Denovali Record, 2015

Petrels is een van de pseudoniemen waaronder de Brit Oliver Barrett opereert. Dat andere pseudoniem is Glottalstop, dat is te bestempelen als het veel duisterder broertje van Petrels. Barrett toont zich op zijn vierde plaat als Petrels erg veelzijdig; het is niet louter drone en ambient wat de klok slaat, maar ook krautrock, noise en synthpop klinken door op ‘Flailing Tomb’. Niet alles pakt echter even sterk uit. 

Waar Petrels wel in slaagt, is een spanningsboog creëren die een hele plaat omvat. Dezelfde thema’s zijn in de verschillende stukken van ‘Flailing Tomb’ te horen, zij het niet al te opdringerig. Het album laat zich dan ook het best beluisteren als één geheel. Een pompeus geheel welteverstaan, maar nergens is echt sprake van platte bombast. Wel wordt alles uit de kast gehaald om tot een vol en majestueus geluid te komen. Aan ambitie geen gebrek.

Het album opent sterk met We Are Falling Into The Heart Of The Sun, een spannende drone van aanzwellende synths die halverwege gezelschap krijgen van daverende drums en vervolgens uitwaaieren. Het meer ambient getinte Thangen After Dothe brengt je als luisteraar vervolgens in rustiger vaarwater. 

In Orpheus doet synthpop zijn intrede en daar ligt het probleem van deze plaat. Muzikaal doet het stuk denken aan de oude, synthy Depeche Mode en wat Op Duvel betreft is dat geen aanbeveling. Vocaal worden alle registers opengetrokken door een zangeres en een heel koor. Jean-Luc Godards ‘Alphaville’ vormt de inpiratie voor de tekst van Orpheus, waarvan de repeterende zin “I shall fight so that failure is possible” als een soort mantra wordt gezongen, maar het lijkt verdomme soms Dotan wel! Wel moet worden onderkend dat ook Orpheus een knap opbouwend stuk muziek is.

De tweede helft van ‘Flailing Tomb’ bestaat uit het driedelige L. Caution. Het melodische thema van Orpheus klinkt door, met name in het eerste deel, nu gespeeld door een synthesizer. De synths overheersen ook het tweede deel, waarmee weer even een rustpunt wordt gecreëerd. Wat daarna volgt, doet die rust echter heel snel teniet. 

Zware drums leiden deel drie in en vanaf nu gaan alle remmen los. Een hypnotiserende baslijn en volle synthklanken stuwen dit stuk op naar een voortdenderende noisy climax, waar na enige tijd ook nog eens een koor overheen gaat. L. Caution Part Three is één grote orgastische apotheose van negen minuten, een fantastisch hoogtepunt dat in één klap al het voorgaande doet verbleken.

https://petrels.bandcamp.com/