Neurot, 2016

Dertig jaar bestaat het instituut Neurosis inmiddels en eerder dit jaar werd dat gevierd met onder andere twee optredens tijdens het Roadburn Festival in Tilburg, waarbij in twee verschillende sets een dwarsdoorsnede van het oeuvre van de band werd gepresenteerd. En dat oeuvre is indrukwekkend. Nu ligt er ook een nieuwe plaat van het vijftal uit Oakland en de vraag is of nog iets wezenlijks toe te voegen valt aan de discografie.

Sinds Neurosis van een hardcoreband evolueerde in het sludgemonster dat het vanaf Souls at Zero uit 1992 is, heeft de band maar zelden teleurgesteld. Als aanvoerder van het sludge metalgenre wist de band iedere plaat wel stappen te zetten in een andere richting door bijvoorbeeld het inbrengen van niet-alledaagse instrumenten (doedelzak!), slagwerkexercities (‘Cleanse’) of het aanbrengen van meer atmosferische lagen, zonder de kenmerkende sound te verloochenen, al pakte The Eye Of Every Storm voor Neurosis-begrippen verrassend ingetogen uit.

Hoewel ook de vorige plaat, Honor Found In Decay, geen echte tegenvaller is, kan het toch moeilijk als een van de meest geïnspireerde Neurosis-albums worden gezien. Songmateriaal en uitvoering zijn op die plaat zoals altijd sterk, maar toch knaagt het gevoel dat sprake is van een herhalingsoefening, alsof de mannen hun muzikale zegje inmiddels wel hebben gedaan en daaraan niets nieuws meer hebben toe te voegen.

In zekere zin geldt dat ook voor Fires Within Fires, want we hebben het allemaal al eens eerder gehoord. De sferische passages, ingehouden spanning, post-rock, smerige noise en grandioze uitbarstingen zijn ook te vinden op dit nieuwe album. Toch weet Neurosis hier, in tegenstelling tot het vorige album, met de bekende elementen in ieder geval een geheel te vormen dat als een welkome aanvulling op het repertoire kan worden beschouwd.

In de eerste plaats is Fires Within Fires kort. Gewend aan lange, meeslepende albums is dat even wennen. Het lijkt alsof Neurosis zich met deze plaat zich alleen puur en naakt wenst te presenteren, waarbij het overtollig vet is weggesneden. Daarnaast klinkt de plaat bij tijd en wijle opvallend clean; in ieder geval veel minder smerig dan bijvoorbeeld Through Silver In Blood of Given To The Rising. In sommige passages lijken de in morsigheid gespecialiseerde heren zelfs oog te hebben voor esthetiek.

Voorbeelden van het laatste zijn het rustige gedeelte in opener ‘Bending Light’ en de door Steve Von Till gezongen luistervriendelijke melodie van ‘Broken Ground’. Het vijftal lijkt voor een toegankelijker geheel te kiezen, maar het woord ‘toegankelijk’ is in het geval van Neurosis natuurlijk een relatief begrip. Bovendien ontbreken de heftiger stukken in beide hiervoor genoemde tracks niet. In ‘Fire Is The End Lesson’ pakt het opschroeven van het volume bij de overgang van post-rock naar woeste sludge metal erg goed uit.

Door de korte tijdsduur is er geen ruimte voor geluidsexperimenten of intermezzo’s. De vijf songs op de plaat zijn wel allemaal – en ieder op eigen wijze – raak. Toch was juist het ondergaan van de vorige albums als geheel mede door de tijdsduur zo’n louterende ervaring. Die hypnotiserende kracht ontbeert Fires Within Fires. De nieuwe plaat lijkt ook wat makkelijker te bevatten dan eerdere albums, wellicht uitgezonderd The Eye Of Every Storm. De nadruk ligt op Scott Kelly’s en Steve Von Till’s gitaren en de synths van Noah Landis lijken iets naar achteren te zijn gemixt. Ook ontbreekt de toevoeging van extra instrumenten.

Fires Within Fires bevat louter sterke songs dus teleurstellen doet Neurosis allerminst. Een klassieker als Through Silver In Blood, Times Of Grace of A Sun That Never Sets is het nieuwe album echter niet, daarvoor ontbreekt het te veel aan barbaarse stootkracht. De lat ligt bij Neurosis natuurlijk wel erg hoog. De iets lichtere touch maakt dat de plaat toch een eigen plaats inneemt in het oeuvre van de band. Na de wat anonieme voorganger is in ieder geval terrein teruggewonnen en uiteindelijk zal ook deze plaat wel weer verslavend blijken te zijn.

Neurosis Website