013, Patronaat, Cul de Sac & Extase, Tilburg

Donderdag 14 april 2016

Roadburn 2016 belooft een bijzondere editie te worden, zeker nu misschien wel de ultieme Roadburn-band, Neurosis, als top of the bill staat geprogrammeerd. Het festival levert sowieso jaarlijks zoveel goede acts dat soms pijnlijke keuzes gemaakt moeten worden. Het uitstippelen van een route levert daarom wat hoofdbrekens op, en het kan ook een keer slecht uitpakken, maar verder valt er niet veel te klagen. 

Of toch: wil je je favoriete band zien dan ontkom je er vaak niet aan ruim op tijd in de betreffende zaal aanwezig te zijn, wat dan weer ten koste gaat van een andere act die je wilt zien. Dit geldt vooral voor de kleinere zalen, Extase en – vooral – Cul de Sac. Op laatstgenoemde locatie laat bovendien het geluid nogal eens te wensen over. De goede sfeer in dat kleine zaaltje maakt wel weer veel goed. Opduvel is drie dagen aanwezig op Roadburn en doet verslag van de bands waarvan hij het concert volledig heeft gezien en gehoord.

Cult Of Luna (Main Stage)
Het Zweedse Cult Of Luna heeft net een nieuwe plaat uit, ‘Mariner’, een samenwerking met zangeres Julie Christmas. Daar wordt vanmiddag echter niets van gespeeld, want op het programma staat de integrale uitvoering van ‘Somewhere Along The Highway’. Die plaat is tien jaar geleden uitgekomen en geldt als een van de hoogtepunten uit het oeuvre van de band. Het is nog vroeg als de band begint (15:30 uur), maar de Zweden weten de zaal al snel warm te spelen. Het zevental, waaronder drie gitaristen en twee drummers, ogen gemotiveerd en geconcentreerd en hoewel de band wat afstandelijk overkomt, overtuigt de uitvoering van het album volledig. Het rustpuntje And With Her Came The Birds is een hoogtepunt, maar het zijn de twee slotstukken, Dim en Dark City, Dead Man die het meeste indruk maken. Vooral Dim is een zorgvuldig opgebouwd post-rock/metal-stuk dat bijna niet lang genoeg kan duren. ‘Somewhere Along The Highway’ duurt vijfenzestig minuten en het optreden dus ook. Er is geen tijd meer voor iets extra’s, maar het is goed zo.

Cult Of Luna

Usnea (Green Room)
Zwaarder gaat het eraan toe bij de Amerikaanse doomband Usnea. De band moet het niet hebben van technisch spel en inventiviteit, maar van een trage, logge sound die sporadisch van een tempoversnelling wordt voorzien. Bassist Joel Banishing en gitarist Justin Cory wisselen hun vocalen af, waarbij eerstgenoemde de muziek voorziet van een zware grunt en laatstgenoemde de schreeuwzang voor zijn rekening neemt. De repeterende doom werkt hypnotiserend en de lange nummers vervelen daardoor niet. De tempowisselingen zijn goed geplaatst, komen op het juiste moment en hoewel de muziek van Usnea op zich niet echt memorabel genoemd kan worden, weet de band een sterk optreden neer te zetten.

Usnea



Moloken (Cul de Sac)
Uit het Noorden van Zweden komt Moloken. De band is opgericht in 2007 en heeft reeds drie albums en een ep op zijn naam staan. Het viertal staat in de kleinste zaal van het festival, die goed gevuld is met opvallend veel Scandinaviërs. De respons op het op het podium gebodene is goed, maar het optreden valt erg tegen. Dat komt gedeeltelijk door het niet optimale geluid, maar ook als dat probleem buiten beschouwing wordt gelaten overtuigt Moloken niet. Het songmateriaal is niet sterk genoeg en daar komt bij dat de band vocaal niet verder komt dan wat oeverloos geschreeuw. Het kwartet past trouwens maar net op het kleine podium, wat bassist Nicklas Bäckström er niet van weerhoudt de showpik uit te hangen. Aan inzet geen gebrek bij Moloken, maar muzikaal schiet de band tekort.

