Het Utrechtse Lärmschutz timmert al een aantal jaren aan de weg, werkt intuïtief, heeft lak aan muzikale conventies en doet zijn eigen eigenwijze ding. Hoog tijd dus voor wat aandacht op Opduvel. Het is ook het juiste moment, want recent verschenen drie uitgaven van de Utrechters, op drie verschillende labels. De releases laten verschillende kanten van Lärmschutz horen en tonen aan dat de spontane en rauwe aanpak van het trio zeer goed werkt.

Lärmschutz Tafelmusik Quintet – Dritte Tafelmusik

lärmschutz dritte tafelmusik

Lurker Bias, 2017

De eerste release is in december op cassette verschenen bij het in Chicago gevestigde label Lurker Bias. Dat betekent dat je je scheel betaalt aan verzendkosten als je de tape wilt kopen. Gelukkig is de muziek ook digitaal te verkrijgen. En die muziek is het geld meer dan waard, dat wel.

Voor Dritte Tafelmusik is de bezetting van Lärmschutz, die in de basis bestaat uit Stef Brans (gitaar en viool), Rutger van Driel (bas en trombone) en Thanos Fotiadis (drums), aangepast en uitgebreid. Naast het genoemde drietal horen we Jan van Wessel op elektronica en cimbalen en Ab Bol op contrabas. Bovendien speelt Fotiadis geen drums maar (geprepareerde) piano op dit album, is ook Van Driel in de weer met elektronica en Brans met objecten.

De muziek van het quintet heeft een klassieke grondslag en is gebaseerd op de basso continuo. Dat is in de barokmuziek het geïmproviseerde versierende en aanvullende spel inclusief de basis van de harmonie en de uitgeschreven baslijn (bron: Wikipedia). Voor het Lärmschutz Tafelmusik Quintet is in elk stuk de basso continuo van een barokstuk het vertrekpunt. Het quintet creëert vervolgens al improviserend zijn eigen muziek. Afspraken zijn niet gemaakt en gerepeteerd werd er ook niet; wat op de tape te horen is, is de eerste en enige versie van de muziek.

Wat levert dat op? Vijf sterk van elkaar verschillende stukken, die Lärmschutz met enige regelmaat van een opvallend melodieuze en toegankelijke kant laten horen, al zijn beide aanduidingen bij dit gezelschap zeer relatief en is ‘regelmaat’ iets wat de muziek van Lärmschutz juist níet kenmerkt. De focus verschuift van instrument naar instrument. Zo horen we in opener ‘Ave Maria’ gitaar, trombone, veel piano en orgel naar voren komen. In ‘Intrada’ horen we juist een melodieuze bas, veel elektronica, trombone en gitaar als hoofdbestanddelen, aanvankelijk naast een van kleur verschietende drone, maar die valt na een minuut of vijf weg. Later duikt een tingelende piano op. Het is een drukte van belang door al het individuele spel, maar de muziek heeft ook iets statisch, een contrast dat uitstekend werkt.

Een door de elektronische mangel gehaalde trombone domineert het begin van ‘Toccata’, samen met moeilijk thuis te brengen maar onheilspellende klanken. Daarna volgt een opvallend jazzy drumritme en horen we Brans’ viool een melodie spelen. Die wordt ontregeld door een gestaag doordrammend orgel. Piano, viool en trombone vechten om voorrang. Plots wordt rust gevonden met lange viooltonen, maar bas en piano blijven onrust stoken. Trombone en gitaar leven zich verderop uit in een stuk free rock.

Brans opent ‘Dolce’ op gitaar, vergezeld door een pulserende bas, een hamerend pianoritme, galm en elektronica. De trombone neemt het ritme van de piano over, daarbij accenten leggend en de piano neemt nu een vrije rol op zich. Het strakke ritme blijft her en der opduiken (onder andere in de bas) en daar overheen is het een komen en gaan van instrumenten, motieven en incidentele klanken. Een zwaar orgel maakt de klank voller en de piano zorgt voor een speels element. ‘Dolce’ werkt naar een luidruchtige climax toe.

Het afsluitende ‘Tosto’ laat je als luisteraar nogmaals alle hoeken van de kamer zien. In het begin overheerst de elektronica en pas na bijna drieënhalve minuut, als met die elektronica een melodieus ritme is gevonden, zijn de eerste elektrische gitaarklanken waarneembaar, even later gevolgd door de trombone en later ook door de piano. ‘Tosto’ is ook sterk percussief; ritmische en a-ritmische tikken vliegen je om de oren. Halverwege lijken de individuele klanken even te worden ondergedompeld in een bad van distortion, maar de instrumenten blijven toch goed te onderscheiden. Daarnaast is het knap hoe het vijftal al improviserend een gezamenlijke weg vindt. Of beter: wegen, want er wordt niet één pad gevolgd, maar meerdere kronkelende paden.

