Substrata, 2015

Het Noorse duo Yodok brengt, na twee lp’s en een cassette uitgebracht te hebben als trio (met Dirk Serries op gitaar) onder de noemer Yodok III, nu weer een album uit als duo, onder de oorspronkelijke naam. De cd is dan wel weer getiteld ‘IIII’. In drie tracks van zo’n twintig minuten weet het duo steeds een bijna ondraaglijke spanning te creëren, op weg naar een fantastische apotheose.

Tomas Järmyr, een naar Noorwegen uitgeweken Zweedse slagwerker, maakt tegenwoordig deel uit van het Italiaanse trio Zu, dat vorig jaar net voordat Järmyr toetrad nog op de proppen kwam met het stevige ‘Cortar Todo‘. Wel te horen was de drummer naast James Welburn als lid van het duo Barchan op het eveneens vorig jaar verschenen album ‘Soliton’. 

Kristoffer Lo maakt naast Yodok ook deel uit van onder andere het Trondheim Jazz Orchestra, Sunswitch en Pelbo. Hij speelt tuba en flugabone. Dat laatste instrument klinkt als een soort trombone met ventielen, en wordt voornamelijk gebruikt door marching bands. Het instrument wordt nog wel eens als ‘uncool’ bestempeld, maar door wat Lo ermee doet kan die kwalificatie regelrecht de prullenmand in. Zowel de klanken van de tuba als de flugabone worden dermate bewerkt en vervormd dat meestentijds de instrumenten niet als zodanig zijn te herkennen.

De muziek van Yodok bevindt zich op het raakvlak van drone, dark ambient, vrije improvisatie en noise. Kenmerkend zijn de drones die door de elektronisch versterkte en gemanipuleerde blaasinstrumentklanken worden neergelegd en de vrije rol die Järmyr op drums en cymbalen vertolkt. Waar in de meeste dark ambient en drones het slagwerk, zo er al sprake van is, langzaam en beheerst wordt ingezet, gaat Järmyr op ‘IIII’ helemaal loos. De botsing tussen de trage drone- en ambientklanken en het veerkrachtige drumspel levert een spannend hoorspel op dat hypnotiserend werkt en de geest in vervoering brengt.

Elk van de drie tracks op ‘IIII’ (I, II en III) kent een vergelijkbare opbouw, steeds toewerkend naar een climax, maar de muzikale uitwerking is verschillend. Zo begint I met nog herkenbaar uit een blaasinstrument voortkomende spannende ambientklanken, vergezeld van zachte, voorzichtige drumslagen. Na vier en een halve minuut trekt Järmyr met kletterend drumspel het zaakje op gang, waarna het stuk in woeliger sferen belandt en de bewerkte klanken van Lo hogere toonhoogten opzoeken, totdat de muzikale hectiek een noisy hoogtepunt bereikt.

Järmyr opent II met snel drumspel op de toms, maar krijgt al gauw bijstand van Lo. Opnieuw is in het begin de klank van een blaasinstrument te onderscheiden, al is niet duidelijk of het een tuba- of een flugaboneklank betreft (misschien wel beide). In tegenstelling tot I, is in II geen sprake van een rustig begin, wat is te danken aan het rollende drumspel. Lo weet de spanning op te voeren door verschillende klanken over elkaar heen te leggen. Na acht minuten houdt Järmyr kort stil en mag de onverwoestbare drone van Lo het werk even alleen doen, waarna de invallende snaredrum de geladenheid nog verder doet toenemen, op weg naar de ontknoping, waarna, in tegenstelling tot de andere twee tracks, de spanning even wordt afgebouwd.

Het allerlekkerst wordt voor het laatst bewaard. III kent net als de voorgaande twee stukken een spannende opbouw, net als I met een rustig begin, maar er wordt nog harder ingezet op de uiteindelijke apotheose, die zich lange tijd aandient en grandioos en ronduit indrukwekkend uitpakt. Telkens als je denkt dat de apocalyptische climax is bereikt, blijkt er nog een schepje bovenop te kunnen, zijn er nog nieuwe klanken te ontdekken, en uiteindelijk is de extase compleet.

Wat Yodok op dit album presteert, grenst aan het ongelooflijke. Iedere luisterbeurt opnieuw is een ontdekkingstocht naar nog niet eerder gehoorde klanken. Nadat ‘IIII’ is afgelopen, rest een euforisch gevoel. Alsof je wakker wordt uit een gelukzalige droom. Wat een klankenpracht, wat een klasse, wat een sublieme plaat! En wat een fenomenale drummer is die Tomas Järmyr.

https://yodokdrones.bandcamp.com/album/iiii