Gaffer, 2019

De Fender Rhodes is een instrument dat met name in de jazz regelmatig opduikt. De specifieke klank van het instrument past uitstekend bij elektrische varianten van het genre en ook in de huidige generatie jazzmuzikanten zijn er genoeg liefhebbers te vinden, ondanks de legio mogelijkheden die synthesizers bieden. Het toetsinstrument kan een welkom tegenwicht bieden aan de akoestische klanken van blazers, maar ook als leadinstrument slaat de Fender Rhodes geen slecht figuur.

Cement Shoes is een internationaal trio dat de Fender Rhodes in het zonlicht zet, maar op een andere manier dan de doorsnee jazzluisteraar gewend is. Het trio bestaat uit Giovanni di Domenico (Fender Rhodes), Gonçalo Almeida (elektrische bas) en Balázs Pándi (drums).

Di Domenico komt uit Italië en woont tegenwoordig in Brussel, maar zijn jeugdjaren bracht hij door in Libië, Kameroen en Algerije. Dat verklaart wellicht zijn onconventionele spel, dat niet alleen door westerse muziek is beïnvloed, maar ritmisch en melodisch ook uit niet-westerse tradities put. De Portugese, in Rotterdam residerende bassist Almeida komen we vaker tegen op dit blog. Zeker de laatste tijd loopt het storm met uitgaven waar hij bij betrokken is, zowel op elektrische bas als op contrabas. Pándi is een Hongaarse drummer die te horen is op releases van en met onder andere Zu, Merzbow, Venetian Snares, The Kilimanjaro Darkjazz Ensemble, Mats Gustafsson en Thurston Moore.

We hebben hier te maken met een trio dat de experimentele en noisy kant van de vrije improvisatie opzoekt. De muziek ontaardt echter nergens in een bak pure noise, maar blijft steeds ademen en beweging houden, ook in de langzamere gedeelten. De hoofdrol lijkt weggelegd voor de Fender Rhodes, maar vlak de andere twee instrumenten zeker niet uit, want in feite is sprake van drie gelijkwaardige muzikale entiteiten.

Cement Shoes haalt de inspiratie voor zijn vrij geïmproviseerde muziek niet alleen uit jazz, maar ook uit noise, noiserock, psychedelische rock, krautrock en indierock. Het trio dendert niet alleen maar door, de muziek kent subtiliteiten en veel variatie. Opener ‘Opus Incertum’ start langzaam, met de Rhodes klinkend als een instrument dat op de achtergrond staat opgesteld, terwijl de drums en bas op gelijke voet opereren. De Rhodes-klanken zijn lang en vibrerend, de bas speelt vrij hoge noten en de drums klinken wat wollig, maar met wat scherpe klanken van snare en bekkens. Bas en Fender Rhodes wisselen van positie, de bas is nu dreigend op de achtergrond terwijl Di Domenico steeds levendiger en steviger gaat spelen. Na vierenhalve minuut komt de muziek echter pas echt op stoom, als de basgitaar noiserockterrein opzoekt, de drumslagen heftiger worden en de Rhodes onstuimige, futuristische en zelfs psychedelische klanken uitstoot.

‘Opus Reticulatum’ begint met veel suspense, vooral veroorzaakt door het in een lichte galm gedrenkte basgeluid. Alsof een groot roofdier loert naar zijn prooi. De Rhodes klinken daarboven bijna dartel, als het onschuldig lam dat zich nog niet van zijn wrede lot bewust is. De drums vertegenwoordigen de onrust die in het lijf van het roofdier woedt. Iets na halverwege blijkt dat lam toch niet zo onschuldig, want Di Domenico levert nu flink tegenwicht ten opzichte van de grommende basklanken van Almeida. De rust keert aan het eind terug na een onbesliste strijd.

Almeida zet zijn noiserockpet weer op in ‘Opus Sectile’. Pándi is echter een veel te vrije drummer om de muziek flink door te laten rocken. Di Domenico beantwoordt de felle basgeluiden met repeterend spel en modulaties, waardoor de muziek constant onder hoogspanning staat. Het duurt niet al te lang voordat de muziek omslaat in een gevecht voor drie personen, waarbij Di Domenico het luidruchtigst opereert en Pándi indruk maakt door op een of andere manier het zaakje bij elkaar te drummen. Plots daalt het tempo aanzienlijk, alsof de heren moe zijn van het gevecht maar nog steeds boos, waardoor de energie niet verloren gaat.

‘Opus Latericium’ biedt even rust, al is dat hier relatief. De Rhodes klinken subtiel en aangenaam, terwijl de bas daaronder zacht maar rusteloos in de weer is. De drums zijn overal en nemen de vrije rol als Di Domenico overstapt naar een repeterend patroon. De intensiteit neemt toe als Almeida zijn volumeknop vindt en met snelle riedels en riffs het adrenalinepeil omhoog stuwt. Ook hier wordt het tempo in het laatste deel flink vertraagd, met een doom metal-bas als basis. In ‘Opus Testaceum’ spelen Di Domenico en Almeida een gelaagde hoge drone, waar Pándi onderdoor mept en roffelt. De Fender Rhodes maakt zich daar het eerst van los, waarna de bas volledig door het lint gaat met agressief spel.

Tot slot is er nog ‘Opus Vittatum’, waarin het trio wat bedachtzamer te werk gaat, maar wel spanning en een constante dreiging creëert en waarin feedbackklanken concurreren met galmende en droney basklanken en scherpe Rhodes-geluiden. Daarna is het rumoerige, krachtige en wervelende klankenonderzoek ten einde. Opus Caementicium is een overdonderende jazznoiseplaat die nog een hele tijd nagonst in je hoofd. Wees gewaarschuwd.

Opus Caementicium bandcamp

Gonçalo Almeida website

Balázs Pandi facebook