De muziek op Dritte Tafelmusik is niet makkelijk verteerbaar, maar ook niet volledig abstract. Melodische passages of aanzetten tot melodieën zijn er te over en je verslikt je als luisteraar welhaast in de stortvloed aan muzikale details. Het Lärmschutz Tafelmusik Quintet creëert vanuit een apart uitgangspunt wonderbaarlijke experimentele muziek, en die is ook wonderbaarlijk mooi.

Lärmschutz – 1’s & 5’s

lärmschutz 1's & 5's

Faux Amis, 2018

Een heel ander experiment betreft de begin van dit jaar op het eigen label Faux Amis verschenen tape 1’s & 5’s. Daarop speelt tijd een belangrijke rol. Elk van de stukken op de cassette heeft een tijdsduur met een 1 of een 5 erin. En dus horen we korte stukken (51 seconden) hele korte stukken (15 seconden) en ultrakorte stukken (1 seconde), maar ook een track van 1 minuut 51, een van 5 minuten en een van 15 minuten en 15 seconden. De bandcamp-site van de band geeft geen uitleg over het hoe en waarom.

In tegenstelling tot Dritte Tafelmusik wordt 1’s & 5’s gespeeld door het ‘kerntrio’ Brans (gitaar en viool), Van Driel (trombone en elektronica) en Fotiadis (drums). De muziek klinkt ook geheel anders, is meer gebaseerd op noise en ten opzichte van de hiervoor besproken tape nog meer op vrije improvisatie. Er lijkt geen vooropgezet muzikaal plan achter de stukken te zitten, maar in het geval van Lärmschutz is dat geen enkel bezwaar.

John Zorn’s Naked City deed het: ultrakorte nummers maken die insloegen als een bom. Lärmschutz kan het ook, maar op een heel andere manier. Hier geen geschreeuw of razendsnelle wisseling van stijlen, maar korte improvisaties waarin noise een belangrijke factor is. Het geeft een adrenalinekick en voordat je er erg in hebt ben je al bij nummer dertien aanbeland. Daarin is het drietal iets langer van stof, 1:51 min om precies te zijn. Dat is voor de afwisseling verfrissend en biedt wat ruimte voor contemplatie, maar niet te veel.

Na het 1 seconde durende veertiende stuk, is nummer 15 daadwerkelijk langer (5 minuten). Het stuk begint spannend, met een orgelklank waar trombone en gitaar vrijuit overheen soleren. Met elektronica worden wat futuristische klanken toegevoegd en dan is het gedaan met de ingehouden spanning. Vooral Brans leeft zich uit met noisy gitaarklanken, die door elektronische geluiden worden omgeven.

Vervolgens is het weer tijd voor het kortebaanwerk, met stukken van 15 seconden, 1 seconde en vanaf de 23e track 51 seconden. Die lengte biedt ruimte voor meer dan korte stoten, terwijl tegelijkertijd een neiging tot het uitwerken van instant ideeën de kop wordt ingedrukt door de beperkte tijdsduur. Van Driels trombone komt goed door en in combinatie met de gitaar van Brans ontstaan een paar hemelse miniatuurtjes. Met de teringherrie van nummer 27 geeft het drietal de luisteraar een fikse muzikale kopstoot.

En dat is de inleiding tot het slotstuk, nummer 28, het enige echt lange stuk op 1’s & 5’s. Het tempo zakt en de elektronische component wordt uitgespeeld. Het eerste gedeelte zijn gitaar en elektronica tegenpolen: de elektronica machinaal klinkend, de gitaar frank en vrij. En noisy. Fotiadis meldt zich met een steady ritme, waaromheen een elektronische basklank vrijelijk manoeuvreert. Later wordt de strakke vol van de drums ook losgelaten en dan ontstaat een heerlijke bak free noise. Fotiadis houdt het zaakje enigszins bij elkaar door toch weer een ritme te produceren, maar de teringherrie overwint.

Het spel dat Lärmschutz speelt met tijd, pakt goed uit. Het lijkt erop alsof de korte stukken de luisteraar moeten prepareren voor de ultieme uitbarsting die nummer 28 is. De miniatuurtjes vormen echter ook een attractie op zich, waarin het Utrechtse drietal bewijst ook in een zeer kort tijdsbestek rake muzikale klappen uit te kunnen delen. Na het laatste stuk is het even nodig om bij te komen.

