Shhpuma, 2015

Albatre mag dan deel uitmaken van The New Wave Of Dutch Heavy Jazz, Nederlanders zijn in dit gezelschap niet te vinden. Het trio bestaat uit de Portugezen Hugo Costa (altsax, loops) en Gonçalo Almeida (bas, effecten, keyboards) en de Duitser Philipp Ernsting (drums, elektronica). Albatre opereert wel vanuit Rotterdam, en in die zin kun je deelname aan The New Wave Of Dutch Heavy Jazz gerechtvaardigd noemen.

Muzikaal gezien kan dat zeker, want evenals bij Cactus Truck, Dead Neanderthals en Donné Et Desirée is de muziek van Albatre niet van het fijnzinnige soort. De noemer ‘punk-metal-free jazz-noise’, waaronder deze muziek wordt gekwalificeerd op de site van platenlabel Shhpuma dekt de lading heel aardig. Van jazzy ritmes of gevoelige solo’s is geen sprake: Albatre knalt er hard in en doet dat op ‘Nagual’ met volle overtuiging.

Dat begint al in het de plaat openende titelstuk, dat vooral in het eerste gedeelte aan het Italiaanse Zu doet denken: knoestig, hortend en stotend wordt een monster van een track op gang gebracht en ook in het vervolg wordt de rauwe energie niet losgelaten in een stuk waar bas en drums voor snelle ritmiek zorgdragen en Costa zich bijkans overblaast op zijn altsax, zelfs zodanig dat je je afvraagt of hij niet per abuis een tenor- of baritonsax heeft omgehangen. Net als op de laatste plaat van Zu, Cortar Todo, is de saxofoon op ‘Nagual’ niet vooraan in de mix geplaatst, maar maakt het instrument deel uit van het totaalgeluid van Albatre.

Op  worden de zaken wat anders aangepakt. Langzaam beginnend met een duister klinkend stuk gespeeld door een machtig klinkende bas, snelle drums en elektronica, even later aangevuld met een altsax die nu hogere regionen opzoekt, wordt gaandeweg toegewerkt naar een meeslepende climax waarin het tempo en intensiteit bijna ongemerkt omhoog gaan en (opnieuw) hortend en stotend een uitweg wordt gezocht, die vervolgens wordt gevonden in een uptempo en bijna freaky maar gecontroleerd slotakkoord.

Kant 2 van deze lp bestaat uit het drie delen tellende El Bicho, dat dichter bij noiserock ligt dan bij jazz. In El Bicho I legt de saxofoon in de eerste minuten met behulp van de nodige elektronica een knoert van een drone neer waarin de altsax weer zwaar klinkt, slechts onderbroken door een heel korte solospot voor de bas. De elektronische effecten krijgen de overhand in het tweede gedeelte, maar dat ritme van bas en drums blijft maar doorgaan.  El Bicho I duurt zes minuten, maar werkt zo verslavend dat het ook een hele plaatkant zou mogen vullen.

Met rommelige pianoklanken en een saxofoon die klinkt alsof die op enige afstand wordt bespeeld, wordt El Bicho II voorzichtig begonnen, waarna de track snel op stoom wordt gebracht. Hier wordt gekozen voor een hoekiger maar opnieuw verslavende ritmiek, vergezeld van ijle saxklanken. Tot slot is er het trage El Bicho III, een slepend stuk dat met doom metal, noise en psychedelica wordt gelardeerd. 

Albatre meldt zich met ‘Nagual’ weer aan het front met een vol en krachtig geluid dat opwindend klinkt, maar vooral heeft het drietal muzikaal veel te bieden omdat die krachtpatserij ook een rijkdom aan inventiviteit en muzikaliteit herbergt. Dat dit alles gebeurt zonder enige vorm van egotripperij draagt bij aan een uiterst geslaagde lp.

https://albatre.bandcamp.com/