RAT, 2015

The Bureau of Atomic Tourism (BOAT) is een internationaal jazzgezelschap onder leiding van de Belgische slagwerker Teun Verbruggen. Bas en gitaar worden niet steeds door dezelfde muzikanten bespeeld, op ‘Hapax Legomena’ gebeurt dat door Tim Dahl en Hilmar Jensson. Verder bestaat BOAT uit Nate Wooley (trompet), Jozef Dumoulin (fender rhodes) en Andrew d’Angelo (saxofoon en basklarinet).

De muziekstijl van BOAT omschrijven valt niet mee, ook niet op deze plaat. Op ‘Hapax Legomena’ zijn invloeden uit (free) jazz (van Miles Davis tot John Zorn), maar ook uit funk, rock en zelfs ambient te ontwaren en de muziek gaat van uitgelaten en expressief naar verstild en abstract.

Opvallend is dat geen van de composities op ‘Hapax Legomena’ van de hand van de bandleider is. Muzikaal is Verbruggen echter wel opvallend aanwezig; vooral aan het begin van de plaat weet hij te fascineren, zowel als hij een beat neerlegt als in bijvoorbeeld de geweldige solo in de openingstrack. De overige bandleden dragen ieder een compositie aan; Jensson en d’Angelo zelfs twee. 

De compacte opener Hilsnur weet het vuurtje meteen aardig op te stoken, vooral als na de korte drumsolo stevig wordt gerockt. Het daaropvolgende Eohnit is het meest opzwepende en zelfs dansbare stuk op de plaat. Door de fender rhodes van Dumoulin neigt het nummer qua sound zo nu en dan naar de elektrische periode van Miles Davis. In het intro van Pittles mag Wooley zijn trompettechniek tentoonspreiden, waarna een heftig stuk volgt waarin de blazers een hoofdrol opeisen met fel unisono spel bovenop een stevige rockbeat. Halverwege volgt een ontregelend stuk, waarna de rock, ingezet door Jensson, weer de overhand neemt. De argeloze luisteraar denkt na beluistering van de eerste drie stukken te maken te hebben met een heerlijk rockende jazzplaat.

Maar zo’n plaat is ‘Hapax Legomena’ niet. De omslag komt bij het vierde nummer, het door Dumoulin gecomponeerde Carolientje En Haar Bootje, waarin de rock is verdwenen en de sfeer broeierig is en d’Angelo op sax woelig soleert. Na een paar minuten volgt een omslag naar een ingetogen, bijna ambient-achtig stuk dat zindert van de ingehouden spanning, die lang wordt aangehouden. Wooley excelleert met trompetspel dat veel lucht en nauwelijks een trompetklank bevat. Pas na minuten wordt het zaakje weer op gang getrokken en volgt een lang coda dat als een bevrijding klinkt. 

Een solo voor basklarinet leidt de ballad Ron Miles in, een stuk van Wooley waarin hij een ode brengt aan collega-trompettist Ron Miles en waarin hij zowaar in de buurt komt van Miles’ lyrische trompetspel. Dumoulin mag het tweede gedeelte van het stuk opluisteren met fraai fender rhodesspel. Weer heel andere koek is Numer Ology van d’Angelo, waarin de spanning zit in de verwachting die maar niet wordt waargemaakt. Na kort spel volgt steeds stilte. Telkens vraag je je af wanneer het stuk losbarst maar dat gebeurt niet. Integendeel, het blijft bij het uitdelen van muzikale plaagstoten, al worden de gespeelde stukken langer naarmate Numer Ology vordert.

Waar op de tracks vier, vijf en zes de stevige rock grotendeels  is verdwenen, is die op de korte afsluiter Citrus weer helemaal terug. Daarmee wordt op energieke wijze een plaat besloten die weliswaar enige coherentie ontbeert, maar waarop qua muzikaal vakmanschap en inventiviteit niet veel af te dingen valt. 

http://www.teunverbruggen.com/The-Bureau-Of-Atomic-Tourism