Gomer Pyle (Cul de Sac)
Cul de Sac is duidelijk te klein voor Gomer Pyle, want het is afgeladen vol. De West-Brabantse band heeft lange tijd niet van zich laten horen, en dat terwijl het tweede album ‘Idiots Savants’ zo veel beloofde. Maar de band is dus terug bewijst zijn bestaansrecht met een prachtig optreden op Roadburn. De stoner/spacerock doet het goed bij het publiek en dat ondanks het zeer matige geluid, waarin met name de drums te hard doorklinken en de zang niet helemaal goed doorkomt. De soms lang uitgesponnen songs van Gomer Pyle zijn echter sterk genoeg om ook in mindere omstandigheden overeind te blijven. Daar komt bij dat de band zichtbaar plezier in het spelen heeft. Uiteindelijk speelt het kwartet zelfs bijna een kwartier langer dan geprogrammeerd, maar niemand die daar een punt van maakt. Goed dan Gomer Pyle terug is, nu niet weer ertussenuit piepen s.v.p.

Gomer Pyle



Paradise Lost (Main Stage)
Terug naar de grote zaal van 013 om Paradise Lost te aanschouwen. Het is vijfentwintig jaar geleden dat ‘Gothic’ verscheen, de plaat waardoor de Britse band als een van de belangrijkste vertegenwoordigers van het gothic metalgenre kan worden beschouwd. In de wisselvallige discografie van Paradise Lost is ‘Gothic’ anno 2016 nog altijd een hoogtepunt. Een concert van de band staat of valt vaak bij het humeur van zanger Nick Holmes en gelukkig is hij vandaag opvallend goed geluimd. En goed bij stem, als brulboei én als cleane zanger. De nummers van ‘Gothic’ worden, hoewel een flink aantal daarvan al sinds de jaren negentig niet meer live is gespeeld, strak uitgevoerd en de muziek wordt ondersteund door fabelachtig mooi artwork van Costin Chioreanu op het grote doek achter het podium. ‘Gothic’ duurt maar achtendertig minuten en dat betekent dat Paradise Lost na de integrale opvoering van dat album nog tijd heeft voor een paar nieuwe nummers en wat favoriete oudjes, zoals Hallowed Land van ‘Draconian Times’ en Embers Fire van ‘Icon’. Goed optreden, dat zich opvallend genoeg wel afspeelt voor een langzaam leger wordende zaal. 

Paradise Lost



Dead Neanderthals (Cul de Sac)
Cul de Sac loopt niet vol voor het Nijmeegse sax-drumsduo Dead Neanderthals. Daar kan het late aanvangstijdstip (00:30 uur, en het begint zelfs iets later) debet aan zijn, maar de muziek van het tweetal wijkt ook beduidend af van de hoofdmoot van het programma, hoewel de muziek van het tweetal zich qua intensiteit zeker kan meten met de meer opzwepende acts van het festival. Dead Neanderthals speelt vandaag één lang stuk van vijfentwintig minuten en dat stuk kan worden gekenschetst als een muzikale slijtageslag. Drummer René Aquarius geselt zijn drumstel onophoudelijk, waarbij vooral zijn razendsnelle basdrumspel opvalt. Saxofonist Otto Kokke gaat ook voluit. Waar hij bij eerdere concerten met zijn baritonsax een drone neerlegde, speelt hij vandaag op zijn tenorsax een spaarzaam aantal noten zonder dat een drone-effect ontstaat. Overtuigen doet het evengoed. Jammer is wel dat de heren direct nadat de laatste noot geklonken heeft op vol volume Paradise City van Guns ‘n’ Roses door de speakers menen te moeten laten knallen, wat als een tang op een varken slaat en zo toch een beetje afbreuk doet aan de intense muzikale ervaring die Dead Neanderthals het aanwezige publiek bezorgt. 

Dead Neanderthals


http://cultofluna.squarespace.com/ 

https://usneadoom.bandcamp.com/

https://moloken.bandcamp.com/ 

https://www.facebook.com/gomerpylerocks 

http://www.paradiselost.co.uk/ 

https://deadneanderthals.wordpress.com/