Bella Union, 2016

 

Jambinai komt uit de Zuid-Koreaanse hoofdstad en onlangs was de band te aanschouwen in Groningen, Den Haag en Amsterdam. De muzikanten maken gebruik van Koreaanse instrumenten als de piri (een soort hobo), haegum (vergelijkbaar met een viool) en geomungo (een soort citer, maar zwaarder). Uiteraard klinken die instrumenten net even anders dan de meer bekende tegenhangers. 

Wie, gelet op het instrumentarium, denkt dat Jambinai traditionele Koreaanse folk speelt, komt bedrogen uit. Gitaar, drums en elektronica zijn eveneens belangrijk voor het geluid van de band, die post-rock speelt en binnen dat genre zelfs aan de heftige kant van het spectrum vertoeft. ‘A Hermitage’ is het tweede album van de Koreanen, na ‘Différance’ uit 2012, en het laat de luisteraar kennismaken met een luidruchtiger kant van de band ten opzichte van de voorganger.

Het album opent hard met Wardrobe, dat naar industrial neigt. Meteen valt op dat Koreaanse en westerse instrumenten op natuurlijke wijze samenvloeien en dat geldt voor de hele plaat. Echo Of Creation is ook vrij heftig, maar valt terug naar een verstild gedeelte. Daarmee is een van de sterke punten van ‘A Hermitage’ ook meteen benadrukt: niet elke song volgt het geijkte post-rock stramien van een rustig begin en het toewerken naar een climax. Daardoor blijft de muziek enigszins onvoorspelbaar en dat houdt de spanning er in.

For Everything That You’ve Lost is wel een stuk dat een traditionele post-rock opbouw kent, en waarin de piano een leidende rol heeft. Mogwai is hier niet ver weg. Abyss pakt de zaken noisier aan. Het is een vocaal stuk waarin in het Koreaans een tekst wordt gedeclameerd. Het zit tussen spoken word en rap in. In Deus Benedicat Tibi spelen een jankende piri en haegum de hoofdrol en het stuk ontaardt in pure industriële noise.

Na zoveel geweld komt het post-rockende The Mountain als geroepen. Het nummer doet wat de titel doet vermoeden: na een rustig, melancholiek begin wordt de klim langzaam steeds zwaarder, Behoorlijk standaard post-rock, maar de Koreaanse instrumenten, die op schitterende wijze worden ingezet, maken opnieuw het onderscheid. Na vier en een halve minuut volgt de heftige climax, gevolgd door een verstild einde.  Denk je. Nog even wordt flink uitgehaald, waarna de haegum solo het stuk uitluidt.

Een vooraanstaande rol is weggelegd voor de geomungo in de laatste twee nummers op de plaat. Naburak is sterk ritmisch stuk waarin het Koreaanse folk-element het meest prominent doorklinkt. Ook in afsluiter They Keep Silence geeft de geomungo een tegendraads ritme aan. Rustiger stukken met sacrale zang worden afgewisseld met heftige uitbarstingen, waarin de haegum huilt en de gitaar loos gaat.

‘A Hermitage’ zal niet iedere post-rock liefhebber aanspreken. Daarvoor is het album te noisy en soms ook te industrieel. Jambinai laat echter wel horen dat het een unieke band is die op grandioze wijze Koreaanse elementen gebruikt om een eigenwijze, harde sound te creëren. Het is een album voor wie houdt van een muzikale uitdaging en nieuwe klanken en bovendien niet terugschrikt van een flinke portie lawaai.

https://www.facebook.com/jambinaiofficial/