Relapse Records, 2015

Een perfecte mix van metal en punk met uitstapjes naar andere genres, dat is wat Tau Cross op dit debuutalbum brengt. Nieuwelingen zijn de leden van de band geenszins, dus er mocht wat verwacht worden. Die verwachtingen worden op ‘Tau Cross’ volledig waargemaakt en de plaat biedt zelfs meer variatie dan je op grond van de achtergrond van de bandleden zou verwachten.

Drummer Michel Langevin speelt in Voivod en de gitaristen Jon Misery en Andy Lefton kennen we van Misery en War/Plague. Belangrijkste bandlid is echter Rob “The Baron” Miller, zanger en bassist en daarnaast verantwoordelijk voor de composities op dit album. Miller speelt in Amebix en dat is een van de pioniers als het gaat om het mixen van anarchopunk en heavy metal. Rob Miller heeft een heerlijk raspende, rauwe stem maar zingt ook hees of clean en doet dat met verve. De zang staat vooraan in de mix maar dat gaat niet ten koste van gitaren, bas en drums.

De eerste twee songs, Lazarus en Fire in the Sky zetten de toon: een heerlijke mengeling van punk en metal zonder overbodige gitaarsolo’s. Het snelle Stonecracker zou op een van de betere platen van Motörhead of Peter Pan Speedrock niet misstaan. You People kent een lekker dwingende riff en verrast met een versnelling. Het refrein van punklied Prison lijkt in eerste instantie wat te simpel, maar is niet meer uit je kop te rammen, evenals de gescandeerde woorden “sex, war, science, religion’.  

Maar Tau Cross brengt meer dan de voorspelbare combinatie van punk en metal. The Devil Knows His Own, bijvoorbeeld, is een folklied dat de plaat rustig afsluit. Het is niet het sterkste nummer van de plaat, maar het geeft aan dat Tau Cross verder kijkt dan het nauwe crust punk-straatje lang is. We Control The Fear begint met een viool, wat ook een folksfeer oproept, en is zelfs een ballad te noemen, maar dan wel een met een duistere sfeer. Sons of the Soil weet te ontroeren met een fraaie, melancholieke tekst. Het trage Midsummer brengt sludgemetal met een vocaal punkrandje, versnelt halverwege om daarna kortstondig in rustiger vaarwater terecht te komen, alvorens wordt teruggekeerd naar de trage sludge van het begin. Prachtig!  Het daaropvolgende Hangman’s Hyll, met een dikke zes minuten het langste stuk op de plaat, is een tot meebrullen uitnodigend anthem met een geweldig (voor een groot deel clean) zingende Miller.

Waar ‘Tau Cross’ bij de eerste beluistering een paar mindere broeders bevat, met name in het tweede deel van de plaat, blijkt dat bij nadere beluistering reuze mee te vallen. Misschien was het album net iets sterker geweest met een of twee nummers minder, maar dan hang ik de kniesoor uit. Tau Cross’ debuut is een gevarieerde crust punkplaat, vaak meer metal dan punk, die liefhebbers van verschillende (sub)genres (punk, wave, sludge, doom) en bands (Killing Joke, Motörhead, Vopo’s) moet kunnen aanspreken.

https://www.facebook.com/TauCrossOfficial