ibnmusik, 2018

De Zweedse saxofonist Per Gärdin vertoefde in 2013-2014 enige tijd in Portugal en dat werpt nog steeds zijn vruchten af. Gärdin speelde met The Red Trio en andere muzikanten uit de jazzscene in Lissabon. De Zweed maakt al lange tijd muziek, vaak in kleine gezelschappen en soms in ongebruikelijke bezettingen. In 2010 en 2012 bracht hij twee solo-albums uit, In Situ en Loos. Vorig jaar verraste hij met History of The Lisbon Chaplaincy, een opname uit de Portugese periode. Het was een samenwerking met Rodirgo Pinheiro op kerkorgel en Pedro Lopes op elektronica.

Pinheiro is ook lid van The Red Trio en in 2015 waren hij en Gärdin te horen op Oblique Mirrors, de Portugees op piano en de Zweed op alt- en sopraansaxofoon. De andere twee leden van het kwartet waren Travassos op elektronica en Marco Franco op drums en percussie. Die twee muzikanten zijn ook te horen op het nu verschenen Oblique (trio). Het is dus opnieuw een niet-alledaagse bezetting met een elektronische component.

Gärdin was al vroeg geïnteresseerd in het samengaan van akoestische instrumenten en elektronica, getuige zijn samenwerking met Thomas Sjöland in de jaren 1979-1982, waarbij een Buchla synthesizer met blaasinstrumenten werd gecombineerd. Travassos is een elektronica-muzikant die zich in de vrije improvisatie kennelijk als een vis in het water voelt, want hij weet met meer en minder subtiele bewegingen en geluiden de sound van het trio te kleuren.

Franco is onder andere bekend van The Attic, van Rodrigo Amado en Gonçalo Almeida en Franco, een van de mooiste jazzplaten die vorig jaar zijn verschenen. Hij verraste vriend en vijand met het solo-album Mudra, waarop de Portugees piano speelt in een klassiek idioom. Op Oblique (trio) is hij echter weer op drums en percussie te horen, op een vrije en onbevangen wijze, niet als stuwende motor of ritmische gangmaker, maar als onderzoekend muzikant, direct aansluitend bij wat de andere twee muzikanten doen.

Het album telt vier vrij lange stukken die allemaal even tijd nodig hebben om hun schoonheid prijs te geven. Het zijn beslist geen hapklare brokken die het trio serveert, maar weerbarstige stukken die enige moeite kosten om te doorgronden. Dat gebeurt zonder muzikale krachtpatserij of effectbejag, maar puur door het beproeven van de muzikale mogelijkheden, individueel en in het samenspel.

Gärdin kiest voor twee vrij lichte saxofoons, de alt en de sopraan. Daarmee schept hij mogelijkheden voor Franco en Travassos om als het ware onder zijn hoge klanken te manoeuvreren. Die hoge tonen is waar de saxofonist direct mee begint, niet helemaal clean gespeeld maar alsof het aanzetten van de tonen wat moeizaam gaat. Gärdins snelle notenreeksen zijn altijd met een fijn gevoel voor melodie behept, hoewel de saxofonist feitelijk niet echt melodieën speelt, maar al zoekend zijn weg vindt.

Franco legt aanvankelijk zware accenten, terwijl hij met trommels, belletjes en kleine bekkens ook een lichtere touch daaraan toevoegt. Verderop weet hij op gebroken ritmische wijze de toon te zetten. De experimentele elektronica van Travassos is zo nu en dan verantwoordelijk voor een drone, maar vaker voor allerlei moeilijk te duiden geluiden, die soms een dreigend en soms alleen een vervreemdend effect hebben. Een enkele keer weet hij een een zware uitschieter te produceren, zoals aan het einde van ‘wry’.

De drie muzikanten zijn constant in beweging, van elkaar weg of naar elkaar toe, individueel en samen zoekend naar… Ja, wat eigenlijk? De vier stukken zijn zonder vooropgezet plan gestart, zo klinkt het althans. De richting waarin de muziek zich beweegt is dan ook alles behalve voorspelbaar. Precies daar zit de kracht van dit trio: de muzikanten houden je op het puntje van je stoel doordat nooit zeker is wat de volgende muzikale move zal zijn. Ondertussen weten zij wel op fraaie wijze te improviseren, soms in elkaars vaarwater tot de mooiste resultaten te komen of juist los van elkaar te schitteren, maar dan zonder de anderen uit het oog te verliezen. Steeds is sprake van samenhang.

Alle genoemde ingrediënten bij elkaar zorgen ervoor dat Oblique (trio) een innovatief en kleurrijk album is, waarop drie muzikanten individuele expressie en gevoel voor muzikale context op indrukwekkende wijze combineren. Zoals gezegd: het is geen makkelijke kost, maar wie de moeite neemt een paar keer intensief te luisteren, zal de muzikale diversiteit en plooibaarheid op waarde weten te schatten.

Oblique (trio) bandcamp

Per Gärdin website