Brisk, 2017

Anonimiteit is kennelijk een groot goed bij het Belgische Briqueville, want live gaan de gezichten van de bandleden verscholen achter maskers en ook het artwork van de platen van het gezelschap bevat nauwelijks informatie. We mogen nog net weten dat de stukken op de platen aktes heten en genummerd zijn met Romeinse cijfers. Het een en ander doet vermoeden dat we te maken hebben met een band die het occultisme praktiseert of black metal speelt, maar dat blijkt niet zo te zijn.

II is de opvolger van het titelloze debuut uit 2014 en de plaat laat horen dat de band is gegroeid. De muzikale ideeën zijn beter doordacht, invloeden worden op meer eigen wijze verweven in het geheel en het spel met dynamiek en noise wordt vervolmaakt. Aan metal doet Briqueville wel degelijk, maar niet alleen dat. In de drie aktes die II telt zijn naast post-metal en post-rock ook doom, sludge, krautrock, drone en noise te onderscheiden, en die verschillende elementen vormen de caleidoscopische wereld waarbinnen Briqueville opereert.

De Belgen trekken op II tweeënveertig minuten uit om de luisteraar een logge, maar wervelende en bij vlagen overdonderende luistertrip te bezorgen. ‘Akte V’ beukt er direct op los, strak, machinaal, en de noisy en dissonante gitaren die daarbovenop worden gelegd maken dat het helse begin hard aankomt. Na tweeëneenhalve minuut valt het tempo stil, maar de rust is van korte duur. Een basic gitaarriff bepaalt het ritme en wordt gecombineerd met melodieuze gitaren. Even denk je: Godspeed You! Black Emperor!, maar Briqueville is alweer vertrokken naar andere oorden als het gitaarritme hard wordt doorgetrokken en daarna het tempo naar beneden gaat en een mandoline (of is dat toch een gitaar?) hoorbaar wordt. Na een paar harde klappen eindigt ‘Akte V’ in pure noise.

Die op de daaraan vastzittende ‘Akte VI’ overgaat in een rustige passage, gevolgd door een straf ritme en een Oosterse gitaarmelodie. Erg fraai zijn de op de achtergrond galmende melodie en de elektronische sfeergeluiden. Tegen het einde van deze akte duiken plots vocalen op, declamerend. Gecombineerd met de strakke, bijna industriële muziek doemt de naam Swans even op, maar ook nu ontkomt Briqueville aan de te gemakkelijke vergelijking door de Oosterse melodie weer tevoorschijn te halen, wat gecombineerd met de vocalen een eigen sfeer geeft. Besloten wordt met een straffe metalriff.

Twee aktes gehad en een luisterrijke muzikale ervaring rijker. Maar het is nog niet op, de plaat is pas op de helft. ‘Akte VII’ neemt ruim negentien minuten in beslag en daarop toont de band nog nadrukkelijker hoe een spannend geheel te brouwen uit verschillende muzikale episodes. Het begin is statisch, het slagwerk bepalend, waarna een rustige en sombere passage volgt, die je echter allerminst achterover doet leunen. Het stuk bevindt zich nog in de opbouwfase denk je, totdat de rust ruw wordt verstoord doordat plots een stampende doomriff opduikt, vergezeld van getergde vocalen en een klaaglijk klinkende gitaar. De overgang naar een elektronisch gedeelte verwacht je niet, maar het werkt. Gitaren en percussie nemen over en vervolgens duikt weer een Oosterse melodie op, nu met zang, waarmee wordt benadrukt dat je II het best als één geheel kunt beschouwen. Briqueville haalt daarna nog even vol door om tot slot kort af te bouwen.

Het knappe van de muziek op dit album is dat die weliswaar in verschillende stadia valt in te delen – die overigens niet per se samenvallen met de indeling in aktes – maar dat de band tegelijkertijd de grote lijn steeds bewaakt en II ook zonder problemen als één lang stuk is te beschouwen. Overgangen, of die nu geleidelijk plaatsvinden of plotsklaps, zijn soms logisch, soms verrassend, maar altijd positief bijdragend aan het imposante bouwwerk dat II is.

Briqueville II bandcamp

Akte VI from briqueville on Vimeo.