Nuclear Blast Records, 2015

Het nieuwste project van doom-expert Leif Edling (Candlemass, Krux) is in twee jaar uitgegroeid tot een heuse band die zich behoorlijk productief toont. Deze nieuwe worp meegeteld staat de teller voor Avatarium op twee ep’s en twee albums. Het debuut liet destijds een band horen die aan het doomgenre een originele twist wist te geven, door daarin Rainbow-invloeden te laten doorklinken en door gebruik te maken van een zangeres, Jessie-Ann Smith, die niet een typische metalvocaliste is.

Avatarium is een goede band met uitstekende muzikanten. Gitarist Marcus Jidell (Evergrey) toont zich opnieuw een Ritchie Blackmore-adept, maar storen doet dat niet. Integendeel, het past uitstekend bij de muziek van de band. Op ‘The Girl With The Raven Mask’ is ten opzichte van het debuut ook meer plaats ingeruimd voor de keyboards van Carl Westholm en ook dat is een vooruitgang te noemen. Verder zet ‘The Girl With The Raven Mask’ de muzikale lijn van het eerste album en de twee ep’s voort, al klinken de nummers wat doordachter en wordt Smith nog meer ruimte geboden om haar kunnen als zangeres te etaleren. En hoewel zij een prima zangeres is, wringt onder andere daar de schoen.

Het begint allemaal goed, en zelfs enigszins verrassend, met het uptempo Girl With The Raven Mask, een nummer dat meteen pakt en waarop de heldere sound van band en zangeres goed tot zijn recht komt. The January Sea volgt en dat is de meest gevarieerde track van de plaat met de nodige wisselingen in tempo en dynamiek, waardoor het zelfs enigszins richting symfonische metal gaat.

Daarna volgen drie songs, Pearls And Coffins, Hypnotized en Ghostlight, die het euvel van ‘The Girl With The Raven Mask’ blootleggen. Op de kwaliteit van deze nummers valt weinig af te dingen, maar steeds wordt hetzelfde stramien gevolgd: zwaardere stukken worden afgewisseld met rustige stukken waarin Smith als zangeres in het zonnetje staat. Het komt de variatie van de plaat niet ten goede, omdat de zanglijnen van Smith erg op elkaar lijken, zij weinig variatie in haar voordracht legt en voorts de heavy stukken niet zo zwaar en ‘doom-achtig’ zijn als op het debuut. 

Het is dan ook een verademing als Run Killer Run voorbij komt, dat weer uptempo is en die verandering van spijs was broodnodig. Bovendien blijkt Smith helemaal niet ten onder te gaan in een meer robuust spelende band. Ook Iron Mule belandt aan de goede kant van de streep, met name door het instrumentale gedeelte waarin vooral Westholms orgelspel fraai is. Toch eindigt dit nummer rustig, met een weer zeer voorspelbaar zingende Smith. Gelukkig is er daarna afsluiter The Master Thief, dat weliswaar niet essentieel afwijkt van de andere meer gedragen nummers, maar dat wel zwaarder uitpakt en daarnaast een bluesy middenstuk kent. Het zwaardere geluid doet wel verlangen naar het debuut, dat met deze plaat dan ook niet geëvenaard wordt.

Een slechte plaat is ‘The Girl With The Raven Mask’ beslist niet, maar iets minder nadruk op de zang en meer variatie in het songmateriaal had de plaat goed gedaan. Het kan zijn dat het album na meerdere draaibeurten nog gaat groeien, maar voorlopig is sprake van een kleine teleurstelling.

http://avatariumofficial.se/