Lost Pilgrims, 2017

Is er nog wat veranderd bij die herriemakers van Fange?
Jawel, er is een nieuwe plaat uit.
Is er muzikaal ook iets veranderd?
Nee, eigenlijk niet.
Is dat erg?
Helemaal niet!

Wie de Franse band kent van het vorig jaar september verschenen Purge of een van de daarvoor verschenen ep’s, weet nu genoeg. Het viertal uit Rennes brengt een melange van smerigheid en agressiviteit en doet dat kennelijk met satanisch genoegen, want slechts een half jaar na het debuutalbum verschijnt de opvolger al. Pourrissoir toont een band die zich niet of nauwelijks ontwikkelt, maar die wel een album van dezelfde kwaliteit aflevert als het debuut.

Het instrumentarium van Fange bestaat uit drums, gitaar, elektronica (‘noise’) en stem. Geen basgitaar dus, maar dat weerhoudt het kwartet er niet van een loodzware sound te creëren, zodat dat instrument niet wordt gemist. De band koppelt de agressiviteit van bijvoorbeeld Generation of Vipers of Pantera aan Zweedse death metal, hardcore punk en doomy sludge. Net als op Purge wordt de vuiligheid uitgesmeerd over zes tracks. De sound is overigens ook weer niet zo smerig dat slechts een muzikale drab overblijft, hoewel het niet altijd makkelijk is iets van een songopbouw te herkennen. Het beste is om het album ineens in zijn geheel over je heen te laten denderen.

Lomp is het wel wat Fange de luisteraar voorschotelt, of het tempo nu in standje langzame doom staat of in opgefokte punkmodus wordt doorgedramd. De vanuit de tenen komende schreeuwzang klinkt getergd en opruiend. Daarmee begint opener ‘Parmi Les Ruines’ ook, waarna een onbehouwen riff de mestkar in gang trekt. Het tempo wisselt van redelijk langzaam naar midtempo naar traag naar snel. Een echte structuur lijkt te ontbreken, maar op een of andere manier klopt het allemaal, en Fange doet bovendien aan spanningsopbouw door rond de derde minuut gas terug te nemen en langzaam de agressie weer op te voeren, uiteindelijk resulterend in een razende finale.

‘Agapes’ lijkt aanvankelijk wat overzichtelijker, maar ook hier wordt niet een vast tempo gehanteerd. Opvallend zijn de zware riffs, het veelvuldig geselen van de bekkens door drummer Boris Louvet en de gescandeerde vocalen. ‘Ultrafrance’ bestaat voor het grootste gedeelte uit louter elektronica en vocalen, klinkt wat minder zwaar maar ook onrustig, want rust krijg je als luisteraar niet van Fange.

Langste stuk op de plaat is ‘Les Gemonies’, dat als een langzame doomtrack begint, maar uitmondt in nijdige sludge, waarin de gitaren verantwoordelijk zijn voor de donkere sfeer en Louvet als een bezetene tekeer gaat. Het tempo gaat bijna pesterig naar beneden en ook hier wordt spanning opgebouwd door even gas terug te nemen en toe te werken naar de volgende woeste passage. De vocalen variëren van geschreeuwd tot gegrunt tot gescandeerd. In het laatste gedeelte piepen zowaar wat heldere gitaarklanken door de brute grimmigheid heen.

Elektronica en vocalen overheersen weer in Vore, dat als een soort hoorspel overkomt. Een hoorspel met twee personen verkerend in vertoornde wanhoop. Het dient als opmaat tot ‘Ressac’, waarin genadeloze woede de vrije loop wordt gelaten. Een beukende riff wordt afgebroken door het tempo drastisch naar beneden te schroeven, maar zonder iets van de woeste impact in te leveren.

Fange serveert met Pourrissoir een nihilistische en onsmakelijke brok muzikaal geweld die hard binnenkomt, net zo hard als ‘Purge’ dat eerder deed. De ontlading van opgekropte frustraties en razernij is om bang van te worden. Het grenst soms aan pure waanzin. Dat dient te worden opgevat als warme aanbeveling.

Pourissoir bandcamp

Fange bandcamp

Fange merchsite