Stickman Records, 2016

 

Je kunt veel van het Noorse Motorpsycho zeggen, maar niet dat de band voorspelbaar is. Begonnen als metalband, liet de band al vanaf ‘Demon Box’ uit 1993, een muzikale vergaarbak van stijlen en invalshoeken, horen dat een hokje niet goed om dit trio past. In de loop der jaren heeft Motorpsycho regelmatig voor verrassingen gezorgd, zoals een switch naar pop op ‘Let Them Eat Cake’ (2000) en de twee daaropvolgende platen, of de samenwerking met de Jaga Jazzist Horns op ‘In The Fishtank 10’ (2003).

Sinds het vertrek van drummer Gebhardt en het toetreden van Kenneth Kapstad is Motorpsycho nog meer dan voorheen de progrock gaan omarmen, en dat in de breedste zin des woords. De band excelleerde in lange tracks op ‘Little Lucid Moments’, ‘Heavy Metal Fruit’ en ‘Still Life With Eggplant’. Hetzelfde doet het drietal op ‘Here Be Monsters’, maar echt in herhaling vallen is er niet bij.

In 2014 vierde het Noorse Techniek Museum zijn honderdjarig bestaan. Ter ere daarvan werd Motorpsycho opdracht verstrekt muziek te maken voor een eenmalige uitvoering. Voor de gelegenheid werd de band uitgebreid met keyboardist Ståle Storløkken (o.a. Supersilent, Elephant9). Na het concert besloot Motorpsycho de opnamen om te werken tot een nieuwe studioplaat, maar Storløkken bleek het te druk te hebben met andere muzikale activiteiten en haakte af en zo is ‘Here Be Monsters’ een album in de traditionele triobezetting geworden.

Hoewel de nieuwe plaat alle kenmerken van het Motorpsycho-geluid van de laatste jaren bevat, is er ook een duidelijk verschil. De kenmerkende gitaarriffs van Snah en de pompende bas van Bent Saether zijn ook op deze plaat in volle glorie aanwezig, maar in tegenstelling tot de voorgaande platen rockt ‘Here Be Monsters’ een stuk minder hard. De nadruk ligt op melodieuze progrock en psychedelica en er wordt minder vaak voluit gegaan. Het doet aan de kwaliteit van de muziek niet af; de plaat kenmerkt zich juist door een prettige ingehouden spanning, melodie en introspectie, dat laatste ook tekstueel.

Na de korte piano-opener toont Lacuna/Sunrise de melodieuze kracht van Motorpsycho op ‘Here Be Monsters’. Het nummer klinkt heerlijk loom, het refrein is hemels en de gitaarsolo prettig voortkabbelend. Opvallend is de meerstemmige zang, die op dit album regelmatig te horen is en zonder uitzondering goed uitpakt (het is wel de vraag of de heren dit live waar zullen kunnen maken). Het daaropvolgende, instrumentale Running With Scissors doet met zijn mengeling van akoestische en elektrische gitaren wat dromerig aan.

I.M.S. is de uitzondering die de regel bevestigt; Motorpsycho progrockt hier stevig door en het zaakje wordt aan het einde prachtig ontregeld. De enige cover op de plaat is Spin, Spin, Spin, geschreven door Terry Callier maar de uitvoering van Motorpsycho is gebaseerd op de versie van H.P. Lovecraft. Vocaal wordt alles uit de kast getrokken en in deze melodieuze folksong doet de muziek een stap terug van de jaren zeventig naar de jaren zestig. 

Het langste nummer wordt tot het laatst bewaard. Big Black Dog is met zeventien en een halve minuut zo’n typisch, meeslepend Motorpsycho-epos, deze keer wel met een depressieve tekst en een iets minder bombastische climax. Maar meeslepend blijft het.

Of dit album tot de Motorpsycho-klassiekers als ‘Demon Box’, ‘Timothy’s Monster’ of ‘Trust Us’ behoort, zal de tijd moeten uitwijzen. De melodieuze melancholie van ‘Here Be Monsters’ staat de band echter erg goed en het songmateriaal is zonder een enkele uitzondering sterk, iets wat niet van elke Motorpsycho-plaat gezegd kan worden. Benieuwd wat de volgende zet gaat worden in het zo langzamerhand indrukwekkende oeuvre van het Noorse trio.

http://motorpsycho.fix.no/