Trost, 2016

De Zweedse saxofonist Mats Gustafsson woont tegenwoordig in het Oostenrijkse Nickelsdorf. Op 29 oktober 2014 werd hij vijftig jaar en de directeur van het jazzpodium Porgy & Bess in Wenen, Christoph Huber, overtuigde hem ervan ter ere van die gelegenheid een festival te houden. Het werd een driedaags festijn, gehouden op 26 tot en met 28 oktober 2014, waarvan nu een weergave is uitgebracht in een box met vier cd’s.

Gustafsson lééft muziek en wie hem ooit live aan het werk zag weet dat de drang tot muzikale expressie zichtbaar groot is. De passie voor muziek spat niet alleen van zijn spel af, maar ook in het geschreven woord. In zijn stuk bij deze box benadrukt Gustafsson het woord ‘delen’ (sharing) als onmisbaar aspect van muzikantenschap. Het draait allemaal om de interactie. Het maken van vergissingen hoort daarbij; fouten zijn goed, want daar leer je van en het leidt tot creativiteit.

Tijdens het driedaagse festival waren er optredens in de grote en in de kleine zaal. De kleine zaal was gereserveerd voor solo-optredens en een duo-optreden. De eerste drie schijfjes van ‘MG50 Peace & Fire’ eindigen steeds met een wat bekender gezelschap met Gustafsson in de gelederen. Op de eerste disc is er ruimte voor enkele stukken van Swedish Azz, dat zich richt op Zweedse muziek, al moeten we dat breed opvatten. Zo is Quincy gebaseerd op een riff uit een stuk van Quincy Jones, die een Zweedse vrouw had. De vrije bewerkingen van Bo Nilsson, Jan Johansson en Börje Frederiksson zijn bijzonder sterk. Ook Fire! en The Thing ontbreken uiteraard niet op ‘MG50 Peace & Fire’, allebei in uitgebreide bezetting. Het zal geen verbazing wekken dat beide gezelschappen volop overtuigen.  

De verrassing van deze box zit echter in uitvoeringen van andere solisten, duo’s, trio’s, etc., met en zonder Gustafsson, waarin muzikale vrijheid centraal staat, grenzen opgezocht worden en niet voor de hand liggende mogelijkheden van instrumenten verkend worden. Alles bespreken is ondoenlijk, hoewel alles op de vier cd’s de moeite van het beluisteren meer dan waard is. Het onderstaande moet daarom worden beschouwd als slechts het aanstippen van een paar opvallende performances.

Disc 1 bevat Birthday Boy van het Oostenrijkse duo RISC, bestaande uit Billy Roisz (elektrische bas en elektronica) en dieb13 (draaitafels). Het is een muzikaal landschap met drone-elementen dat een hypnotiserend effect weet te bewerkstelligen. Muzikale vrijheid betekent ook dat percussionist Sven-Ake Johansson gewoon twee jazz-standards kan zingen, slechts begeleid door zijn eigen slagwerk. De twee standards worden overigens voorafgegaan door een meer experimenteel en vindingrijk percussiestuk. 

Het tweede schijfje bevat een lang stuk van Fake The Facts +2, waarin het trio Gustafsson, dieb13 en Martin Siewert (gitaar en elektronica) wordt bijgestaan door slagwerkers Martin Brandlmayr en Paul Lytton. Noise wordt niet geschuwd en Gustafsson is ook met live elektronica in de weer. Daarna volgt een enerverend, bijna vijfentwintig minuten durend duet van Christoff Kurzmann (elektronica en zang) en Sofia Jernberg (zang), waarin op een eigen, minimalistische wijze Robert Wyatts Alifib en Joe McPhee’s Song For Beggars zijn verwerkt.

Verrassend is zeker dat Gustafsson aanschuift bij het ensemble Klangforum Wien, dat zich toelegt op modern-klassieke muziek. Het gezelschap speelt het zeer intense en geconcentreerd luisteren afdwingende werk Konstellation van de in Polen geboren Joodse componist Roman Haubenstock-Ramati. Veel vrijer gaat het eraan toe op de twee stukken van Tr!o +1. Gustafsson, drummer Paul Lovens en cellist/trombonist Günter Christmann gaan de samenwerking aan met Thomas Lehn op analoge synthesizer en de botsing tussen verschillende klankwerelden levert spannende resultaten op.

Meest in het oog springende stuk op disc 4 is de soloperformance van de Hongaarse doedelzakspeler Erwan Keravec. Vierentwintig minuten lang weten te boeien met een instrument waar menigeen na drie minuten al gillend van wegloopt? Keravec bewijst dat het kan in een solo met onder andere drones, gegrom, valse lucht en veel experimentele klanken. De solo waarin Per-Ake Holmlander met verschillende blaastechnieken zijn tuba binnenste buiten keert, mag tot slot niet onvermeld blijven.

Maar er is dus veel meer fraais te vinden op ‘MG Peace & Fire’. De boxset is een waar feest, niet alleen ter ere van Gustafssons vijftigste verjaardag, maar van prachtige vrije muziek gemaakt door muzikanten die ieder op hun eigen manier gestalte geven aan muziek die geen genre-aanduiding duldt. Omdat er geen grenzen zijn, daarom. Het ‘delen’ waar Gustafsson het over heeft, zit ook in een gemeenschappelijke opvatting van wat muziek kan zijn of behoort te zijn. Al zijn de uitvoeringen nog zo verschillend, bij elkaar lijken de muzikanten toch tot dezelfde familie te behoren, een familie die niet groot genoeg kan zijn.

http://matsgus.com/ 

https://trostrecords.bandcamp.com/album/mg-50-peace-fire