Hot Cup, 2015

 

Mauch Chunk was een plaats in de Amerikaanse staat Pennsylvania. Was, want halverwege de twintigste eeuw, na een economische terugval als gevolg van de ineenstorting van de kolenindustrie, werd de plaats omgedoopt in Jim Thorpe. Door het stadje te noemen naar  de beroemde Amerikaanse atleet met Indiaanse roots hoopte men toeristen te trekken. Het jazzkwartet Mostly Other People Do The Killing noemt hun nieuwe plaat naar het stadje en de liner notes bij het schijfje behandelen slechts de lotgevallen van Mauch Chunk/Jim Thorpe. Geen woord over de muziek, maar goed om te weten waar de titel vandaan komt.

De muziek van Mostly Other People Do The Killing is op elk album geïnspireerd door een jazzstijl en daaraan geeft het kwartet steevast een eigen draai door vrijere passages op te nemen, waardoor niet slechts sprake is van pastiches. Composities, waarvan de titels steeds plaatsen in Pennsylvania betreffen, zijn van de hand van bassist Moppa Elliott, uitgezonderd de vorige plaat, ‘Blue’. Dat betrof een dubieuze versie van het volledige ‘Kind Of Blue’-album van Miles Davis. Die plaat werd noot voor noot nagespeeld, wat het kwartet op de nodige kritiek kwam te staan.

‘Mauch Chunk’ is het eerste album van het viertal onder leiding van Elliott waarop meestertrompettist Peter Evans niet van de partij is. Hij wordt niet vervangen door een blazer maar door pianist Ron Stabinsky, die eerder al met Mostly Other People Do The Killing speelde maar nu ook vast bandlid is. Evans wordt gemist, en dan met name zijn samenspel met altsaxofonist Jon Irabagon dat zo bepalend was op de andere platen van het kwartet.

Op ‘Mauch Chunk’ dus geen enververende interactie tussen twee blazers, maar er komt een samenspel tussen piano en saxofoon voor in de plaats dat ook de moeite waard is. Bovendien leeft Irabagon zich op deze plaat nog meer uit in fraaie solo’s, niet langer ‘gehinderd’ door een trompet die ook zijn portie aan solo’s opeist. Stabinsky toont zich overigens ook een volwaardig partner als solist.

Wellicht doordat het kwartet nu een pianist in de gelederen heeft, is het album geïnspireerd door hardbop en Mostly Other People Do The Killing geeft in brede zin vorm aan dat jazzgenre. ‘Mauch Chunk’ klinkt aanvankelijk wel erg veilig. Mauch Chunk is Jim Thorpe (for Henry Threadgill) opent de plaat op traditionele wijze, maar het ontregelende middenstuk laat horen dat we hier toch met een modern jazzkwartet te maken hebben. 

Drummer Kevin Shea is op dreef in Obelisk (for Dave Holland), een stuk dat wat vrijer klinkt dan de meeste andere stukken, maar waarin het hardbop-element met name door het pianospel toch overduidelijk aanwezig is. Hoogtepunt. Erg glad daarentegen klinkt het viertal in de ballad Niagra (for Will Connell), waarin het maken van een pastiche niet gepaard gaat met een eigen, moderne inbreng.

Gelukkig gaat Irabagon weer los op Herminie (for Sonny Clark) en Townville (for Brieanne Beaujolais) en blijkt eens te meer dat hij een buitengewone altsaxofonist is. Voorts kent ‘Mauch Chunk’ een opvallende door latin beïnvloedde track; West Bolivar (for Caetano Veloso) is een geslaagde bossa nova. Het relaxt klinkende slotstuk Mehoopany (for Frank Fonseca) wordt (opnieuw) door Irabagon naar grote hoogte geblazen.

Hoewel niet over de hele linie geslaagd, is ‘Mauch Chunk’ toch weer een mooie Mostly Other Do The Killing-plaat, waarmee het viertal wellicht wat door ‘Blue’ verloren gegane goodwill terugwint. Dat zou terecht zijn, want het is knap hoe deze muzikanten traditionele jazzmuziek een moderne draai weten te geven.

http://www.hotcuprecords.com/mopdtk_bio.html