Nuclear Blast, 2016

 

Uit 2011 dateert de vorige Textures-plaat alweer, het onvolprezen ‘Dualism’. Volgens Opduvel dan; fans van het eerste uur misten de brute kracht van debuut ‘Polars’. Wat de band aan stootkracht inboette, werd echter ruimschoots goedgemaakt door ijzersterk songmateriaal. Sinds kort is ‘Phenotype’ verkrijgbaar, waarop de band als vanouds stevig van leer trekt maar ook de progressieve elementen een vooraanstaande rol spelen.

Tijdens het schrijfproces van ‘Dualism’ verliet zanger Eric Kalsbeek de band en werd hij vervangen door Daniel de Jongh, die dus de al eerder door de band bedachte zangpartijen voor zijn rekening nam. Dat deed hij overigens met verve, maar ‘Phenotype’ bewijst dat De Jongh nog sterker voor de dag kan komen, als brulboei maar ook als cleane zanger. Er wordt zelfs meerstemmig gezongen op dit album.

Het knappe van Textures is dat de band agressie, complexe ritmiek en progressieve metal aan elkaar last, en wel zo dat de brute stootkracht op organische wijze overgaat in progressieve en soms zelfs sferische passages. Want ‘Phenotype’ mag dan een stuk steviger uitpakken dan de voorganger, er valt voor de progmetal-liefhebber ook veel lekkers te halen.

Natuurlijk zijn de Meshuggah-riffs ook op ‘Phenotype’ niet van de lucht en opener Oceans Collide beukt er vanaf de eerste schreeuw van De Jongh flink op los. Op New Horizons is meer ruimte voor cleane zang, maar het best op dreef is Textures op de afwisselende tracks Shaping A Single Grain Of Sand en Illuminate The Trail, waarin een bijna perfecte symbiose plaatsvindt tussen keiharde metal en progressieve rock. In laatstgenoemde song is het fraaie toetsenwerk van Uri Dijk de completerende factor.

Meander is een drumsolo en doet dienst als intro voor Erosion en het luidt ook het tweede gedeelte van ‘Phenotype’ in, waarin het progressieve element meer de boventoon voert ten opzichte van de eerste helft van de plaat. Dat is al goed te horen in Erosion, maar komt het sterkst tot uitdrukking in het afsluitende Timeless, dat geheel clean gezongen wordt en op een album van Myrath of Leprous niet zou misstaan, als klinkt Textures nog altijd een tikje steviger. Timeless kent overigens een intro in de vorm van de piano-interlude Zman 101. Daarvoor hakt The Fourth Prime er nog even stevig in.

Zoals bij Textures gewoon klinkt ook dit album als een klok. De band toont spierballen, technische begaafdheid en intellect. Zelfs in de meest agressieve gedeelten van ‘Phenotype’ is de band op alle vlakken ‘in control’ en is er geen smerig randje te bespeuren. Dat is jammer, want Opduvel houdt wel van smeerpijperij. Het is echter de enige (en kleine) kanttekening bij een verdomd goed album. Opvolger ‘Genotype’ verschijnt volgend jaar al en zal naar verluidt bestaan uit één lang stuk. Daar kan nu al reikhalzend naar worden uitgekeken. Tot die tijd heeft ‘Phenotype’ meer dan genoeg muzikale inhoud om te blijven boeien.

http://texturesband.com/en/news