Sub Pop, 2016

 

Name dropping alert!

Alweer uit 1991 stamt ‘Blood Sugar Sex Magik’ van The Red Hot Chili Peppers, de laatste plaat uit de periode dat die band nog leuk en lekker funky was. Ongeveer gelijktijdig met het uitkomen van het elfde album van de Peppers, komen vier heren die zich The Gotobeds noemen met hun tweede, getiteld ‘Blood//Sugar//Secs//Traffic’, waarschijnlijk een poging om wat meer aandacht voor de plaat te krijgen. Het is gelukkig de enige vergelijking die tussen de twee bands te maken valt, want muzikaal tapt het kwartet uit Pittsburgh uit een heel ander vaatje.

The Gotobeds maken een combinatie van postpunk en indierock. Liefhebbers van bands als Wire (de band is genoemd naar de drummer van die band), (oude) Pavement, Mission Of Burma, Urusei Yatsura, (oude) Superchunk, Ought, Protmartyr en Parquet Courts zullen op ‘Blood//Sugar//Secs//Traffic’ iets van hun gading kunnen vinden. De plaat is uitgekomen op het vermaarde Sub Pop-label, nadat twee jaar geleden het debuut ‘Poor People Are Revolting’ uitkwam op 12XU (en dat is weer een song van Wire).

De muziek van The Gotobeds mag dan niets nieuws onder zon bieden, erg lekker en aanstekelijk is het wel. De energieke en catchy opener Real Maths/Too Much zet direct de toon. De song lijkt erg op Wire, maar daar moet bij worden gezegd dat het kwartet uit Pittsburgh zichzelf stukken minder serieus neemt dan Wire en ook geen arty uitstraling of pretenties heeft. “Bodies” trekt de uptempo lijn door, waarbij het dominante gitaarlijntje en de poppy sound aan Los Campesinos! ten tijde van ‘Sticking Fingers Into Sockets’ doen denken, even speels maar minder kinderlijk. Los Campesinos! coverde op hun ep Frontwards van Pavement en als die band klinken The Gotobeds op Brass Not Rash, zij het punkier en energieker.

Met Rope (stijl: oude Superchunk) gaat het tempo naar beneden. De gezamenlijk solerende en dan weer langs elkaar heen schurende gitaren zijn niet te versmaden, maar de gave van het schrijven van een lekkere hook heeft de band even in de steek gelaten en de song duurt ook te lang. Het wordt snel rechtgezet met Why’d You?, postpunk/indierock in optima forma, met gastvocalen van Joe Casey van Protomartyr.

Verrassing van de plaat is Red Alphabet. Het energiepeil daalt even aanzienlijk, maar het nummer weet, ingeklemd tussen twee opzwepende songs, te ontroeren. In Cold Gold (LA’s Alright) presteren The Gotobeds het om in hetzelfde nummer als Urusei Yatsura, Wire en Pavement te klinken. Stoppen met namen droppen? Nog even niet, want Talking Heads is de naam die opkomt bij het luisteren naar het strakke ritme van Crisis Time en de bijbehorende David Byrne-achtige zang. Ook hier klinkt het Pittsburghse viertal stukken energieker dan het voorbeeld.

Meest uptemo en punky is het korte Manifest. ‘Blood//Sugar//Secs//Traffic’ eindigt met twee langere nummers. Glass House is een wat langzamere track, waarin met name de gitaristen excelleren, zowel met een heerlijke garagefeel als een geweldige gitaarhook in de coupletten. De gitaren staan nogmaals centraal in afsluiter Amazing Supermarkets. Beide gitaristen gaan loos in het instrumentale laatste gedeelte en dat verveelt geen moment.

Dit stuk over de nieuwe The Gotobeds staat vol met referenties naar andere bands, maar hoe weinig origineel de muziek van het viertal ook is, de band weet wel de goede dingen uit zijn invloeden te pikken en daarmee een sterke en coherente plaat te maken, waarin die invloeden nergens zo ver zijn doorgevoerd dat sprake is van onbeschaamd epigonisme. The Gotobeds nemen zichzelf ook niet te serieus en musiceren losjes. ‘Blood//Sugar//Secs//Traffic’ is gewoon een lekkere gitaarplaat.

https://thegotobeds.bandcamp.com/album/blood-sugar-secs-traffic