Monotype Records, 2015

Drummer Tony Buck is alles behalve een one trick pony. Het bekendst is hij als drummer van het Australische minimal jazztrio The Necks, maar hij combineerde ook meerdere stijlen (rock, avant-garde, jazz, industrial) bij Peril en het Nederlandse Palinckx. Met Magda Mayas vormt de tegenwoordig in Berlijn residerende Australiër het duo Spill. Transmit is door Buck opgericht en met dit gezelschap is hij inmiddels aan het tweede album toe. Ook hierop is een amalgaam aan stijlen te vinden, al is Transmit in aanleg een rockband.

Buck speelt in Transmit niet alleen drums maar vooral ook gitaar. Bovendien neemt hij de vocalen voor zijn rekening (al is het gros van de nummers instrumentaal) en zijn de composities van zijn hand, uitgezonderd één cover. Bassist van dienst is James Welburn, van wie recent zijn eerste soloplaat ‘Hold’ verscheen, waarop Tony Buck drums speelt. Het viertal wordt gecompleteerd door Magda Mayas op orgel en piano en Brendan Doughety op drums.

Transmit mag dan een rockband zijn, rechttoe-rechtaan musiceren is er op ‘Radiation’ niet bij. Met twee drummers in de gelederen mag het niet verwonderen dat drums en percussie prominent aanwezig zijn en dat de muziek ritmisch wat complexer in elkaar steekt dan bij de meeste rockmuziek het geval is. 

‘Radiation’ bestaat uit een zestal lange stukken, klokkend tussen zes en elf minuten, waarvan de twee beste tracks aan het begin van het album zijn te vinden. De stuwende opener Vinyl stijgt tot grote hoogte door het psychedelische orgelspel van Mayas dat fraai samengaat met het gitaarspel van Buck. Het ritme van met name de bas is zo aanstekelijk dat de dikke zes minuten die Vinyl in beslag neemt eigenlijk te kort zijn. Het daaropvolgende Two Rivers is het hoogtepunt van de plaat: een gelaagde compositie die qua sound nog het dichtst in de buurt komt van Sonic Youth en waarin gitaar en orgel excelleren. Ritmisch lijken de muzikanten ieder hun eigen ding te doen maar het gaat wonderwel samen.

Het nummer Drive van The Cars is een van de grootste draken uit de popgeschiedenis, maar gelukkig wordt dat nummer door Transmit volledig binnenstebuiten gekeerd. Helaas blijft die zangmelodie nog wel uren in je hoofd zitten, maar daarachter wordt het zaakje vakkundig ontregeld, vooral door het rammelende gitaar- en percussiespel. Swimming Alone is ook een vocale track, maar het duurt even voordat Buck voor het eerst zijn mond open doet. De track begint abstract met percussie, waarna een eerste vocaal stuk volgt dat wat minder overtuigt, om na zes minuten open te barsten in een rocksong die wel doel treft.

Right Hand Side klokt evenals Swimming Alone boven de tien minuten, valt in eerste instantie wat minder op maar blijkt na meerdere luisterbeurten toch een van de sterkere stukken op de plaat te zijn, waarin percussie, gitaar en piano hoofdrollen opeisen. De bas is juist weer de bepalende factor op het afsluitende Who, dat is gebaseerd op een alsmaar doorgaand, bijna funky basloopje zonder echt funk te worden en waar bovenop gitaar en orgel met elkaar en door elkaar spelen. 

‘Radiation’ is een rockplaat, maar niet een van het makkelijke soort. De ritmes zijn complex maar aanstekelijk, elk instrument is even belangrijk en de lange stukken boeien over het algemeen van het begin tot het eind. Buck is geen geweldige zanger, maar omdat de plaat grotendeels instrumentaal is, is dat maar een klein minpuntje. ‘Radiation’ is een sterke plaat die ook nog groeit bij vaker aanhoren. Nu nog die rotmelodie van Drive uit mijn hoofd zien te krijgen.

http://tony-buck.com/