Propeller Recordings, 2016

 

In december vorig jaar verscheen van het duo Yodok het album ‘IIII‘. Yodok bestaat uit drummer Tomas Järmyr en koperblazer Kristoffer Lo. Niet lang daarna, in februari 2016, brengt laatstgenoemde zijn tweede soloplaat uit, getiteld ‘The Black Meat’. Was ‘IIII’ al een geweldig album, ‘The Black Meat’ doet er niet of nauwelijks voor onder. De plaat is trouwens al opgenomen op 30 november 2013 in de vuurtoren op het Noorse eiland Ryvingen, maar verschijnt nu op vinyl.

Kristoffer Lo is een buitengewone muzikant. Tuba en flugabone, dat zijn de twee instrumenten waarmee hij zijn muziek creëert, daarbij gebruik makend van effecten. Het zijn niet de meest voor de hand liggende instrumenten; zonder effecten worden die vaak geassocieerd met klassieke muziek, harmonie, fanfare en marching bands, en ook in de jazz kom je wel eens een verdwaalde tuba tegen. Niets van dat alles gaat op voor de manier waarop Lo zijn tuba en flugabone gebruikt. 

Lo’s muziek bevindt zich op het terrein van drone en dark ambient en komt tot stand door elektronische manipulatie van de tuba- dan wel flugaboneklanken, waarbij de beide koperen blaasinstrumenten soms niet meer als zodanig zijn te herkennen. De gecreëerde landschappen zijn donker, dreigend, beklemmend soms, maar ook fascinerend en wonderschoon.

Natuurlijk is het creëren van een drone afkomstig van één instrument waarvan de klanken elektronisch bewerkt worden niet nieuw. Phill Niblock doet dat al lange tijd, maar zijn drones zijn statischer, sterieler en kaler; puur drone en geen dark ambient. Ook enerverend, overigens. Lo brengt meer beweging, kleur en gevoel aan in zijn gelaagde muziek. Hij bespeelt bovendien de instrumenten zelf en hoewel die na bewerking niet altijd als tuba of flugabone te herkennen zijn, blijft wel hoorbaar dat die instrumenten echt bespeeld worden.

‘The Black Meat’ telt drie stukken. In Front Row Gallows End is een repeterend motief van vier tonen leidend. Daarachter ontwikkelt zich langzaam een onontkoombare dreiging, bestaande uit lage noten die als het ware komen aanrollen, later vergezeld gaand van een hoge blazerstoon die klinkt als een hoog en ijzig zingende vrouwenstem. 
 
Het daaropvolgende Anodyne for Annihilation is nog veel donkerder. Een lage langgerekte toon is de constante, met daaronder een nog lager klinkende grondlaag. Daarachter speelt zich iets onheilspellends af. Wat precies is niet duidelijk, maar er lijkt iets ophanden. Verlossing wordt niet geboden, de zware tonen zuigen je onvermijdelijk mee het stuk in. De bevrijding komt pas als de klanken aan het einde zachter worden en wegsterven.

Kant B bestaat geheel uit het titelstuk, dat 22 minuten in beslag neemt. Waar Anodyne for Annihilation vooral bestaat uit aanhoudende, stilstaande donkere klanken, is The Black Meat in beweging, zwellen de klanken aan en nemen ze weer af. Het timbre wordt iets lichter naarmate het stuk vordert, maar een zekere dreiging blijft. Nuancering wordt langzaam met nieuwe lagen aangebracht.

Waar de elektronische bewerkte blazersklanken bij Yodok vergezeld gaan van het wervelende drumspel van Tomas Järmyr, moet Lo het op zijn soloplaat zonder doen. En dat pakt zeer goed uit. Waar Yodok op ‘IIII’ steeds toewerkt naar een luidruchtige climax, blijft dat op Lo’s ‘The Black Meat’ achterwege. De klankenpracht is er niet minder om. Fascinerende plaat.

http://www.kristofferlo.com/