Brokken, 2017

De Schotse percussionist Alan “Gunga” Purves woont al sinds 1975 in Nederland. Van zijn muzikale diensten werd al gretig gebruik gemaakt door onder andere Sean Bergin, Albert van Veenendaal en Ernst Reijseger. En door Corrie van Binsbergen. Het is daarom niet verwonderlijk dat de tweede solo-cd van de slagwerker verschijnt op het door Van Binsbergen gerunde Brokken Records. Het is een wonderlijke cd die vrolijk stemt maar inhoudelijk ook veel te bieden heeft.

Purves weet geluiden te fabriceren met behulp van allerhande instrumenten en attributen. Dat kunnen conventionele percussie-instrumenten zijn, maar ook voorwerpen of zelfgemaakte instrumenten, die de Schot dan ook zelf een naam heeft gegeven. En zo kan het dat we op Hide & Squeak onder meer een lokfluitje, balafon, schoolbel, brim bram, kalbima, koekenpan, penny whistles, buizen, plastic hoorns, koebellen, klapbord, wijnflessen, koekjestrommel, speelgoedvarkens en behangschaar horen.

Nu zou die hele santekraam de indruk kunnen wekken dat we hier te doen hebben met een lollig bedoeld album met clowneske muziek, maar dat blijkt niet zo te zijn. Oké, er komen wat gekke en soms vast ook humoristisch bedoelde klanken voorbij, maar de muziek afdoen als grappig of als een gimmick, gaat voorbij aan de muzikale rijkdom en kwaliteit van de muziek. De percussionist weet zijn geluiden te doseren en – belangrijker – maakt volwassen en mooi opgebouwde composities. Het instrumentarium zorgt ervoor dat de muziek speels en spontaan blijft klinken.

Met een zo uitgebreid assortiment aan percussie-instrumenten en -voorwerpen moet een gevarieerd album te maken zijn en dat is Hide & Squeak ook. Het is regelmatig gissen naar hoe, dat wil zeggen met welk instrument of voorwerp, Purves melodieën maakt, want het album herbergt een opvallend grote hoeveelheid melodieuze stukken. Abstractie wordt niet geschuwd, maar deze muzikant streeft niet naar het maken van klanklandschappen maar naar ritmisch en melodisch interessante composities.

In Purves’ muzikale omniversum is geen plaats voor elektronische experimenten. Elk geluid wordt akoestisch voortgebracht. Er duiken soms gekke stemmen op, maar vervorming vindt niet langs elektronische maar langs akoestische weg plaats, al is het ook hier gissen naar hoe het effect teweeg wordt gebracht. Mooi is hoe de Schot met zijn attributen een soort eenmansorkest weet te vormen dat maar weinig beperkingen kent. Voor ieder gewenst geluid lijkt de muzikant een bruikbaar voorwerp beschikbaar te hebben.

Hide & Squeak telt veertien stukken die sterk van elkaar kunnen verschillen, maar desondanks geen bonte verzameling aan stijlen vormen. En wat voor stijl speelt de slagwerker eigenlijk? Dat is een lastige vraag, want de muziek van Purves lijkt niet in te kaderen. Soms klinkt een oosters aandoende melodie, soms hoor je Afrikaanse ritmiek, maar de arrangementen steken steeds zo in elkaar dat van een gerichte stijl niet gesproken kan worden. De muziek spreekt echter voor zich.

Knap is vooral dat Purves soms echt een snaar weet te raken. Zo is ‘Still Standing Still’ (at 694 km/s)’ wat sober en somber getoonzet en het resultaat is een met minimale middelen tot stand gebracht, ontroerend stuk muziek. En dat terwijl de Schot net daarvoor met het sterk ritmische ‘Amar Rock’n’ zich van zijn meest maximale en uitbundige kant had laten horen. Je kunt alle kanten op met een percussionist als Purves, dat blijkt. Hide & Squeak is een razendknap, veelzijdig en fantasierijk album waar je niet gauw op uitgeluisterd raakt.