Rune Grammofon/Stickman, 2017

Motorpsycho waagde zich al redelijk vroeg in zijn carrière aan verschillende muziekstijlen. Vanaf het geweldige Demon Box uit 1993 was alles mogelijk en vanaf Let Them Eat Cake (2000) maakte het Noorse trio zelfs een paar pop- en folk-geörienteerde platen. Sinds het vertrek van drummer Gebhardt in 2005 en het aantrekken van Kenneth Kapstad heeft Motorpsycho zich ontwikkeld tot een progrock-monster van hoog niveau, met uitstekende platen als Heavy Metal Fruit en Still Life With Eggplant als logisch gevolg. Uitstapjes richting folk, indierock en pop werden nog steeds niet geschuwd, maar vaak geïncorporeerd in de eigen stijl.

Het vorig jaar verschenen Here Be Monsters liet de vertrouwde Motorpsycho-elementen horen, maar de plaat klonk toch wat rustiger dan we van de mannen gewend zijn. De kwaliteit was er niet minder om. Daarna verliet drummer Kapstad de band en hij is inmiddels vervangen door Zu- en Yodok-drummer Tomas Järmyr. De vraag is of de wisseling van de wacht achter de drumkit tot een koerswijziging leidt. Het antwoord is er nu met het nieuwe album The Tower en dat antwoord luidt ‘nee’.

Motorpsycho doet op de nieuwe plaat wat Motorpsycho de afgelopen, pak ‘em beet, tien jaar heeft gedaan: de eigen, maar in de jaren zeventig gedrenkte, progrock-stijl doorontwikkelen. Dat is, gelet op de hoogstaande albums uit de laatste periode, natuurlijk geen slecht nieuws. Het lijkt of de band speltechnisch en compositorisch nog steeds groeit en dat is knap als je bedenkt dat de band over twee jaar zijn dertigjarig bestaan viert.

De Noren hebben nooit uitgeblonken in bescheidenheid als het om de omvang van hun albums gaat; in de discografie bevindt zich een aardig aantal dubbelalbums. The Tower is er ook een, gevuld met bijna 85 minuten muziek. Albums van Motorpsycho zijn vaak groeiplaten die, als je ze na langere tijd weer eens uit de kast trekt, vaak (nog) beter blijken dan aanvankelijk gedacht. Die vlieger zou ook zo maar eens op kunnen gaan voor The Tower, dat iedere draaibeurt een betere indruk achterlaat, maar niet helemaal vrij van smetjes is.

Een klein smetje is de zang in openingstrack ‘The Tower’, dat overigens een schitterend en stevig rockend instrumentaal middenstuk kent. De vocalen en de melodielijnen doen aan Yes denken. Nee, dat is geen compliment. Het went wel enigszins na een paar draaibeurten. Het album kent daarnaast twee folkachtige stukken, ‘Stardust’ en ‘The Maypole’. Waar in de laatstgenoemde song de zoetgevooisde zang gepaard gaat met een mooie instrumentatie (akoestische en elektrische gitaar) en een levendige melodie, ontbreekt het ‘Stardust’, dat aan Crosby, Stills, Nash & Young refereert, aan fut. De korte track zit ingeklemd tussen twee hoogtepunten, dat speelt de gedenkwaardigheid ook parten. ‘The Maypole’ wordt overigens gevolgd door ‘A Pacific Sonata’, dat lang een ingetogen karakter heeft, waardoor het album even lijkt voort te kabbelen. Het nummer mondt echter uit in een schitterende finale; niet eens zozeer een climax maar een heerlijk voortstuwend deel met een glansrol voor drummer Järmyr, die even loos mag gaan.

En dan zijn we dus aanbeland bij de vele pluspunten van deze plaat. De nieuwe aanwinst  speelt wat meer in dienst van de songs dan Kapstad, wat opvallend is als je het drumwerk van Järmyr bij Zu, Yodok en Yodok III kent. Het beste voorbeeld is ‘A.S.F.E.’ (A Song For Everyone), een voor Motorpsycho-begrippen simpele rocker, inclusief ‘Paranoid’-riff, waarop de drummer opvallend sober en rechttoe rechtaan speelt. Het is precies wat de heerlijk voortdenderende track nodig heeft.

The Tower pakt, ondanks de paar rustpunten, wat steviger uit dan Here Be Monsters. ‘The Cuckoo’ is bijvoorbeeld gezegend met een onvervalste jaren zeventig hardrockriff. De song is de voorbode van het imponerende slotstuk dat ‘Ship of Fools’ heet. Bijna vijftien minuten lang weet de band al groovend aan een climax te bouwen zoals alleen Motorpsycho dat kan. Bijzonder zijn de fluitsolo’s in het stevige ‘In Every Dream Home’ (ook met seventies hardrockriff), waarmee de stevige rock een folkinjectie krijgt.

De baspartijen van Bent Saether zijn sinds jaar en dag een sterke troef van de Noren en op dit album is dat niet anders. Vooral in het openingsduo ‘The Tower’ en het prog-hardrockende ‘Bartok of The Universe’ klinkt de duidelijk in de mix geplaatste bas groovend, stuwend en soms ook melodieus. ‘Intrepid Explorer’ tot slot is psychedelisch en bouwt prachtig op, waarbij naast bas, drums en gitaar een belangrijke rol is weggelegd voor keyboards. Die horen we op The Tower sowieso duidelijk naar voren komen. Het werkt, want nergens wordt de typische Motorpsycho-sound geweld aangedaan.

Fans van de oude Motorpsycho (periode Demon BoxTrust Us) zullen wellicht teleurgesteld zijn, nu de band anno 2017 meer heeft met King Crimson-achtige progrock dan met begin jaren negentig indierock en ook iets minder eclectisch overkomt dan destijds, maar de kwaliteit van de muziek staat buiten kijf. Of The Tower echt tot de hoogtepunten in het indrukwekkende oeuvre van Motorpsycho behoort, is nog even de vraag. In ieder geval heeft het trio opnieuw een heel sterke plaat gemaakt, waarop vertrouwde elementen net even anders worden samengevoegd, waardoor een album ontstaat dat ten opzichte van de voorgaande platen zowel vertrouwd als afwijkend klinkt.

Motorpsycho website