevende elektronische klanken en strategisch geplaatste accenten van de gitaar. Na ruim acht minuten voegen tromboneklanken zich bij het geheel, wat enige verlichting geeft maar de dreiging uiteindelijk niet doet afnemen. Sterker nog: zodra de tromboneklanken in je hersenpan als logisch onderdeel zijn geïdentificeerd, verdwijnen ze en neemt de spanning toe doordat de elektronische klanken intenser worden en de dreigende drone dichterbij komt. Maar ook als die drone weer wegsterft, is het niet gedaan met de onheilstijding. Van het begin tot aan het einde toe blijft de spanningsboog intact, de volle tweeëntwintig minuten lang.

In dit tweede (eigenlijk derde) deel van de serie wordt weer meer duidelijk hoe Lärmschutz steeds op originele wijze zijn muziek aanpast aan de hand van het werk van de andere muzikant. De schitterende noisetrack van Serries wordt niet met eenzelfde soort herrie beantwoord, maar juist door relatief ingetogen en ruimtelijk in de weer te zijn, met eenzelfde intens (en schitterend) resultaat. Dus passen de twee stukken uitstekend bij elkaar.

Faux Amis Volume 3: Balagan / Lärmschutz

Balagan is een van de namen waaronder Sylvain Perge muziek maakt. Net als de leden van Lärmschutz is hij een vrije improvisator, in zijn geval op gitaar, trombone en keyboards. Hij maakte deel uit van verschillende projecten als The Black Dogs, Sound Maker en Balagan Project en hij werkte ook met beeldend kunstenaars zoals filmmakers en installatiemakers.

Op de split met Lärmschutz toont de Fransman zich van een zeer veelzijdige kant. Op deze uitgave is hij te horen op trombone, microkorg
synthesizer/vocoder, gitaar en piano. De vijf verschillende stukken die Balagan aanlevert voor deze split variëren enorm qua vorm en muzikale invulling.

Zo is ‘Bidone Trombone’ een improvisatie voor – hoe kan het anders – trombone en percussie. Het is een vrij ruwe en intuïtief overkomende improvisatie met clean trombonespel. Ritmisch zijn wat patronen te ontdekken, maar het komt nooit tot een vastomlijnd geheel. ‘Bruit 1’ is een lang stuk waarin de elektronische kaart wordt getrokken. Het werk komt coherenter over dan het eerste stuk, wat vooral wordt veroorzaakt door de repeterende ritmische bewegingen. Ook melodisch is het stuk interessant, want Balagan tovert geïmproviseerde melodische lijnen uit zijn synth/korg. Na ruim vijf minuten laat hij het bouwwerk in elkaar storten en volgt een experimenteler gedeelte dat meer gericht is op klankmogelijkheden.

‘Instants de Chavirages’ is ook een elektronisch stuk, maar veel abstracter dan ‘Bruit 1’. Een zo nu en dan van toonhoogte veranderende drone en een zich herhalende beweging vormen de basis waar spaarzaam andere klanken aan worden toegevoegd die steeds worden afgekapt. In ‘Pépé le Poilu!’ wordt Perge’s akoestische gitaar onderhanden genomen in een grillige en kleurrijke improvisatie waarin de gitaar met voorwerpen wordt bespeeld, waarbij de snaren zowel aangeslagen, beslagen als gestreken worden. Balagan besluit met een speels stuk voor piano, ‘Pièce 1081017’, dat een uitgebreid terrein bestrijkt, tussen modern klassiek en jazz, en waarin ook een functie is weggelegd voor ruis die tussen de noten door te horen is. Balagan speelt zelfs een wals. En horen we hem daar nu echt ‘Vader Jacob’ spelen?

Lärmschutz begint in ‘Meervoudig verzadigd’ met pianoklanken van Fotiadis, met een lange naklank. Ook hier is de ruis duidelijk hoorbaar. Het is een bedachtzame kant van het Utrechtse trio die hier geëxploreerd wordt, al doet Brans op akoestische gitaar een paar pogingen om iets van die conclusie af te knabbelen. Van Driel is op trombone een stuk subtieler in de weer dan normaliter en de elektronische component is duidelijk aanwezig maar ingetogen.

‘Enkelvoudig verzadigd’ is vooral gericht op sfeer, op het creëren van een muzikaal landschap op basis van geconcentreerd spel, dat uiteraard wel volledig geïmproviseerd is. Elektronica, gitaar en piano worden impressionistisch ingezet en schetsen een spannend muzikaal tafereel. In ‘Onvoltooid verzadigd’ horen we Van Driel loepzuiver trombone spelen in een solo die een klassieke achtergrond doet vermoeden. Uiteraard blijft dat niet zo, want Fotiadis op drums legt een straf ritme neer waar Van Driel in meegaat. Brans zorgt op elektrische gitaar voor het tegendraadse element. Het ritme wordt losgelaten en maakt plaats voor een nieuwe beweging voorwaarts, waar losjes op wordt geïmproviseerd. In een strak regime voelt Lärmschutz zich niet thuis, dus ook dat nieuwe ritme is geen lang leven beschoren.

‘Meervoudig Onverzadigd’ begint met Fotiadis solerend op toms en snaredrum. Even later komt daar de basdrum bij. Het geïmproviseerde spel van de slagwerker, dat steeds varieert en soms stevig uitpakt, vormt de basis van het stuk, waar Van Driel en Brans hun onrustige improvisaties aan toevoegen. Tot slot komt de ruwe kant van Lärmschutz naar voren in ‘Enkelvoudig onverzadigd’, waarin Brans op elektrische gitaar de aftrap mag verzorgen en dat doet met weerbarstig en noisy spel. Het is een hectisch stuk waarin Brans gezelschap krijgt van het nodige elektronische kabaal en een drumritme.

Zo weet Lärmschutz ook op deze split-tape zijn eigen visie te geven op de stukken die Balagan aanlevert. De overeenkomst zit vooral in de variatie die de beide acts tentoonspreiden. Het derde (vierde) deel van de serie is wederom een zeer geslaagde en doet uitzien naar het volgende deel. Daar hoeven we in deze maandelijkse serie en geheel naar Lärmschutz’ gewoonte niet lang op te wachten.

Faux Amis Records bandcamp

Lärmschutz bandcamp

Terbeschikkingstelling facebook

Colin Webster website

Graham Dunning website

New Wave of Jazz (Dirk Serries) website

Sylvain Perge/Balagan blog