013, Tilburg

Zondag 22 mei 2016

 

Duisternis past goed bij de trage doomjazz van Bohren und der Club of Gore. Het is daarom goed dat het bij live-optredens helemaal donker is in de zaal en dat de heren op het podium slechts verlicht worden door een achttal lichtjes schijnende lampen, die alleen af en toe van kleur verschieten. De band is daardoor vrijwel niet te zien, maar dat draagt bij aan de nachtelijke sfeer die wordt gecreëerd.

Opduvel zag het Duitse gezelschap al eerder, op 28 januari 2010 in Theater Kikker in Utrecht. Vanavond speelt Bohren und der Club of Gore in de kleine zaal van 013, maar die is eigenlijk al te groot om een echt intieme sfeer te scheppen, zoals dat destijds in Kikker wel lukte. De band blijft daardoor wat meer op afstand en dat merk je, ook al staat men in het donker. Desondanks weten de mannen uit Nordrhein-Westfalen door hun muziek wel degelijk sfeer te scheppen, maar dan vooral een lome en een donkere.

De oorspronkelijke vier leden van Bohren und der Club of Gore waren liefhebbers van onder andere grindcore, doom metal, death metal en hardcore. Zij besloten hun eigen doomversie van jazz te maken, aanvankelijk met een belangrijke rol voor de gitaar. Toen gitarist Reinder Henseleit werd vervangen door Christoph Clöser (saxofoon, vibrafoon, piano), betekende dat vanzelfsprekend een belangrijke verschuiving in het geluid van de band, zonder dat aan de originele uitgangspunten werd getornd. 

Met Clöser, Thorsten Benning (drums), Robin Rodenberg (bas) en Morten Gass (piano, mellotron, gitaar) werd een serie prachtplaten gemaakt, waarvan ‘Black Earth’ uit 2002 en ‘Dolores’ uit 2008 als hoogtepunten mogen worden beschouwd. De sound van de band verandert al jaren nauwelijks, al zijn er duidelijke accentverschillen. Zo ligt op de laatste plaat, ‘Piano Nights’ de nadruk meer op pianospel. Eind vorig jaar verliet drummer Benning de band.

En zo treedt vanavond in Tilburg een trio aan in plaats van een kwartet. Curieus is hoe het slagwerk bij het ontbreken van een drummer verdeeld is over de bandleden. Alle drie de leden spelen bekkens, Rodenberg een enkele keer ook snare en Gass de basdrums. Opvallend middelpunt vooraan op het podium is een automatisch ronddraaiende snaredrum, met een brush, waardoor een constant vegende snare te horen is in een groot aantal nummers.

Bohren und der Club of Gore doet live wat de band op plaat ook doet: hele trage jazz spelen, waarbij geen tijd wordt verspild aan overbodige noten of andere speelse fratsen. De bas klinkt sober en droog en het slagwerk is al even spaarzaam maar doeltreffend. Piano, mellotron en vibrafoon zorgen voor inkleuring, maar het fraaist is het statige saxofoonspel, ook zonder franje en zonder een noot te veel. Het geeft de muziek een ontroerende meerwaarde.

Uiteraard ligt de nadruk tijdens het concert op het laatste album en het hele optreden bestaat uit het kenmerkende trage spel van de Duitsers. Andere smaken heeft de band niet in huis. Sceptici zullen zeggen dat de hele avond hetzelfde nummer wordt gespeeld, maar dat doet de band tekort, want er zijn wel degelijk verschillen, ook al zijn die niet groot. Het is bovendien de aangename duistere sfeer die ervoor zorgt dat je geboeid naar Bohren und der Club of Gore blijft luisteren, anderhalf uur lang.

De droogkomische presentatie, die net zo traag is als de muziek van de band, zorgt voor hilariteit en de band lijkt daarmee aan te willen geven dat we het allemaal niet zo serieus moeten nemen. Zo kondigt Clöser voordat het laatste nummer van de reguliere set wordt gespeeld maar vast aan dat de band daarna nog twee encores zal spelen en dat gebeurt dan dus ook. Bohren und der Club of Gore weet met zijn trage doomjazz een gevoelige snaar te raken en tegelijkertijd weet de band zijn muziek te relativeren, maar bovenal is de muziek gewoon mooi. Dat blijkt ook vanavond in Tilburg.

http://www.bohrenundderclubofgore.de/