Indie Recordings, 2015 

 

Niet alleen voor de betere noiserock, ook voor kwalitatief hoogstaande metal mag je tegenwoordig bij onze zuiderburen aankloppen. Na de geweldige plaat van Bliksem, ‘Gruesome Masterpiece’ van een paar maanden geleden is het nu de beurt aan het Wevelgemse Steak Number Eight om te schitteren, al lijkt het daar bij de eerste beluistering nog niet op.

De kracht van Steak Number Eight is het naadloos samenvoegen van verschillende metalstijlen. Ook op ‘Kosmokoma’ is dat het geval en het geluid van de band wordt zelfs verder uitgediept. Sludgemetal, postrock, progrock, doom metal, psychedelica, gitaarrock: het is allemaal terug te horen, maar dan wel ingebed in songs met een kop een een staart, ook als die songs de zes minutengrens passeren.

De eerste luisterbeurt leidt echter nog niet tot groot enthousiasme. ‘Kosmokoma’ blijkt weliswaar direct een plaat die welhaast uit zijn voegen barst van de muzikale ideeën, maar het lijkt ook een plaat die meer de bewondering opwekt dan dat er van valt te houden. Aan echte emotie lijkt het te ontbreken. De opbouw van de plaat werkt ook niet echt mee: na de eerste drie energieke tracks wordt het tempo drastisch naar beneden geschroefd en keert de kracht van die eerste drie nummers nog slechts sporadisch terug. 

Zo lijkt het aanvankelijk, maar schijn bedriegt, want wat volgt na de eerste drie opzwepende tracks, is wonderschoon. Neem bijvoorbeeld track nr. 4, Gravity Giants, een moloch van een nummer, zwaar en verslavend. De in koor gezongen strofen blijven nog dagenlang in je kop geramd zitten en de logge doom metalsound zuigt je mee de ondergrondse krochten in. Na een kleine vier minuten volgt een rustig intermezzo, waarna het nummer weer losbarst maar nu meer hoopvol gestemd. Gravity Giants is het prijsnummer, of beter gezegd prijsbeest van ‘Kosmokoma’.

Charades schroeft het energiepeil vervolgens echt naar beneden; een akoestische gitaar doet zijn intrede, en dat is even wennen. Het nummer begint atmosferisch maar spannend, met dromerige zang, totdat progrock-terrein wordt opgezocht. De opbouw is fantastisch en doet ondanks wisselingen in ritme en dynamiek geen moment gekunsteld aan. Met Knows Sees Tells All wordt opnieuw dromerig terrein opgezocht, gevolgd door een heavier maar nog steeds traag gedeelte.

Claw It In Your Eyes is een stuk heavy gitaarrock en het meest toegankelijke stuk op de plaat. It Might Be The Lights is een ritmisch pareltje. Zanger/gitarist Brent Vanneste wisselt cleane vocalen af met een oerschreeuw en in beide zangvarianten overtuigt hij. En het gaat maar door met nummers van grote klasse: Cheating The Gallows is een sludge metal-epic en het daaropvolgende Future Sky Batteries heeft een sterke melodie en een emotionele lading waar normaliter Finse bands als Ghost Brigade en Insomnium patent op hebben. Space Punch breit vervolgens een fraai instrumentaal einde aan de plaat.

Dan nog even de eerste drie tracks. Opener Return Of The Kolomon is instrumentaal, op de geschreeuwde vocalen in het laatste gedeelte na. Het nummer kent psychedelische invloeden en doet vaag denken aan And So I Watch You From Afar. Het fabelachtige Your Soul Deserves To Die Twice heeft een episch karakter en kent slechts één, steeds terugkerende, tekstregel met daaromheen cirkelende riffs en solo’s. Het korte en uptempo Principal Features Of The Cult is het meest directe stuk van de plaat; een stuk sludge metal dat het latere werk van Mastodon in herinnering roept.

Steak Number Eights nieuwe album is een plaat vol vernuft, maar het technische kunnen wordt verpakt in uitermate boeiende songs die bijna allemaal per luisterbeurt aan kracht en gevoel winnen. Het album is wel aan de lange kant. Met weglating van een paar songs was het geheel wellicht nog sterker geweest, maar bepalen welke songs dan zouden moeten afvallen is heel moeilijk want er staan geen mindere tracks op ‘Kosmokoma’, een plaat waar de klasse van afdruipt.

http://www.steaknumbereight.com/