In The Red, 2015

Een van de hoogtepunten van het afgelopen Lowlandsfestival was het trio Fuzz, dat een luidruchtige, op Black Sabbath-leest geschoeide show neerzette die volledig overtuigde. Daarbij vergeten we dan maar even het overdreven visuele aspect bestaande uit geschminkte gezichten en een jurk (bassist Chad Ubovich). Inmiddels is de tweede plaat, simpelweg ‘II’ getiteld, verschenen en dat album kent ten opzichte van het concert in augustus geen echte verrassingen.

Meest bekende naam van het drietal is natuurlijk Ty Segall, dat productieve baasje dat bij Fuzz geen gitaar maar drums speelt. Samen met Meat Bodies-bassist Chad Ubovich en jeugdvriend Charles Moothart (gitaar) weet Segall met Fuzz een gevoelige snaar te raken bij velen die een hang naar seventies hardrock hebben. 

Grootste invloed op Fuzz is ongetwijfeld Black Sabbath. Op momenten klinkt de band bijna onbeschaamd als de grondleggers van de heavy metal begin jaren zeventig. Opvallendste voorbeeld daarvan is Pipe, dat behalve in de gitaarriff en -solo ook qua zanglijnen erg op het grote voorbeeld lijkt. Je hoort het Ozzy zo zingen. Ook bij Pollinate en Bringer Of Light ligt de Sabbath-invloed er dik bovenop en de baslijn in Say Hello zou zomaar uit de koker van Geezer Butler kunnen komen. Bovendien hangt Moothart in meerdere riffs en vooral ook in zijn solo’s de Tony Iommi-adept uit.

Fuzz afdoen als Black Sabbath-kloon gaat echter net een stap te ver. Daarvoor heeft de band een te losse ‘feel’ die bij Black Sabbath onbreekt en die aan garagerock refereert (wat niet gek is met Ty Segall in de gelederen). Daarnaast is nog een andere invloed belangrijk in de muziek van Fuzz: The Beatles. Of, zo je wilt: Oasis, maar die hebben de mosterd natuurlijk ook bij het voorbeeld uit Liverpool gehaald. Let It Live had qua melodie zomaar op ‘Revolver’ kunnen staan, als de muziek daarachter niet zo zwaar zou zijn aangezet en de zang van Bringer Of Light heeft die zeurderige klank waar Liam Gallagher bij Oasis patent op had.

‘II’ is een lekkere seventies hardrock/metalplaat die de originaliteitsprijs niet verdient, maar waarop het vakmanschap van het trio overtuigend wordt geëtaleerd. Niet alleen klinkt de plaat lekker rauw en authentiek seventies, ook qua songschrijverschap toont Fuzz klasse: vrijwel elk nummer is voorzien van een fijne melodie en lekkere gitaarriff. De zang is in de zwaardere nummers wat weggestopt in de sound van de muzikanten, en soms, in de meer melodieuze songs, staat de zang meer voor in de mix. Gedurende de eerste negen tracks lijkt Fuzz af te stevenen op een ijzersterk album met nauwelijks minpunten.

‘II’ zou dan ook een werkelijk memorabele plaat zijn als het hier zou gaan om een enkele lp. ‘II’ is echter geen enkele lp, maar een dubbel-lp. Vanaf kant drie begint de eenvormigheid van de muziek zijn tol te eisen en slaat de verveling toe. De sterkste songs zijn niet op kant drie en vier te vinden en de – op zich begrijpelijke – drang om wat te experimenteren pakt niet goed uit. Zo doen strijkers hun intrede in het intro Silent Sits the Dust Bowl, maar dat kan niet verhullen dat de ideeën van de band een beetje op zijn, want wat volgt is weer standaard hardrock zoals die in de voorafgaande nummers ook te horen was. 

De tweede plaat van Fuzz eindigt met het titelstuk, een veertien minuten durende jam. Hoewel het zeker een aantal mooie momenten bevat, lijdt dit stuk aan een gebrek aan focus, een eigenschap die weliswaar bij jams hoort, maar die Fuzz niet zo goed past.  De drie heren zijn op hun best als ze het kleiner en compacter houden, maar helaas weet de band geen maat te houden op ‘II’. Dat is jammer, want met een iets kritischer blik had een paar nummers weggelaten kunnen worden en was het eindresultaat veel beter geweest. Een typisch geval van overdaad schaadt.

http://intheredrecords.com/collections/fuzz