Metropool, Hengelo

Woensdag 8 april 2015

 

Rival Sons is een band waar ik lange tijd niet helemaal van overtuigd was, al waren ‘Pleasure And Time’ en ‘Head Down’ best goede platen. Maar vorig jaar was er ‘Great Western Valkyrie’, een plaat waarop de op Led Zeppelin-leest geschoeide rock volledig was uitgekristalliseerd en daarbij lekker rauw bleef klinken. In Metropool in Hengelo overtuigt de band, al zit de show wat onevenwichtig in elkaar. Daarover straks meer. 

Eerst is het tijd voor het voorprogramma, het Engelse Kill It Kid. Ook deze band klinkt behoorlijk jaren zeventig-retro. Zanger/gitarist Chris Turpin beschikt over een mooie hese stem en de samenzang met toetseniste/zangeres Stephanie Ward klinkt ook aangenaam. Het songmateriaal is helaas niet over de hele linie sterk. Daar komt bij dat de meeste nummers niet ‘doorrocken’. De nummers zitten vol stops, meestal om de zangstem van Turpin naar voren te laten komen. Dat haalt het tempo uit de songs. Toch zet Kill It Kid een gedegen optreden neer. Het prettige Hengelose publiek heeft er wel oren naar, getuige het applaus dat de band steeds ontvangt.

Rival Sons is een viertal uit Los Angeles (live aangevuld met een toetsenist) met een imponerende sound. Hoe goed de muzikanten ook mogen zijn, toch heeft de band één hele grote troefkaart: zanger Jay Buchanan. In het begin stoor ik me nog een beetje aan een paar irritante Bono-trekjes, maar ik vergeef het Buchanan graag, want wát een zanger! Jay Buchanan kan klinken als Robert Plant en als Jeff Buckley, maar kent veel kleurschakeringen daartussenin. Van het begin tot het eind is hij goed bij stem en blijft hij moeiteloos alle noten halen. Indrukwekkend.

Het concert van Rival Sons begint ijzersterk met de eerste drie songs van ‘Great Western Valkyrie’. Er lijkt weinig mis te kunnen gaan, zeker wanneer ook al vlot een gedreven Pleasure And Time voorbij komt. Toch zakt het optreden even later in. Die inzinking kondigt zich aan met een lange gitaarsolo van gitarist Scott Holiday. Daarna verlaat de hele band het podium, klinken wat vogelgeluiden en zetten de roadies wat krukjes en instrumenten neer. Dit duurt allemaal behoorlijk lang. De band keert vervolgens terug en zet een korte akoestische set neer, ingeleid door mooi gitaarspel van Holiday. Hoe goed de band in de meer intieme setting ook uit de verf komt, het haalt wel de vaart uit het optreden. Het duurt daarna ook even voordat ik weer helemaal kan opgaan in het gebodene. 

Rival Sons wil ook iets te nadrukkelijk laten zien waartoe de band allemaal in staat is: gitarist, zanger en later ook drummer krijgen alle ruimte om hun muzikaliteit te tonen. Dat is niet per sé nodig, maar het gebeurt met zoveel enthousiasme dat het niet echt stoort. 

Naarmate het optreden het einde nadert, wordt de setlist sterker. White Noise en Rich And The Poor worden vol overgave uitgevoerd en dat geldt helemaal voor Where I’ve Been, fenomenaal gezongen door Buchanan. Als in de toegift ook Open My Eyes nog voorbijkomt, ben ik de inzinking in het midden van het concert al bijna vergeten en keer ik tevreden huiswaarts. Maar volgende keer toch graag zonder akoestische set.

http://www.rivalsons.com/

https://www.facebook.com/rivalsons

http://www.killitkid.com/

https://www.facebook.com/killitkid

http://www.metropool.nl/