Trocadero, 2016

Messer uit Münster is aan zijn derde album toe en er zijn wat wijzigingen te constateren, niet alleen in de muziek maar ook in de bezetting. En dan wordt de wisseling van platenmaatschappij This Charming Man naar Trocadero nog buiten beschouwing gelaten. Mede-oprichter en gitarist Palle Schaumburg heeft de band verlaten en toegetreden zijn gitarist/organist/synthspeler Milek en slagwerker/percussionist Manuel Chittka, al speelde die laatste al percussie tijdens optredens van Messer.

Ook qua sound is de Duitse band wat opgeschoven. Het etiket ‘post-punk’ kan nog steeds op de muziek geplakt worden, maar Jalousie klinkt wat gestileerder, wat minder agressief en meer uitgebalanceerd dan voorgangers Im Schwindel en Die Unsichtbaren. Een beetje minder donker ook. Wat weer niet wil zeggen dat deze nieuwe plaat niet donker klinkt, maar nu met meer indie- en popinvloeden dan voorheen. De band staat daarbij nog steeds met een stevige poot in de jaren tachtig.

En mocht het allemaal net iets te opgewekt gaan klinken, dan zijn daar nog de sombere teksten van zanger Hendrik Otremba, niet van literaire aspiraties gespeend, een tikkeltje pathetisch misschien, maar alleszins het beluisteren waard. Otremba’s redelijk diepgravende en beschouwende teksten schetsen een niet al te optimistisch mensbeeld, waarin meermaals een desolaat gevoel overheerst. Een wereldzanger is hij niet, maar zijn voordracht overtuigt alleszins en past erg goed bij het veelkleurig klankpalet van de band.

Daarbinnen is veel ruimte voor drums en percussie, wat niet vreemd is als je bedenkt dat Messer twee slagwerkers telt (naast Chittka ook Philipp Wulf). Daarnaast is bassist Pogo McCartney prominent aanwezig en legt hij de ene fraaie eighties-baslijn na de andere neer. Hij speelt overigens ook orgel en piano. In de gitaarlijnen waart af en toe het U2-spook rond, maar gelukkig heeft de muziek van de Duitsers verder niet al te veel uit te staan met die van de Ieren.

De opening van Jalousie is direct een van de hoogtepunten van de plaat: het trage ‘So sollte eis sein’ wordt gedomineerd door een zware orgelklank. “Es riecht nach Regen / Riecht nach Metall / Es schmeckt nach Blut in deinem Mund / Wir schlagen auf, es ist vorbei / Und wir verlieren uns im Hall”, zingt Otremba en de toon is gezet. De laatste zin “So sollte es sein” wordt door zangeres Stella Sommer (van Die Heiterkeit) meegezongen en ook is Micha Acher (van The Notwist) op trompet te horen in een prachtig droefgeestige song, die als intro kan worden opgevat maar veel meer is dan dat alleen.

In het mooi opgebouwde ‘Der Mann, der zweimal lebte’ doet de jaren tachtig post-punk vermengd met indierock en new wave zijn intrede en die tachtiger wave-invloed is helemaal duidelijk te horen in ‘Detektive’. Meest elektronisch klinkt Messer in ‘Die Hölle’, waarin voorzichtig synthpop zijn intrede doet en dat ook tekstueel tot de beste songs van de plaat behoort.

Het sterkst is Messer echter als de band op zijn somberst klinkt, zoals in ‘Im Jahr der Obsessionen’. “Kommt her zu mir, es ist so finster / Kommt spielt die Szene noch ein letstes Mal / Da draußen warten doch nur die Gespenster / Und ein Kind steht gefesselt am Marterpfahl”. De toon is droevig en berustend. Als luisteraar wil je uiteindelijk niet anders dan dat de laatste strofen “Ich will das alles, ich will es jetzt / Nur meine Träume will ich nicht” steeds herhaald blijven worden.

Instant hits zijn niet te vinden op Jalousie, maar ontoegankelijk klinkt de plaat ook niet. Het album ontleent zijn meerwaarde aan de rijke instrumentatie, de melancholische toon en de bijzondere teksten. De jaren tachtig zijn onmiskenbaar referentiepunt, maar het gaat niet zo ver dat de plaat als een anachronisme moet worden beschouwd. De muziek heeft een eigentijdse zeggingskracht en ook dat maakt Jalousie een sterke plaat.

Website Messer