Lärmschutz – Teflon

lärmschutz teflon

Powdered Hearts, 2018

Die tijd wordt echter nauwelijks gegeven, want nog in dezelfde maand als 1’s & 5’s verschijnt ook de cassette Teflon, nu weer op een Amerikaans label, Powdered Hearts uit Missouri. Teflon is een chemisch product dat wordt gebruikt als anti-aanbaklaag in pannen, waar je niet in moet gaan krassen omdat het dan giftig zou zijn. Volgens Lärmschutz ontstaan door dat krassen wel kunstwerkjes in je pan, als een soort trage vorm van action painting, en dat zonder dat de maker zich ervan bewust is.

De muziek op Teflon is een ode aan het materiaal, en dan met name de artistieke kwaliteiten van Teflon na ellenlang gebruik in de keuken. Het is een grappig uitgangspunt en het maakt nieuwsgierig naar de manier waarop Lärmschutz het idee uitwerkt. Al improviserend, dat is het enige dat bij voorbaat vaststaat. De titels van de stukken vormen samen de formule van teflon: (C2F4)n.

Weg is het kortebaanwerk van 1’s & 5’s, want de laatste uitgave van de Utrechters bestaat uit vier stukken van tussen de elf en vijftien minuten. Het eerste stuk, ‘(‘, opent ambientachtig: meerlagige lange klanken overheersen. Een vreedzame bedoening is het niet, want her en der duiken ontregelende gitaarklanken en andere geluiden op en een elektronische basklank zorgt voor dreiging. Een stem doet een poging een korte zin te produceren, maar is weg voordat het goed en wel doordringt dat iets gezegd wordt. Steeds meer nemen de fragmentarische geluiden ruimte in. Dat gaat ten koste van de drone, die ieler wordt en uiteindelijk verdwijnt, maar later in een andere gedaante weer opduikt. De sfeer van het stuk wordt steeds grimmiger.

In ‘C2’ worden de zaken heel anders aangepakt. Trombone en gitaar spelen hun vrije spel door elkaar heen, waarbij ook een tweede, elektronisch bewerkte gitaarpartij van achteren opduikt. Die elektronica dringt zich gaandeweg steeds meer op en zo ontstaat een spel tussen drie instrumenten. De grens tussen gitaar en trombone en elektronica vervaagt, want ook de tromboneklanken worden na verloop van tijd elektronisch bewerkt. De elektronisch gemanipuleerde klanken vormen zelfs een onrustige drone, maar de muzikanten zijn in dit stuk te grillig om die voort te laten duren. Een vage sample van een zangeres luidt ‘C2’ uit.

En dan is het tijd voor de blues. Dat komt volkomen onverwacht, maar Brans tovert toch echt wat bluesy licks uit zijn gitaar in het begin van ‘F4’. Fotiadis doet mee aan het spel, maar de elektronica zorgt voor een vervreemdend efffect. Na dik twee minuten is het over, nemen de elektronische klanken het heft in handen en vertoef je als luisteraar ineens in een geheel andere wereld. Een kloppend en mechanisch ritme domineert lange tijd, maar moet toch plaatsmaken voor nerveus gitaarspel. Vervolgens wordt de luisteraar vergast op donkere en zware elektronische klanken, die uitmonden in een puls. Die wordt om zeep gebracht door ijl en snerpend gitaarspel.

‘)n’ gaat direct krachtig van start met een heftig solerende Brans en een strak slaande Fotiadis. Een hard elektronisch ritme bepaalt daarna het parcours, waar door Brans en Van Driel (op elektronica) een flinke lading lawaai overheen wordt gelegd. Het ritme maakt plaats voor een motief op trombone. De zware ondergrond verdwijnt daardoor, maar de muziek blijft heftig en noisy. Het motief van de trombone krijgt een elektronische variant en ook de drums, die tegengas lijken te willen geven aan het onontkoombare motief, klinken vervormd. Met zware elektronica eindigt het album.

En is Lärmschutz ergens anders geëindigd dan waar het drietal op Teflon begon. In ieder stuk staat geïmproviseerde noise in meer of mindere mate op de voorgrond, maar elke track heeft zijn eigen specifieke kenmerken en de heftigheid lijkt naarmate de tijd vordert toe te nemen. Het zorgt voor een enerverend klein uurtje waarin het trio met zijn spontane noise veel indruk maakt.

De conclusie moge duidelijk zijn: Lärmschutz brengt drie behoorlijk van elkaar verschillende uitgaven in nog geen twee maanden tijd en drie keer is het raak. Hulde.

Lärmschutz bandcamp