Muziekcentrum De Toonzaal, Den Bosch

Vrijdag 15 januari 2016

 

De in Arcata, Californië, geboren klarinettist en altsaxofonist Michael Moore woont als sinds 1982 in Amsterdam en hij heeft in de loop der jaren met zoveel muzikanten gewerkt, dat een adequate opsomming geven onbegonnen werk is. De laatste jaren is hij onder andere actief in het ICP Orchestra, Jewels & Binoculars (een trio dat muziek van Bob Dylan speelt), het Michael Moore Quintet en het Achim Kaufmann Trio. Met Achim Kaufmann vormt Moore ook een duo, waarvan in 2014 drie cd’s verschenen op Moores eigen Ramboy-label (‘Nothing Something’, ‘Something Nothing’ en ‘Furthermore’).

Samen met pianist Harmen Fraanje (o.a. Reijseger Fraanje Sylla, Clemens van der Feen Quartet), bassist Clemens van der Feen (o.a. Clemens van der Feen Band en Quartet, Narcissus) en drummer/percussionist Michael Vatcher (o.a. Roof en Available Jelly) vormt Moore het Michael Moore Quartet en het is dit kwartet dat vanavond De Toonzaal in Den Bosch aandoet voor een concert bestaande uit twee sets van zo’n veertig minuten. Twee jaar geleden concerteerde het kwartet ook al in de Bossche zaal met fraaie akoestiek, maar deze keer lijkt vooral Moore er veel meer zin in te hebben en is het viertal in bloedvorm.

Moore is een klarinettist en saxofonist die het niet moet hebben van stootkracht en showmanschap maar juist van lyriek en melodisch vernuft. Moore kan wel degelijk tegendraads en ook humorvol uit de hoek komen, zoals te horen is bij het vermaarde Clusone Trio (met Ernst Reijseger en Han Bennink) en op de twee cd’s die hij maakte met Cor Fuhler en Tristan Honsinger, ‘Monitor’ en ‘Air Street’. Bij het Michael Moore Quartet overheersen echter secuur samenspel, subtiliteit en lyriek.

Vanavond in Den Bosch vindt het kwartet een perfecte mix van rustige, bijna verstilde, kamerjazz en meer levendige stukken. Rust en onrust wissselen elkaar af en dat gebeurt met groot gemak. Het viertal maakt een uitermate ontspannen indruk en de muzikanten vinden elkaar probleemloos, zowel in de gecomponeerde gedeeltes als in de improvisaties. Moores presentatie tussen de stukken door kenmerkt zich door een charmant soort onhandigheid.

Vatcher is een inventieve drummer en daardoor een genot om naar te luisteren en naar te kijken. De muziek wordt door hem opgeluisterd met allerhande vondsten en hij gebruikt naast drums en bekkens ook verschillende percussie-instrumenten, zoals kleine belletjes en een op onconventionele wijze bespeelde kanûn. Houding, mimiek en spel stralen een en al gedrevenheid uit en daarmee is Vatcher binnen het kwartet de grootste blikvanger.

Clemens van der Feen produceert op zijn contrabas volle en ronde klanken. Het fraaiste moment van hem komt in het laatste stuk voor de toegift, waarin hij al strijkend een prachtig melodische bassolo weggeeft. Fraanje is minder aanwezig dan in het trio dat hij vormt met Ernst Reijseger en Mola Sylla. Hij weet zijn sprankelende pianospel perfect te doseren, vult niet onnodig gaten en houdt gewoon stil als de muziek daarom vraagt.

In de eerste set overheersen de ingetogen stukken. Moores klarinet klinkt zoals altijd warm in de bedachtzame muziek. In het tweede stuk bespeelt hij zijn klarinet zonder mondstuk, waardoor het instrument als een fluit klinkt. Ook op altsax is Moore een meester in lyriek. Met Reborn eindigt de eerste set wel energiek. In de tweede set is meer ruimte voor uptempo werk en swing. De toegift, getiteld Manuel’s Party, is een op een akkoordenschema van Bob Dylan gebaseerd muziekstuk, waarin iedere muzikant zijn solospot krijgt. Het breit een fraai slot aan een optreden van een stel pure muzikanten dat het keurige publiek in Den Bosch tot een staande ovatie brengt. En dat komt het kwartet ten volste toe.

http://www.ramboyrecordings.com/mm.htm

http://harmenfraanje.com/

http://clemensvanderfeen.com/