Relative Pitch Records, 2015

Dat trompettist Peter Evans over een verbluffende techniek beschikt, heeft hij al meermaals bewezen, bijvoorbeeld in zijn trio met John Hébert (bas) en Kassa Overall (drums) en zijn kwintet met Carlos Homs (piano), Tom Blancarte (bas), Jim Black (drums) en Sam Pluta (live processing), maar ook met het door bassist Moppa Elliott geleide kwartet Mostly Other People Do The Killing. Evans koppelt regelmatig een warm gevoel voor traditie aan moderne middelen die muzikanten in deze tijd ter beschikking staan. Op ‘Pulverize The Sound’ leidt dat tot een elektronische jazzplaat die op verschillende momenten noisy uitpakt.

Naast Peter Evans bestaat Pulverize The Sound uit drummer/percussionist  Mike Pride en basgitarist Tim Dahl. Zowel Pride als Dahl hebben hun sporen niet alleen in de jazz verdiend. Zo heeft Pride gespeeld in de politieke punkband MDC en speelt Dahl in de noiserockband Child Abuse. ‘Pulverize The Sound’ is dan ook geen gewone jazzplaat, de rock-, noise-, metal- en punkinvloeden zijn volop aanwezig, maar zonder dat de muziek echt doorslaat naar een van deze genres.

Dahl is behalve voor het basspel ook verantwoordelijk voor de elektronica op deze plaat. Zijn bas klinkt geen moment louter elektrisch versterkt maar zijn geluid wordt middels elektronische effecten gemanipuleerd. Het zorgt ervoor dat niet alleen de trompet de dominante factor is op ‘Pulverize The Sound’, maar de bas evenzeer. Vooral de noisy uithalen van Dahl, soms op natuurlijke wijze passend in het geheel en soms juist ontregelend, soms een stuk geheel van richting veranderend (zoals in het slotgedeelte van Unison) en soms onverwacht fel in een rustiger passage (zoals in slotstuk Boxes), verlevendigen de plaat en zorgen ervoor dat gezapigheid en verzadiging geen kans maken om wortel te schieten.

Drummer Pride valt wat minder op, speelt dienender dan Dahl, maar is ook inventief in de weer. Het eerste stuk, Frank Anthony, valt na aanvankelijk op een beukende basriff te varen halverwege terug naar een meer reflecterend gedeelte, dat weer opbouwt naar een luidruchtige climax waarin Prides drums en percussie gelijke tred houden met het geweld van de bas. In het start-stop ritme in het eerste gedeelte van Unison beperkt Pride zich tot snare- en bassdrum en dat draagt bij aan een droge klank waarbij zowaar de noiserock van Shellac een invloed lijkt te zijn.

Peter Evans blijft ook op deze plaat volledig zichzelf; zijn lange melodielijnen met veel snelle noten zijn uit duizenden herkenbaar. De speltechniek kent weer geen grenzen en het tegengas dat door vooral Dahl wordt gegeven lijkt Evans totaal niet te deren; hij gaat ogenschijnlijk onverstoorbaar door. Het is ook opvallend dat het merendeels akoestische trompetspel, dus zonder elektronische effecten, moeiteloos overeind blijft en naadloos past in het elektronische geweld afkomstig van de bassist.

Waar veel platen waarin een dominante rol is weggelegd voor elektronica nogal klinisch uitpakken, is daar op ‘Pulverize The Sound’ geen sprake van. Al is het soms op het randje, de techniek staat nog altijd in dienst van ritme en melodie en daardoor is sprake van een organisch klinkende plaat met moderne jazz zonder hokjesgeest, met natuurlijk ook de nodige weerhaakjes maar dat zorgt juist voor de spanning op deze indrukwekkende plaat.

http://pevans.squarespace.com/

http://cargocollective.com/timdahl/About-Tim-Dahl

http://mikepride.com/