Trytone, 2015

 

De klarinettisten Oğuz Büyükberber en Tobias Klein spelen al sinds 2005 als duo. Op het Trytone-label is de in STEIM, Amsterdam, opgenomen cd ‘Reverse Camouflage’ verschenen, waarop te horen is hoe goed het tweetal op elkaar ingespeeld is. Wie van de klanken van de klarinet in al haar facetten houdt, komt op deze plaat goed aan zijn trekken, want Büyükberber en Klein onderzoeken het klankpalet van de bes-, bas- en contrabasklarinet op allerlei manieren.

De van oorsprong Turkse Büyükberber studeerde basklarinet bij Harry Sparnaay en werkte onder andere samen met in de improwereld bekende namen als John Zorn, Gerry Hemingway, Simon Nabatov, Nils Wogram, Guus Janssen, Lawrence Butch Morris en Michael Moore. Als componist schreef hij werken voor het Dresdener Sinfoniker, het Kairos strijkkwartet, David Kweksilber Big Band, Duo X, Axes Ensemble en Spinifex Orchestra. Naast componist en muzikant is Büyükberber ook beeldend kunstenaar en hij wil zijn disciplines ook nog wel eens combineren. Daarnaast gebruikt hij live elektronica tijdens performances. Hij legt zich toe op moderne compositie, vrije improvisatie en Turkse muziek.

Tobias Klein is van Duitse komaf maar hij woont al sinds 1990 in Amsterdam. Ook hij studeerde (onder andere) bij Harry Sparnaay en zijn lijst met muzikale samenwerkingen is eveneens lang; onder meer de namen Jasper Blom, Benoit Delbecq, Joost Buis, Oene van Geel, Marc Ducret, Onno Govaert, Jasper Stadhouders, Teun Verbruggen en Chris Speed prijken op zijn lijst. Klein leidt momenteel de groepen Spinifex, Lackritz en Maw Sit Sit. Evenals Büyükberber componeert Klein voor anderen en maakt hij gebruik van elektronica Zijn muziek omvat onder meer moderne compositie, vrije improvisatie en oriëntaalse en Afrikaanse muziek.

Het moge duidelijk zijn: Büyükberber en Klein zijn twee gepokt en gemazelde muzikanten en dat blijkt ook op ‘Reverse Camouflage’, waarop de heren in dertien eigen composities met elkaar converseren, daarbij afwisselend gebruik makend van de drie verschillende instrumenten. De contrabasklarinet is een instrument dat niet vaak gebruikt wordt (de solo-cd ‘Keyworks’ van Sebastian Borsch is een aanrader) en dat is best jammer, want de lage, donkere klank van het instrument is erg mooi. Vooral de laag brommende klanken waarmee afsluiter Tung Sten opent, maar ook de hortende, knorrende plaagstoten verderop in het stuk zijn aangenaam voor de trommelvliezen. 

De muziek op ‘Reverse Camouflage’ is zowel gecomponeerd als geïmproviseerd. De scheidslijn is vaak diffuus; het is niet steeds duidelijk waar compositie ophoudt en improvisatie begint. Afwisseling is troef en de muziek varieert van geduldig en gestroomlijnd tot onrustig en tegendraads, en dat soms binnen hetzelfde stuk.  Diminutus, bijvoorbeeld, begint snel en springerig maar wordt halverwege vertraagd. Ook enkele Turkse invloeden zijn op dit album te horen, zoals in de melodie van Selene. Sterk ritmisch en speels zijn Aborescens en Argus, en in Bimaculatus, Niveus en Veligero is sprake van ingehouden spanning, al volgt in het laatstgenoemde stuk een snel en bedrijvig tweede gedeelte.

Met vijfenvijftig minuten is ‘Reverse Camouflage’ wellicht wat aan de lange kant; het kost soms enige moeite de aandacht vast te houden, al zal de ware klarinet-adept daar geen last van hebben. Elk stuk heeft zijn eigen karakter en op zichzelf staand zijn alle stukken zonder meer interessant en boeiend.

http://www.oguzbuyukberber.net/ 

http://www.tobiasklein.nl/