Suburban, 2016

 

Met ‘Exo’ voltooit Monomyth de trilogie die begon met het titelloze debuut en waarvan ‘Further’ het tweede deel was. Met drie platen in twee en een half jaar tijd heeft het Haagse vijftal er geen gras over laten groeien. Vraag is wel of deze productiviteit ook leidt tot een constante kwaliteit. Het antwoord is ‘ja’ en ‘constante’ is het juiste woord.

Want muzikaal standvastig is Monomyth zeker. De mengeling van prog-, stoner-, space- en krautrock met een psychedelisch sausje wordt nu al drie albums lang geserveerd middels repeterende patronen, een spannende opbouw en fraaie climaxen. Toch is er wel enig verschil tussen de vorige twee platen en ‘Exo’. Dat zit ‘em in de eerste plaats in het tempo. Dat ligt een groot deel van de plaat een fractie hoger dan het gemiddelde op ‘Monomyth’ en ‘Further’ en het lijkt aanvankelijk alsof deze plaat daardoor wat minder verslavend werkt dan de voorgangers, alsof je er minder in kunt gaan ‘hangen’. Schijn bedriegt, want ‘Exo’ doet niet onder voor de andere twee platen, maar is wel een ietsje lichter van toon.  

Het hogere tempo geldt niet voor de lange, met ambientklanken gelardeerde Uncharted. Dat wordt in gang getrokken door een trage groove, die vervolgens lang aanhoudt. De ingehouden spanning komt pas tegen het einde tot een uitbarsting. Heel andere koek is Surface Crawler, het meest uptempo stuk van de plaat. Het herhalende motief van bas en gitaar is zeer aanstekelijk, het rockt en er zijn wat funky effecten met daar bovenop een licht klinkende synthesizer. Het is vrij luchtige kost voor Momomyth-begrippen, maar het werkt wel.

Een van de handelsmerken van Monomyth betreft de spacey geluiden die ook op dit album van overal en nergens komen opduiken en de muziek opfleuren, zoals op fraaie wijze naar voren komt in ET Oasis, dat verder wordt gekenmerkt door onderhuidse spanning en een fantastische opbouw. Nog een verschil met de vorige twee platen, is dat op ‘Exo’ meer dance-invloeden doorklinken, met name in LHC. Daarvoor verantwoordelijk zijn de synths en zeer dansbare beat, die enorm opzwepend werkt. Afsluiter Moebius Trip begint aanvankelijk uptempo en energiek, maar valt vrij snel terug in een rustiger tempo en psychedelische wateren. De plaat, en daarmee de trilogie, eindigt daardoor niet met een big bang maar vrij rustig.

De gelaagdheid van de muziek op ‘Exo’ komt het best tot zijn recht bij beluistering door een hoofdtelefoon. En live is de band natuurlijk het best op dreef. Nu de trilogie is vervolmaakt, is de vraag hoe nu verder. De plaat biedt echter genoeg aanknopingspunten voor een lichte koerswijziging, met de nadruk op ‘lichte’. Voorlopig valt er nog genoeg te genieten van dit album, dat de klasse van Monomyth nog maar eens onderstreept. 

http://www.monomyththeband.com/