Firehouse 12 Records, 2015

Het is een hele toer om uit te zitten, deze cd van het Ubatuba kwintet van de van oorsprong Duitse saxofoniste Ingrid Laubrock. Dat kwintet bestaat uit vier blazers en een drummer. Het concept en de bezetting beloven veel, maar ‘Ubatuba’ stemt niet tot tevredenheid.

Laubrock vertoeft, na een lang verblijf in Londen, al enkele jaren in Brooklyn. Ze werkte samen met onder andere Anthony Braxton, Dave Douglas, William Parker, Mark Helias en Luc Ex. Enkele ensembles staan onder haar leiding, zoals Anti-House, Sleepthief, Ingrid Laubrock Orchestra en nu dus ook Ubatuba. Naast Laubrock, die hier alt- en tenorsax speelt, is altsaxofonist Tim Berne te horen op deze plaat. Hij heeft een lange staat van dienst en een indrukwekkende discografie, maakt(e) onder meer deel uit van de groepen Big Satan, Bloodcount, Science Friction en Snakeoil, en werkte met onder andere John Zorn, Julius Hemphill, Vinny Golia, Herb Robertson, Michael Formanek en Mark Helias.

Laubrock werkt regelmatig met drummer Tom Rainey, en ook op ‘Ubatuba’ is hij van de partij. Ook met Berne heeft Rainey het nodige opgenomen en tevens is hij te horen op albums van Kris Davis, Mark Feldman en Liam Noble. De lijst van samenwerkingen met jazzmusici van trombonist Ben Gerstein is eveneens lang: onder andere Chris Speed, Ralph Alessi, Joachim Badenhorst, Trevor Dunn, Kenny Wollesen en Nate Wooley speelden met hem samen. Het kwintet wordt gecompleteerd door tubaspeler Dan Peck. Naast geïmproviseerde muziek, speelt Peck ook (moderne) klassieke muziek. Hij vertolkte werken van onder andere Helmut Lachenmann, Iannis Xenakis, Morton Feldman en Olga Neuwirth.

Tot zover de personele aangelegenheden. Het is een bezetting die er niet om liegt, maar het gaat om de muziek. In de liner notes bij ‘Ubatuba’ verklaart Laubrock dat zij bij het componeren normaliter de piano gebruikt, maar deze keer heeft gecomponeerd vanuit de saxofoon of met alleen papier en potlood. De brass-sound op dit album is overduidelijk, maar Laubrock is ver weg gebleven van brassband-achtige uitspattingen; daarvoor is haar muziek te doordacht en hoekig. 

In een bezetting met vier blazers en een slagwerker wordt de warmte van een contrabas gemist. Van een hecht fundament van tuba en drums is op deze plaat ook vrijwel geen sprake. Dat hoeft allemaal geen probleem te zijn, maar gaandeweg ‘Ubatuba’ wordt het dat wel en slaat de verveling toe.

Het begint echter erg goed, met Any Breathing Organism. Tuba en trombone openen, even later vergezeld door een saxofoon die slechts lucht produceert. Het levert een spannende drone op. Na bijna vijf minuten komt er meer beweging in het stuk door een fraai hoog spelende altsax, maar de rust keert daarna weder. Lange noten zijn het devies, maar het blijft niet zo; twee minuten later haalt de altsax uit. Maar ook weer kort, en zo wordt aan een spannend stuk gebouwd, totdat de tuba het zachtjes uitblaast.

Homo Diluvii is een typisch ensemblestuk. Het stuk zit knap in elkaar en de door elkaar heen toeterende blazers zitten elkaar niet in de weg. Laubrock en Gerstein zijn de opvallendste solisten en het stuk eindigt met iele klanken. Het daaropvolgende, lange Hiccups maakt, zoals de titel doet vermoeden, gebruik van start-stop technieken en het stuk springt heen en weer. Het stuk komt maar niet echt op gang en spannend wordt het nergens.

En dat geldt eigenlijk een beetje voor de hele cd, het eerste stuk uitgezonderd. De muziek klinkt bedacht en berekend en doet verlangen naar een hevige uitspatting. Die de plaat dus niet bevat. Muzikaal is het allemaal in orde, de muzikanten vinden elkaar makkelijk, de plaat heeft ook wel zijn momenten, maar waar is het heilige vuur, de echte passie? Het kost moeite om de aandacht bij ‘Ubatuba’ te houden, niet omdat het gebodene te moeilijk is, maar omdat het als een koude, onpersoonlijke ensembleplaat klinkt. Daar veranderen de heerlijk ijle klanken waarmee Any Many begint niets meer aan.

http://www.ingridlaubrock.com/ 

http://www.bengerstein.com/ 

http://danpeckmusic.com/