Ramboy, 2016

 

Klarinettist/saxofonist Michael Moore maakt er een gewoonte van om op zijn eigen Ramboy-label na een tijdje stilte een aantal cd’s ineens uit te brengen, soms zelfs tot zes tegelijk (in 2011). Het laatste drietal schijfjes verscheen in december 2013 en betreft zijn samenwerking met pianist Achim Kaufmann. In 2016 vindt Moore het tijd voor uitgaven van zijn Fragile Quartet (‘Live in Chicago’) en Felix Quartet. Teleurstellen doet Moore eigenlijk nooit, en ook nu treft hij twee keer doel.

Live in Chicago

Een van de allermooiste cd’s van Michael Moore verscheen in 2008 en is getiteld ‘Fragile’. Daarop zijn naast Moore pianist Harmen Fraanje, bassist Clemens van der Feen en drummer Michael Vatcher te horen. Het kwartet werd voorheen aangeduid als Michael Moore Quartet, maar daar is nu dus het woord Fragile aan toegevoegd. In wezen is sinds 2008 niets aan de muzikale aanpak veranderd, maar de verfijnde en melodieuze jazz is zo wonderschoon dat het keer op keer blijft boeien. 

Iedere tournee die het kwartet onderneemt wordt louter nieuw materiaal gespeeld en zo geschiedde ook op 19 april 2014 op het podium van Constellation in Chicago, waarvan ‘Live in Chicago’ een weergave is. De opname is trouwens zo loepzuiver dat je niet zou zeggen met een liveplaat te maken te hebben.

Moore is te horen op klarinet en altsax en zijn spel is zoals zo vaak lyrisch, bedachtzaam en melodieus. Vatcher is opvallend door zijn losse speelstijl en inventief gebruik van bekkens en allerhande percussie. Fraanjes sprankelend melodieuze pianospel is gedoseerd, laat ruimte en zorgt ervoor dat de muziek ademt. Aan dat laatste aspect draagt de ronde bastoon van van der Feen ook bij. Hij toont zich als solist ook van zijn melodieuze kant.

In opener Triptych wordt de aangename muzikale reis verrijkt met een Oosterse klarinetmelodie en fraai spel van Vatcher op hammer dulcimer. Zeer noemenswaard is de lange solo van Van der Feen op Seascape. Op het wat snellere Boogie Man eist Fraanje de hoofdrol op met een lange solo. Drang naar voren is ook te vinden in het lange en speelse A Wall/Shrink, maar verstilde ballads als In The Moon, Gauzy, A Few Seconds (Of Overwhelming Harmony) en Go To Gate bepalen mede de sfeer.

Bovenal is ‘Live in Chicago’ een album dat zijn schoonheid ontleent aan zijn consistentie en ontspannen rust. Een echte uitspatting is niet te vinden op de cd; hetzelfde rustige maar bewogen stramien blijft de volle vierenzeventig minuten gehandhaafd. De muziek schreeuwt niet om aandacht maar trekt die als vanzelfsprekend en op zeer fraaie wijze naar zich toe.

Felix Quartet

Op 22 augustus 2014 speelde het kwartet bestaande uit Michael Moore (altsax en klarinet), Wolter Wierbos (trombone), Wilbert de Joode (bas) en Michael Vatcher (drums, hammer dulcimer) in Felix Meritis in Amsterdam. Moore schreef de muziek speciaal voor dit kwartet en voor deze gelegenheid. Het nu op cd vastgelegde concert is het enige concert dat het Felix Quartet tot nu toe gaf en wellicht blijft het daar ook bij.

Met De Joode en Wierbos in plaats van Van der Feen en Fraanje ontstaat een geheel andere dynamiek tussen de muzikanten. Daar dragen ook de door Moore voor dit kwartet aangedragen stukken aan bij, want die zijn minder lyrisch en sprankelend en er is meer ruimte voor speels experiment. Opener Ramses begint weliswaar verstild, maar de toon is duisterder dan die van het Fragile Quartet, wat mede te danken is aan de veel donkerder bastoon van de Joode ten opzichte van die van Van der Feen.

Opvallend is dat op deze plaat vrijwel steeds gezamenlijk wordt gemusiceerd; er worden geen solo’s zonder begeleiding ingelast. Waar compositie ophoudt en improvisatie begint, is soms moeilijk te ontdekken. Drubbing is gebouwd rondom een melodie van sax en trombone, waaronder De Joode en Vatcher in de weer zijn met creatief spel. Een lome, bluesy baslijn vormt de basis voor Big Dog. Moore en Wierbos soleren tegelijkertijd. 

Gespannen reflectie is er in het eerste gedeelte van Away, Away, mede gedragen door het langzame thema. Onder de trage noten van Wierbos en Moore vinden Vatcher en De Joode ruimte voor solistisch spel. Halverwege slaat het stuk om, wordt het lichtvoetiger en nemen sax en trombone de solo-rol weer op zich. Het speelse Lower Forty lijkt voor het grootste gedeelte geïmproviseerd, met fantasierijk spel van alle vier de muzikanten.

Cry begint ingetogen, waarna drums en bas een lichte groove vinden. Tegen het einde de rechtvaardigt de droeve melodie van sax en trombone de titel van het stuk. Het bedrijvige Ant Highway heeft ook zo’n toepasselijke titel, vooral dankzij het snelle basloopje. Tis Abay eindigt met een fraaie unisono gespeelde melodie en besluit de cd op gepaste wijze. 

‘Live in Chicago’ en ‘Felix Quartet’ tonen twee verschillende kanten van het muzikale spectrum van Michael Moore. Een favoriet kiezen is moeilijk (hoeft natuurlijk ook helemaal niet), want zowel de bedachtzame, ingetogen kant van het Fragile Quartet als de wat speelsere en vrijere kant van het Felix Quartet heeft zijn eigen charme. Er was tot nu toe al veel moois te vinden op Ramboy en deze twee cd’s zijn een prima aanvulling op de catalogus van het label.

http://www.ramboyrecordings.com/mm.htm