Raw Tonk, 2016

Het Spaanse duo Skullfuck bestaat uit Achilleas ‘Akipo’ Polychronidis (van oorsprong Grieks) op sax en elektronica en Dani Vega op drums. Het tweetal bracht in 2015 twee albums uit, waarop een heftige cocktail van freejazz en noise te horen is. Op Catalogue of Horrors gebeurt dat in dertien korte stukken, op Day of The Black Sun is ook ruimte voor wat langere stukken, naast twee miniatuurtjes. Eerder dit jaar bracht Akipo een solo-album uit, getiteld Annoy, een heerlijke brok speels kabaal voor saxofoon waarbij wel de nodige moeite moet worden gedaan om de verborgen schoonheid van de muziek te ontdekken.

Inmiddels is Skullfuck toe aan zijn derde album, Fireflies and Mosquitoes, uitgebracht op het Raw Tonk-label, dat is gespecialiseerd in vrije improvisatie, freejazz en noise. En dat is precies wat de beide heren de luisteraar voorschotelen. Kort door de bocht kun je stellen dat de muziek op dit album ligt tussen die op Day of The Black Sun en Akipo’s soloplaat. Er is geen plaats voor korte kopstoten deze keer; de cd bestaat uit twee lange stukken van ruim zestien en negentien minuten.

Het saxofoonspel van Akipo kan worden gekenmerkt als hard, scherp en agressief. Het spelen van een verfijnde melodie of lange melodische lijn behoort niet tot de muzikale bagage van de saxofonist. Akipo gebruikt daarnaast effectpedalen en elektronica om zijn saxgeluid te manipuleren en te vervormen, al blijven de geproduceerde tonen meestal als saxofoongeluiden te herkennen. Waar hij zich op de vorige releases van Skullfuck en op Annoy beperkte tot het bespelen van de tenorsax, is hij nu ook op sopraansax te horen.

Dani Vega’s drumspel is vol daadkracht en ongetemd. Hij maakt minder gebruik van dynamische contrasten als je zijn spel vergelijkt met freejazz-collega’s als bijvoorbeeld Andrew Lisle en Andrew Cheetham, twee slagwerkers die ook op releases van Raw Tonk zijn te beluisteren. Waar op de vorige plaat van Skullfuck ook tribale drums te horen waren, wordt op Fireflies and Mosquitoes uitsluitend de kaart ‘ferme freejazz’ getrokken.

De sopraansax van Akipo produceert hoge, ijle klanken in ‘Fireflies’ en dat gebeurt de volle zestien minuten lang. Het vormt de basis van het stuk, waar de tenorsax en de drums vrij overheen bewegen. Vega kletst er vol op en is ‘all over the place’, vooral met zijn spel op de toms. Af en toe houdt hij stil, waarna de volgende aanval volgt. Akipo’s spel op de tenorsax contrasteert aanvankelijk fraai met de sopraansax doordat de tenor juist niet het hoge register beroert. Halverwege het stuk komt daar verandering in, worden ook hoge noten gespeeld en wordt het tenorsaxspel extremer. Rust wordt de luisteraar nergens gegund in een energiek en opzwepend stuk.

‘Mosquitoes’ begint met hoge, bijna fluitende maar ongemakkelijke klanken, afgewisseld met rustige saxtonen. Pas na ruim vijf minuten mept Vega er weer vertrouwd op los, waarmee het stuk pas echt op gang wordt getrokken. Dan is het ook wel direct alle hens aan dek. Akipo speelt met elektronica en feedback, waardoor je soms een overstuurde elektrische gitaar lijkt te horen, maar ook zonder effecten is het saxofoonspel extreem en luidruchtig. Na twaalf minuten beperkt Akipo zich tot gruizige elektronische geluiden en treedt Vega’s drumspel op de voorgrond. Drie minuten later mengt de tenorsax zich weer in de strijd, steeds meer vermengd met de elektronica. Het stuk eindigt vrij abrupt.

Een constante in de uitgaven van het Raw Tonk-label is dat de muziek nooit gemakkelijk klinkt. Sterker nog: ongemakkelijkheid lijkt het devies. Dat geldt ook voor Fireflies and Mosquitoes, waarop geen enkele moeite wordt gedaan om de luisteraar te plezieren. Het is aan de luisteraar om even door te bijten en zo in de extremiteit de muzikale schoonheid te ontdekken. Skullfuck is niet gezellig, maar wel spannend. En daar gaat nog altijd de voorkeur naar uit.

Skullfuck – Fireflies and Mosquitoes Bandcamp