I, Voidhanger, 2016

 

Wat te denken van een band waarvan de leden zichzelf ::zEEE-LuVft-huuND en RoTnn’BlisssS noemen? Vaag? Zo vaag is de metal van Howls of Ebb ook. Zo slecht zijn die namen dus nog niet gekozen, maar aanstellerij blijft het natuurlijk wel. Op het tweede volledige album (na debuut ‘Vigils of the 3rd Eye’ uit 2014 en ep ‘The Marrow Veil’ uit 2015) weet de van trio tot duo geslonken band uit San Francisco een aardig imponerend geluid te creëren, al zijn niet alle stukken even sterk.

En wat speelt Howls of Ebb nu eigenlijk? Black metal? Death Metal? Doom? Van alles een beetje, maar niets overheerst. “Limbonic Death Hymns” noemen ze het zelf. Hoe je het ook wenst te typeren, de muziek van het duo is in ieder geval een smerig en occult brouwsel dat behoorlijk eigenzinnig klinkt. Aan heldere structuren heeft Howls of Ebb een broertje dood en het woord ‘song’ komt ook niet in het vocabulaire van het tweetal voor. Het zorgt ervoor dat de muziek niet makkelijk wegluistert, maar van een onontwarbare kluwen is gelukkig geen sprake.

De muziek van Howls of Ebb is aantrekkelijk omdat het onvoorspelbaar is, zonder dat de combinatie van stijlen of de overgangen binnen de tracks geforceerd aandoen. Dit duo moet het niet hebben van muilperen die je recht in je smoel raken. De sound is wat modderig, doomy; meer het soort muziek dat je langzaam opslorpt in plaats van in je gezicht te exploderen. Opvallend is ook dat het doomy element aanwezig is terwijl Howls of Ebb toch ook regelmatig het gaspedaal indrukt en snel speelt.

Die snelheid wordt direct ingezet in opener The 6th Octopul’th Grin, dat na een rollend begint zelfs naar speedmetal neigt, inclusief gitaarsolo. Niet voor lang natuurlijk, want het tempo wordt met hetzelfde gemak drastisch naar beneden geschroefd, waarna dreigende fluisterende vocalen en een doom-bas een sinistere sfeer neerzetten. En dat is nog maar het eerste gedeelte van de openingstrack. Even later komen elementen uit traditionele heavy metal voorbij in het gitaarspel. Het stuk eindigt weer traag.

Cabals of Molder voert de snelheid weer op, de drums worden gegeseld, de bas is diep, de vocalen donker en de gitaren lijken alle kanten op te vliegen. Maar ook nu: het mag niet te lang duren, want het tempo moet naar beneden. Een simpele riff gaat vergezeld van ijle gitaarklanken die de sfeer naar occult doen overhellen. De band blijft wel iets te lang hangen in dit gedeelte en dat wreekt zich vooral als daarna Maat Mons’ Fume ook in een lage versnelling en niet al te heavy begint. Even is de betovering verbroken, maar niet voor lang, want in Maat Mons’ Fume wordt naar een tempoversnelling toegewerkt die zijn uitwerking niet mist.

Het meest modderig klinkt het tweetal in 7 Ascetic Cinders, 8 Dowries of g’AnOm; alsof een afzichtelijk gedrocht uit de natte klei wordt getrokken. Veel geheimzinniger en duisterder krijg je het niet. De vocalen zijn van een onheilsprofeet. Net als je denkt dat Howls of Ebb te lang in een lage versnelling blijft spelen, is daar de plotse versnelling. Thrash metal-elementen zijn terug te horen in het gitaarspel in Subliminal Lock – A Precursor To Vengeance. Opnieuw een sterke track, maar het trucje ‘snel beginnen en dan tempo omlaag’ is inmiddels wel een beetje sleets. Dat wordt goedgemaakt door afsluiter en hoogtepunt The Apocryphalic Wick, dat lang met minimale middelen dreiging creëert, voordat uiteindelijk de daarmee aangekondigde uitbarsting zijn verlossende werk doet.

‘Cursus Impasse’ is, hoewel stevig, geen echt agressieve plaat, daarvoor is de sound te zompig en wordt te vaak gas teruggenomen. De intensiteit blijft niet altijd op peil, maar daar staat tegenover dat van eenvormgheid geen sprake is. Dreiging, occultisme en duisternis bepalen de sfeer en zorgen voor drie kwartier ijselijk vertier.

https://i-voidhangerrecords.bandcamp.com/album/cursus-impasse-the-pendlomic-vows